(6 juli 2023)
Er zijn veel planten met ‘distel’ in de naam. Kruisdistel en zeedistel zijn schermbloemigen. Andere ‘distels’ horen tot de composietenfamilie zoals de geslachten distel, vederdistel en melkdistel. Tot de distelachtigen horen ook planten die niet gestekeld zijn zoals knoopkruid en klis. De herkomst van het woord ‘distel’ is onduidelijk. Mogelijk is het een woord dat in onze streken al gebruikt werd voordat de Germanen (met hun Indo-Germaanse taal) zich hier vestigden.
Een heel algemeen voorkomende soort is de akkerdistel, een vederdistel. Bij vederdistels zijn de pappushaartjes (het pluis) met kleine haartjes bezet; ze zijn dus gevederd. Andere vederdistels zijn moesdistel, speerdistel, kale jonker en de zeldzamere wollige distel, aarddistel en Spaanse ruiter.
Akkerdistels zijn overblijvend en hebben wortelstokken. De stengels zijn nauwelijks gestekeld, de bladeren wel. De planten zijn tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2,5 cm en staan met twee tot vijf bij elkaar. De bloemen zijn lila / lichtpaars en soms wit. De plant bloeit van juni tot september. Het zijn pioniers en ze groeien op allerlei voedselrijke plekken.
Akkerdistels zijn echte insectentrekkers. Bij veel distels is de nectar alleen bereikbaar voor langtongige insecten: hommels, andere bijen, vlinders en sommige zweefvliegen. Maar bij akkerdistel kunnen ook korttongige terecht. De oliehoudende vruchtjes zijn geliefd bij zaadeters zoals de putter (ook wel distelvink genoemd). Verder leven er allerlei specialisten op distels en akkerdistels, te veel om op te noemen. Kom je bleke, niet bloeiende akkerdistels tegen, dan heb je te maken met de parasiet akkerdistelroest. Verder bieden (akker)distels een goede schuilplaats aan vogels.
Op de bovenste rij foto’s zie je van links naar rechts: gal van distelgalboorvlieg, groene distelschildpadtor, pluimvoetbij en akkerhommel. Op de tweede rij foto’s: kleine gewone weekschild, blinde bij, een geurgroefbij en Sint-Jansvlinders. En onderaan: groot dikkopje en distelvlinder. De distelvlinder is een trekvlinder die in Zuid-Europa overwintert en o.a. de akkerdistel als waardplant heeft.
Hoe belangrijk de akkerdistel ecologisch gezien ook is, akkerbouwers zijn er niet blij mee. Uit een klein stukje wortelstok kan al een nieuwe plant groeien. En het pluis zorgt ervoor dat de zaden zich over enkele tientallen meters kunnen verspreiden.
Om te voorkomen dat distels zich naar akkerland verspreiden bestonden en bestaan er distelverordeningen. In provincie Friesland staat in de verordening dat gemeente of provincie je kan verplichten om je grond van distels (akkerdistel, speerdistel en kale jonker) te zuiveren. Ook Zeeland heeft nog een actieve distelverordening, zo blijkt uit dit bericht van begin juni. Hierbij gaat het om akkerdistel en akkermelkdistel. In de provincie Utrecht is m.i.v. 1 april 2021 de provinciale verordening opgeheven omdat het niet meer paste bij de huidige visie op maaibeheer. Voor zover ik heb kunnen nagaan, hebben andere provincies ook geen distelverordening meer. Op de website van de provincie Noord-Holland kun je een informatieblad distelbestrijding vinden.
Verspreiding van distels kan voorkomen worden door maaien voor de bloei; vaak moet er meerdere keren gemaaid worden (en dat gaat uiteraard ten koste van andere bloeiende planten en dieren die daarvan afhankelijk zijn). Een andere maatregel is het aanhouden van distelvrije zones om landbouwpercelen van 30 of 50 meter. Heb je als akkerbouwer eenmaal last van akkerdistels, dan zijn er ter bestrijding verschillende chemische middelen toegestaan. Uitsteken is ook een optie, maar erg arbeidsintensief. Misschien kan de roestschimmel een handje helpen?
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘸𝘦𝘣𝘴𝘪𝘵𝘦𝘴 𝘱𝘳𝘰𝘷𝘪𝘯𝘤𝘪𝘦𝘴

5 gedachten over “Soort van dag 187: akkerdistel”