(31 mei 2023)
Vandaag (de laatste woensdag van mei) is het Wereld Otter Dag. Eind jaren ’80 was de otter in Nederland officieel uitgestorven. Oorzaken: verkeer, jacht, verdrinking in fuiken, gif, watervervuiling en verdwijning van geschikt leefgebied. In 2002 is de otter weer uitgezet in de Weerribben. Vandaar heeft het dier zich geleidelijk aan over delen van ons land verspreid. Ook bij ons in de omgeving (Nieuwkoopse Plassen) komt de otter sinds 2013 weer voor. En de opmars gaat verder. Sinds dit jaar zijn ze ook terug in de Biesbosch. Er zouden nu zo’n 450 individuen in ons land leven. Op de foto zie je een opgezet exemplaar uit het bezoekerscentrum van It Fryske Gea bij de Ketliker Skar.
Dat de otter het redelijk redt, komt door de verbeterde waterkwaliteit en verbetering van hun leefgebieden. Wel eist het verkeer nog veel slachtoffers. Een otter steekt namelijk liever een weg over het droge over in plaats van zwemmend eronderdoor. Daarom worden op allerlei plekken voor een veilige oversteek faunapassages en rasters aangelegd. Op de foto’s zie je rechts faunavoorzieningen bij de Korenmolenweg in Wilnis (loopplank onder een brug en afrastering). Links zie je een onderdoorgang en rasters langs de provinciale weg bij Woerdense Verlaat. Met deze voorzieningen moeten otters zich veilig kunnen verplaatsen tussen de Nieuwkoopse Plassen en de Vinkeveense en Vechtplassen. En wellicht passeren ze daarbij ook wel ons huis…
Een otter is een marterachtige, net zoals de das. Zijn kop-romplengte is 60-95 cm en zijn staartlengte 35-50 cm. Otters zijn met hun slanke lichaam goed aangepast aan een leven in het water. Ze hebben bijvoorbeeld ook zwemvliezen. Ze verplaatsen zich ook lopend.
Otters eten vooral vis. Ze lusten ook amfibieën, rivierkreeften, kleine watervogels en hun eieren, bruine rat, woelrat en muskusrat. Heeft de otter een grote prooi gevangen, dan klemt hij deze tegen zijn borst en gaat aan land om zijn vangst te verorberen. Ze jagen op zicht. ’s Nachts en in troebel water gebruiken ze hun snorharen.
Otters hebben grote territoria (1-2 km2 of 8-12 km oeverlengte) en trekken daarin veel rond. Ze leven solitair (behalve een moeder met jongen). Het leefgebied van een mannetje overlapt dat van verschillende vrouwtjes. Naast water hebben ze een goed begroeide oevervegetatie met meerdere schuilplaatsen nodig. Geschikte schuilplaatsen (‘holts’) zijn bijvoorbeeld holtes tussen de wortels van bomen langs watergangen, opengescheurde stammen van knotbomen, holen van beverratten en ruimtes onder bruggen. Ook worden er kunstmatige holts aangebracht.
De kans om een levende otter te zien, is klein. Otters zijn schuw en ’s nachts actief. Sporen zul je veel sneller aantreffen: prenten, wissels (plekken waar otters in en uit het water gaan), afgekloven vissenkoppen en zogenaamde ‘spraints’ (otterpoep) waarmee otters hun territorium afzetten en met elkaar communiceren. Via beelden van wildcamera’s kunnen we de otters bekijken, zoals hier in de Nieuwkoopse Plassen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘡𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 151: otter”