Soort van dag 160: gewone oeverlibel

(9 juni 2023)

Er is weer van alles om aan mee te doen. Zo zijn er van 5 t/m 11 juni de Slootjesdagen. Als je toch bij het water staat, kun je gelijk meedoen met de Landelijke Libellentelling (9 t/m 11 juni), georganiseerd door de Vlinderstichting. En natuurlijk kun je ook nog altijd meedoen met de actie ‘Tel de Libel’.

Op de foto’s zie je de gewone oeverlibel, de grootste en algemeenste libel van Nederland. Boven zie je een mannetje (een afbeelding van Aad Kleijweg via Pixabay) en onder een vrouwtje (een eigen foto).

Eerder besteedde ik al aandacht aan het lantaarntje, de meest voorkomende waterjuffer. De gewone oeverlibel is een echte libel. Libellen zijn groter dan juffers en in rust zijn de vleugels gespreid.

De mannetjes van de gewone oeverlibel hebben een blauw berijpt achterlijf met een donkere achterlijfspunt. Vrouwtjes zijn geelbruin met zwarte vlekken langs de zijkant van hun achterlijf. Jonge mannetjes zijn ook geelbruin; hun achterlijf verkleurt geleidelijk aan blauw. Aan de rand van de vleugel zit een zwart vlekje; op de vleugels zelf zitten geen vlekken. Hiermee onderscheidt de gewone oeverlibel zich van gelijkende soorten.

De gewone oeverlibel is een soort van stilstaande en zwak stromende wateren, het liefst met kale oevers. Je kunt ze zien vliegen van begin mei tot eind september. De kale oevers gebruiken de mannetjes als zitplaatsen om van daaruit hun territorium te verdedigen. Gewone oeverlibellen zie je ook vaak op zandpaden of tegels zitten. Het vrouwtje komt alleen naar het water voor de paring en de eiafzet.

Onder het toeziend oog van het mannetje zet het vrouwtje de eitjes een voor een af op het water, in de buurt van waterplanten. Ze kleven direct aan de waterplanten of andere voorwerpen in het water. De larven die na zes weken uit de eitjes komen, leven in de modder en tussen plantenresten op de bodem. Ze eten kleine waterbeestjes. Zelf staan ze op het menu van vissen, waterroofkevers en grotere libellenlarven. De larven van libellen hebben geen kieuwbladen zoals waterjuffers waarmee ze adem kunnen halen. Zij halen zuurstof uit het water dat zich in het laatste deel van hun darmen bevindt. De larve overwintert twee tot drie keer.

Het uitsluipen (een soort verpoppen; de laatste vervelling van de libellenlarve) vindt plaats van mei tot half augustus. De huidjes die achterblijven, kun je tot op enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie vinden. En dan begint het volwassen leven die enkele weken duurt. Ze leven van vliegende insecten zoals muggen, vliegjes en motten. Soms vangen ze zelfs een vlinder of een andere libel. Veel libellen jagen vanaf een vaste uitkijkpost. Libellen worden zelf gegeten door vogels (o.a. zwaluwen en boomvalken). Ook kikkers en insectenetende zoogdieren lusten een libel.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘰𝘯𝘻𝘦𝘯𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳.𝘣𝘦, 𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭

2 gedachten over “Soort van dag 160: gewone oeverlibel”

Plaats een reactie