Soort van dag 159: huismus en ringmus

(8 juni 2023)

Vandaag twee soorten die erg op elkaar lijken, namelijk de huismus (links) en de ringmus (rechts). Beide hebben afgelopen tijd in onze tuin gebroed. De ringmus in een nestkastje, de huismus onder de dakpannen van het tuinhuisje en in een nestkastje daar vlakbij.

Bij de huismus zijn de mannetjes en vrouwtjes verschillend. Het meest opvallende aan het mannetje is het grijze petje met roodbruine zijden en zwart op de borst. Dominante mannetjes hebben meer zwart op de borst dan mussen die lager in de rangorde staan. Het vrouwtje is lichtbruin en heeft een wenkbrauwstreep achter het oog. Ze wordt nog wel eens verward met het vrouwtje van de vink.
Ringmussen zijn iets kleiner dan huismussen. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit. Ze hebben een kastanjebruine kop, een zwarte wangvlek, een klein zwart befje en een witte halsring. Ik kijk altijd eerst of er al dan geen wangvlek is.
Beide soorten hebben een vrij dikke snavel; dat is kenmerkend voor soorten die granen eten. Verder staan zaden en insecten (en hun larven) op het menu. De huismus eet ook bloemknoppen en fruit.

Mussen horen tot de zangvogels en beide soorten ‘tsjilpen’. Hoor je verschil tussen de huismus en de ringmus?

Huismussen broeden bij elkaar in de buurt. Het nest wordt vooral gemaakt onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Ringmussen zijn holenbroeders: ze broeden in natuurlijke holtes, in schuren, onder dakpannen en in nestkasten.

De ringmus is een vogel van het kleinschalige cultuurlandschap met bouwland. Je ziet ze vooral in dorpen en op boerenerven. Het aantal ringmussen is sinds 1990 gehalveerd (nu 25.000-38.000 broedparen). Oorzaken zijn de intensivering van de landbouw en schaalvergroting van het landschap (verdwijnen van heggen en houtwallen). Vooral jonge ringmussen schijnen het zwaar te hebben.
Ook met de algemeen voorkomende huismus gaat het niet goed. Van het aantal broedparen begin jaren ’80 is nog maar de helft over (nu 600.000-1.000.000 broedparen). Huismussen komen voor in de buurt van mensen, in een beetje rommelige omgeving. Het talrijkst zijn ze in dorpen en oude woonwijken. Oorzaken voor de achteruitgang is afname van geschikte nestgelegenheid (door renovatie van huizen) en verstening van tuinen. Ook het beheer van het openbaar groen speelt een rol (vaak te netjes).
Mussen hebben veel natuurlijke vijanden. Ze staan op het menu van roofvogels, uilen en kraaiachtigen. Ook meeuwen en reigers lusten wel een mus. Daarnaast is de huiskat een groot gevaar.
Beide soorten staan als ‘gevoelig’ op de Nederlandse Rode Lijst van broedvogels.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘚𝘖𝘝𝘖𝘕

Eén gedachte over “Soort van dag 159: huismus en ringmus”

Plaats een reactie