Soort van dag 163: fazant

(12 juni 2023)

Een soort die de laatste jaren steeds vaker in onze tuin opduikt, is de fazant. Zowel in de zomer als de winter zien en horen we hem. Vooral de mannetjes vallen op, zowel wat betreft hun uiterlijk als hun klokkende geluid. De vrouwtjes hebben goede camouflagekleuren; dat is wel zo handig voor een grondbroeder.

Wist je dat de fazant eigenlijk een exoot is? Hij komt oorspronkelijk uit een gebied dat zich uitstrekt  van de Kaukasus via China tot in Japan. In dit gebied komen wel dertig ondersoorten van de fazant voor. De naam verwijst naar het oorspronkelijke herkomstgebied. ‘Fazant’ is afgeleid van het Latijnse phasianus: van de stad Phasis (het huidige Poti, een stad in Georgië).

De fazant is rond het begin van de jaartelling bij ons geïntroduceerd door de Romeinen omdat ze het vlees zo lekker vonden. De Romeinen namen dus niet alleen allerlei planten mee naar onze streken (zie ook bij soort van dag 149), maar ook dieren. Inmiddels beschouwen we fazanten als onderdeel van onze avifauna. De fazant zoals die bij ons voorkomt, is een kruising van de verschillende ondersoorten.

Het fazantenbestand in Europa groeide overigens pas na de Romeinse tijd. Vooral in de 18e eeuw werden voor de plezierjacht grote aantallen fazanten gefokt en losgelaten. Ook werden ze massaal bijgevoerd. Sinds 1993 mag de fazant niet meer uitgezet worden hoewel het nog wel illegaal schijnt te gebeuren. Ook mogen ze niet worden bijgevoerd. Sinds die tijd daalt het aantal fazanten. Vooral in Zeeland en Groningen komen ze nog veel voor.

Het is, volgens de Jagersvereniging, nog steeds een aantrekkelijke jachtvogel. Op hun website staat: “Jacht op fazanten is gericht op duurzame benutting. Hierbij geven jagers aandacht aan het voorkomen van maaiverliezen, leggen ze wildakkers aan, beheren ze kraaiachtigen en vossen. Deze inspanningen hebben een positieve uitwerking op de fazantenpopulatie en andere akkervogels. De patrijs, kwartel en veldleeuwerik liften op deze inspanningen mee.”

De fazant is nu een beschermde diersoort. Het is een van de weinige soorten waarop, onder strikte voorwaarden, gejaagd mag worden (van 15 oktober tot 31 december op fazantenhennen en tot 31 januari op fazantenhanen).

Fazanten komen in allerlei gebieden voor maar hebben een voorkeur voor open gebieden (graslanden, akkers) met ruigtes en bosjes. In dichte bossen zul je ze niet vinden. Ze eten zaden, bessen, wormen, insecten, hagedissen en muizen. Ze kunnen een bedreiging vormen voor de hazelworm.

Fazantenhanen bakenen in het voorjaar hun territorium af. Ze hebben een harem van twee of drie vrouwtjes. De hennen maken hun nest op de grond, in hoog gras. De kuikens zijn nestvlieders en eten de eerste tijd vooral insecten. Ze blijven de eerste maanden nog wel onder de hoede van hun moeder. Tot in juni kunnen er nog jongen uit het ei kruipen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘫𝘢𝘨𝘦𝘳𝘴𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Plaats een reactie