(7 juli 2023)
Dit weekend (7 t/m 9 juli) is de landelijke Tuinvlindertelling. Vorig jaar bestond de top 10 uit: dagpauwoog, atalanta, klein koolwitje, citroenvlinder, kleine vos, bont zandoogje, bruin zandoogje, groot koolwitje, gehakkelde aurelia en boomblauwtje. Meer informatie vind je op hier. Vandaag aandacht voor de koolwitjes.
Koolwitjes zijn wit met zwarte vlinders. In Nederland komen drie soorten algemeen voor: groot koolwitje, klein koolwitje en klein geaderd witje. Recent is er vanuit het zuiden een vierde soort bijgekomen: het scheefbloemwitje. Daarnaast zijn er nog andere witjes (in totaal veertien, waaronder oranjetipje en citroenvlinder). Koolwitjes overwinteren als pop. Hier vind je informatie over hoe je de koolwitjes van elkaar kunt onderscheiden.
Op de collage zie je links de rupsen van het groot koolwitje. Die zitten in onze moestuin op de koolplanten waar we ze vanaf halen. We bieden ze een alternatief in de vorm van Oost-Indische Kers die ze ook lusten. Bovenaan rechts is een mannetje groot koolwitje. Grote koolwitjes hebben veel zwart in de vleugelpunten. Vrouwtjes hebben twee zwarte vlekken op het midden van de voorvleugel. Bij mannetjes ontbreken die vlekken. Groot koolwitje heeft twee, soms drie, generaties. Je ziet ze vooral bij moestuinen en in de buurt van bebouwing.
In het midden rechts is het klein koolwitje. Deze is kleiner dan het groot koolwitje en heeft veel minder zwart in de vleugelpunten. Ze hebben stippen op de voorvleugels die vooral bij de vrouwtjes opvallen. Het klein koolwitje kun je het hele jaar zien. Volgens de Vlinderstichting is 9 januari de vroegste datum waarop een klein koolwitje is gezien. De laatste datum is 28 december. Er zijn drie generaties en in hele gunstige jaren zelfs vier. De rups is groen met een gele rugstreep. Klein koolwitje kun je overal wel tegenkomen. Het scheefbloemwitje lijkt erg op het klein koolwitje.
Onderaan rechts is het klein geaderd witje. Deze vlinder vliegt in twee generaties. De voorjaarsvlinder heeft opvallende aders. De onderzijde van de achtervleugels is grijsgroen bestoven (bij de andere geelachtig). De zomervlinder is moeilijk van het kleine koolwitje te onderscheiden. De rups lijkt op die van het klein koolwitje, maar dan zonder gele rugstreep. Het klein geaderd witje heeft een voorkeur voor vochtige, natuurlijke gebieden.
De belangrijkste waardplanten voor de koolwitjes zijn kruisbloemigen; wilde en gecultiveerde. De rupsen van het klein geaderd witje vind je vooral op wilde kruisbloemigen zoals look-zonder-look, pinksterbloem en herik. Klein koolwitje heeft allerlei wilde en gecultiveerde kruisbloemigen (zoals koolsoorten) als waardplant. Ook komen rupsen van deze vlinder voor op reseda. Rupsen van het groot koolwitje vind je op wilde maar vooral op gecultiveerde kruisbloemigen (allerlei koolsoorten). Daarnaast vind je ze ook op ook Oost-Indische kers.
Als nectarplanten gebruiken ze de waardplanten, verschillende distelachtigen (o.a. akkerdistel), rode klaver, grote kattenstaart, koninginnekruid en verschillende tuinplanten zoals vlinderstruik, lavendel en stijf ijzerhard.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

2 gedachten over “Soort van dag 188: koolwitjes”