Soort van dag 152: duinroos

(1 juni 2023)

De open, droge binnenduinen van Texel zijn nu bespikkeld met de bloemen van het duinroosje zoals hier bij De Bollekamer. Het grootste deel van dit dwergstruikje zie je niet: dat bevindt zich onder het zand. De wortels kunnen heel diep reiken, tot aan het zoete grondwater en diepere, kalkhoudende grondlagen. Duinroosjes verschijnen pas in de duinen als de duindoorn verdwenen is doordat de duinen voor deze soort te kalkarm zijn geworden. Iets zuidelijker van De Bollekamer komen dan ook veel minder duinroosjes voor want die duinen zijn jonger en kalkrijker. Hier staan o.a. duindoorn, meidoorn en hogere rozensoorten.

Het duinroosje (officieel: duinroos) is een typische soort van droge, zonnige duinhellingen. Ten zuiden van Wassenaar is ze zeldzaam. Langs het IJsselmeer wordt het duinroosje ook op sommige plekken gevonden. Vind je ze elders in het land, dan zijn het meestal aanplantingen.

Duinroosjes worden meestal niet hoger dan 90 cm. Zoals alle rozen hebben duinroosjes stekels (en geen doorns). Ze hebben geveerd blad. De rozenbottels zijn vrij klein, glanzend paarszwart en niet behaard.

De bloemen zijn 1,5 tot 2 cm in doorsnee en meestal roomwit. Soms vind je ook roze exemplaren. De bloemen hebben geen nectar, geuren niet en hebben bestuivers veel stuifmeel te bieden. De struik bloeit in mei en juni; soms is er nog een tweede bloei van augustus tot oktober. Het duinroosje is een van de eerste rozensoorten die in cultuur is genomen. Arboretum Belmonte in Wageningen heeft bijvoorbeeld een hele collectie (de Doorenboscollectie).

Rozen in het algemeen zijn waardplanten van kleine, onopvallende vlinders. Op rozen vind je ook allerlei gallen. De meest opvallende is de mosgal. Rozenkevers zijn talrijk op duinroosjes. Ze eten o.a. van de bloemknoppen. Op duinroosjes zit een bepaalde roestschimmel: gladde roosroest.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

Bronnen: Nederlandse oecologische flora, Flora van Nederland, Wikipedia

Plaats een reactie