Soort van dag 184: rode wegslak

(3 juli 2023)

“Help, ik heb slakken in mijn tuin. Wat moet ik doen?” Bij deze vraag kan het gaan om huisjesslakken (zoals tuinslakken of de segrijnslak). Maar nog vaker gaat het over naaktslakken. Dit jaar had ik tot afgelopen week zelf nog nauwelijks naaktslakken in onze tuin gezien. Een enkele akkerslak in de sla of andijvie uit de moestuin en dat was het wel. Maar nu het minder droog is, zie ik ze (gelukkig) weer.

Naaktslakken zijn ontstaan uit huisjesdragende slakken. Ze hebben geen huisje meer, maar een mantelschild achter hun kop. Als overblijfsel zit onder dit schild nog een inwendig schelpje of kalkkorrels. Enkele naaktslaksoorten hebben nog een klein uitwendig schelpje. Omdat ze geen huisje dragen, zijn naaktslakken extra gevoelig voor uitdroging. Ze komen dan ook pas tevoorschijn bij vochtig weer. Ze zijn voornamelijk in de avond en ‘s nachts actief. Ze bewegen door het samentrekken van hun gespierde voet. Tijdens het voortbewegen laten ze een dikke laag slijm achter.

Een zeer algemeen voorkomende en vrij grote soort is de rode wegslak. In Nederland komen in totaal 26 soorten naaktslakken voor waaronder acht wegslaksoorten. Daarnaast zijn er nog kielnaaktslakken, aardslakken (waaronder de grootste, de tijgerslak) en akkerslakken. De wegslakken onderscheiden zich van de andere families door de plaats van de ademopening. Deze zit vóór het midden van het mantelschild; altijd aan de rechterkant. Ze hebben geen kiel (verhoging van de huid over het midden). Verder hebben ze geen schelpje maar kalkkorreltjes (maar die zie je niet). Ook de sculptuur van de huid (tuberkels genoemd) verschilt per soort. Rode wegslakken hebben grote langgerekte tuberkels en hun oppervlak ziet er daardoor ruw uit.

Rode wegslakken zijn gestrekt 10-15 cm lang. De kleur varieert van zwart tot oranjebruin of bruinrood. In kalkrijke gebieden, zoals Zuid-Limburg, zijn ze vaak oranje. Kenmerkend voor deze soort is de zijkant van de voetzool: oranjebruin met zwarte dwarsstreepjes. Bij jonge exemplaren ontbreekt deze rand. De onderkant van de voetzool is grauwwit. Als de slak zich bedreigd voelt, neemt hij een karakteristieke bolle houding aan. Het slijm wordt dan ook kleveriger.

Je kunt de rode wegslak verwarren met de Spaanse wegslak, een exoot. Die is iets minder algemeen en wordt maximaal 10 cm lang. Om er zeker van te zijn met welke soort je te maken hebt, zou je ze genetisch en anatomisch moeten onderzoeken.

Naaktslakken eten van levende planten. En dan vooral van zaailingen in de moestuin of een kwakkelende plant zoals op de foto. Drie jaar geleden zagen we rode wegslakken massaal, ook overdag, zich te goed doen aan deze slaapbol. Van andere slaapbollen bleven ze af. Verder eten naaktslakken dood organisch materiaal, ook dode soortgenoten, en zijn dus goede opruimers. De tijgerslak (met panterprint) jaagt ook op levende naaktslakken.

In de natuur worden naaktslakken gegeten door everzwijnen, slangen, verschillende vogelsoorten, egels, mollen, dassen en padden. In een gevarieerde, natuurlijke tuin is plek voor naaktslakken én voor (een deel van) hun predatoren. Heb je echt erg veel last van (naakt)slakken, kijk dan hier voor tips.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘚𝘭𝘢𝘬𝘬𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘴𝘴𝘦𝘭𝘴, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴

Eén gedachte over “Soort van dag 184: rode wegslak”

Plaats een reactie