Soort van dag 158: oorkwal

(7 juni 2023)

Een van de bekendste kwallen van Nederland is de oorkwal. De meeste mensen kennen hem omdat er in de zomer vaak veel aangespoelde exemplaren op het strand liggen, zeker bij oostenwind. Vorig jaar heb ik rond deze tijd in het heldere water van de Grevelingen en het Veerse Meer levende oorkwallen kunnen fotograferen (en filmen).

Oorkwallen zijn zogenaamde schijfkwallen. Schijfkwallen bestaan uit een schijf (ook wel hoed of klok genoemd) met langs de rand korte of lange tentakels. Bij oorkwallen wordt de schijf 40 cm in doorsnee en zijn de tentakels kort. Daarnaast heeft de kwal onder de hoed, rond de mondopening, vier geplooide armen. Meestal laten oorkwallen zich meenemen door de stroming maar ze kunnen ook zwemmen door ritmische lichaamsbewegingen te maken. Een kwal bestaat voor 95% uit water.

Op de tentakels zitten speciale cellen (netelcellen) die een bijtend gif bevatten waarmee prooidieren worden verlamd. Oorkwallen eten alles wat er maar tegen hun tentakels aan zwemt: plankton, kleine kreeftachtigen en visjes. Met de armen halen ze hun prooi naar binnen. Zelf worden kwallen maar door weinig dieren gegeten.

Schijfkwallen kennen een geslachtelijke en een ongeslachtelijke voortplanting. De vier ‘oren’ zijn de geslachtsorganen. Bij mannetjes zijn die geel, bij vrouwtjes roze. Het vrouwtje spuit haar eicellen de zee in, het mannetje zijn spermacellen. Na bevruchting in het water ontstaat er een vrij zwemmende larve die zich op de bodem vestigt. Dat is het zogenaamde poliepstadium. Van dat poliepje worden kleine kwalletjes afgesnoerd. Bij de oorkwal gebeurt dat in de winter. Kleine kwalletjes vind je van januari tot april. Daarna vind je steeds grotere exemplaren. Vanaf oktober, nadat de kwallen zich geslachtelijk hebben voortgeplant, kom je de oorkwal niet meer tegen.

Vooral de laatste decennia stijgt de zeewatertemperatuur als gevolg van klimaatverandering. Dat heeft ook effect op de kwallen. De temperatuurdrempel waarop kwallen zich afsnoeren van de poliepen, wordt eerder in het jaar bereikt dan vroeger. Afhankelijk van het aanwezige voedsel kunnen de stijgende temperaturen ervoor zorgen dat de opkomst, piek en het weer afnemen van de soort verschuiven naar eerder in het jaar. Bij de oorkwal was de piek in 1995 eind mei; in 2018 was die verschoven naar half april. Er wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen, vooral ook naar gevolgen voor interacties tussen soorten.

Vorig jaar waren er eind juni / juli extra veel oorkwallen in het Veerse Meer. Het voorjaar was toen redelijk warm en daardoor was er extra veel plankton, dus volop voedsel voor de kleine kwallen. Verder is er sprake van ‘verkwalling’ van de Noordzee: er zwemmen steeds meer kwallen en minder vissen in de Noordzee. Door overbevissing krijgen andere zeeorganismen zoals kwallen meer kans om plankton te eten, waardoor ze sterker worden. Daarnaast zijn kwallen beter bestand tegen de klimaatverandering.

Hoewel de oorkwal kan steken, hebben mensen hier geen last van. Andere veelvoorkomende schijfkwallen zijn de blauwe haarkwal, de gele haarkwal en de kompaskwal. Deze kunnen wel vervelend steken.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘬𝘸𝘢𝘭𝘭𝘦𝘯𝘳𝘢𝘥𝘢𝘳.𝘯𝘭, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘦𝘯 𝘧𝘢𝘶𝘯𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘦𝘦, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 158: oorkwal”

Plaats een reactie