Soort van dag 192: peen

(11 juli 2023)

Er zijn van die bloemen waar ik eindeloos naar kan kijken, en dan vooral naar de vele bezoekers. Dat geldt vooral voor schermbloemigen. In Nederland komen van deze familie ongeveer vijfenveertig soorten in het wild voor. Eerder besteedde ik al aandacht aan fluitenkruid en de reuzenberenklauw (een invasieve exoot). Een van de schermbloemigen die momenteel bloeit, is de (wilde) peen.

Peen is van oorsprong een plant uit Zuid- en Midden-Europa en Zuidwest-Azië. Het is een verwilderd cultuurgewas dat al meer dan 4000 jaar geleden in onze streken voorkwam, blijkt uit archeologische opgravingen. De wortel die wij eten, is een cultuurvariëteit van de wilde peen en vermoedelijk in de 14e eeuw vanuit Afghanistan ingevoerd. De wilde en gecultiveerde kunnen onderling met elkaar kruisen. Dat was de reden om vroeger alle witte schermbloemigen te verwijderen rond percelen waar wortelzaad werd gekweekt. Dus niet alleen wilde peen, maar ook soorten zoals fluitenkruid, omdat deze planten ziektes op gekweekte peen zouden kunnen overbrengen.

Peen is tweejarig: het eerste jaar zie je alleen het blad, het tweede jaar bloeit de plant en sterft na de zaadvorming. Peen is een stijfbehaarde plant met een lange dunne penwortel die van binnen wit is. De bladeren zijn peterselieachtig fijn verdeeld. De bloeischerm is veelstralig. Na de bloei (juni tot oktober) buigen de stralen zich boogvormig naar binnen en de bloeiwijze lijkt dan net op een vogelnestje. De bloemen zijn wit of roze. Het middelste (onvruchtbare) bloemetje is rood of paarszwart. De functie van dit bloemetje is niet bekend.
Een van de dingen waarop je kunt letten bij schermbloemigen, is de aanwezigheid of afwezigheid van omwindsels en omwindseltjes. Een omwindsel zijn de schutblaadjes op de overgang van de bloemstengel naar het scherm. Omwindseltjes zijn de schutblaadjes aan de voet van de schermpjes. Bij peen zijn beide aanwezig. De omwindselbladen zijn opvallend lang en veerdelig.

Peen is een soort van droge, matig voedselrijke graslanden. Je vindt hem o.a. op dijken, in bermen en in de duinen. Op arme zandgronden en zware kleigronden doen ze het minder goed.

Wat betreft de bloembezoekers: dat zijn er legio! Een bepaalde soort maskerbij is gespecialiseerd op peen (en dolle kervel). Verder trekken de bloemen andere solitaire bijen, graafwespen, sluipwespen, bladwespen, zweefvliegen, sluipvliegen, enzovoort, enzovoort. Op de foto’s zie je linksboven doodskopzweefvliegen, daaronder kleine rode weekschilden (‘soldaatjes’) en daaronder de pyjamaschildwants.
Niet alleen hebben de bloemen van peen veel bezoekers, de plant is ook waardplant van de koninginnenpage. Op de foto rechtsboven zie je de rups (op venkel) en daaronder de vlinder. Ook verschillende motjes gebruiken peen als waardplant en eten (afhankelijk van de soort) van bladeren, stengel, schermen of zaden. Ook zijn er snuitkevers waarvan de larven op peen leven. Verdorde stengels van peen en van andere schermbloemigen zijn belangrijk als overwinteringsplaats voor allerlei soorten insecten en spinnen. Daarom kun je in het najaar deze stengels het beste laten staan.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

2 gedachten over “Soort van dag 192: peen”

Plaats een reactie