(24 juni 2023)
Op 24 juni (Sint Jan) wordt in christelijke kerken de geboorte van Johannes de Doper herdacht, profeet en achterneef van Jezus. De feestdag heeft een voorchristelijke oorsprong en valt samen met het midzomerfeest. Sint Jan, vlak na de zomerzonnewende, is een keerpunt in het jaar, net zoals Kerst dat in de winter is. ‘Met Sint Jan draait het blad zich om’ is een van de vele spreuken over deze dag.
Bomen en struiken die te lijden hebben gehad van rupsenvraat, lopen rond deze tijd voor de tweede maal uit. Sint-Janslot wordt dat genoemd. Dit zie je bijvoorbeeld bij zomereiken en soorten waar de rupsen van de stippelmotten op hebben huisgehouden. Mensen die een moestuin hebben, weten: na Sint Jan geen asperges meer steken en rabarber meer plukken. Er zijn verschillende groenten die je rond 24 juni moet oogsten (Sint-Jansui en Sint-Jansrogge). En dan hebben we nog de Sint-Jansvlinder, die rond deze tijd vliegt (zie bij rolklaver). En tenslotte: Sint-Janskruid, een plant die rond 24 juni begint te bloeien. Wil je de bloemen oogsten voor medisch gebruik (niet zonder risico’s!), dan moet je dat uiteraard vandaag doen.
Sint-Janskruid hoort tot de hertshooifamilie. Van deze familie komen in ons land alleen soorten van het geslacht hertshooi (Hypericum) voor. Veel soorten uit deze familie hebben een harde, houtige stengel. Daar komt de naam ‘hertshooi’ (= hard hooi) vandaan. De stengels hebben vaak twee of vier lijsten die bij elke stengelknoop verspringen. De bladeren zijn zittend en tegenoverstaand.
De planten hebben olieklieren die in allerlei vormen kunnen voorkomen. Zo kunnen de bladeren lichte klierpuntjes hebben die je ziet als je de bladeren tegen het licht houdt. Er kunnen zwarte puntjes op de plant zitten (op de onderkant van het blad, op de kelk- en kroonbladen, op de stengellijsten). Ook donkere strepen op de kroonbladen en vruchtwand zijn mogelijk. En tenslotte zwarte of rode gesteelde klieren op de kelkbladen. Leuk om die olieklieren eens van dichtbij te bekijken als je een hertshooi vindt.
De bloemen hebben vijf kelkbladen, vijf kroonbladen en meestal heel veel meeldraden. Bij de Nederlandse soorten is de vrucht een doosvrucht. De bloemen hebben geen nectar. Ze worden door insecten bezocht om het stuifmeel (m.n. door zweefvliegen, zoals de blinde bij op de foto links).
Er zijn verschillende insecten op hertshooi gespecialiseerd. Die worden vrijwel allemaal op Sint-Janskruid aangetroffen. Het gaat om diverse soorten nachtvlinders, galmuggen, een dwergcicade en verschillende soorten kevers (zoals het hertshooisteilkopje op de foto rechts).
Hoe onderscheid je Sint-Janskruid van andere hertshooisoorten? Het is een middelhoge plant die voorkomt op zonnige, droge, voedselrijke grasgronden; langs spoorwegen en wegen. De plant is sterk vertakt en breidt zich uit door middel van wortelknoppen. De stengel is rond met twee zwakke lijsten. (Hiermee o.a. onderscheidt de plant zich van kantig hertshooi die vierkante stengels heeft.) De blaadjes zijn doorzeefd met witte puntjes (vandaar ook de Latijnse soortnaam ‘perforatum’). De bloemen zijn vrij groot en goudgeel van kleur, met zwarte lengtestrepen en punten. Als je een bloemknop fijnwrijft, komt er ‘bloed’ uit. Dat zou het bloed van Christus zijn. De gaatjes in de blaadjes zijn ontstaan door de doornenkroon. Of was het door de duivel…? Kortom: een plant omgeven door legendes en verhalen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘣𝘦𝘭𝘦𝘷𝘦𝘯.𝘰𝘳𝘨

Eén gedachte over “Soort van dag 175: Sint-Janskruid”