(21 juli 2023)
Van de ruim driehonderd soorten zweefvliegen die in Nederland voorkomen, zijn er al twee de revue gepasseerd. Namelijk de hommelbijvlieg en de blinde bij, twee zogenaamde bijvliegen. Daarnaast heb ik ook regelmatig foto’s geplaatst van bloemen die bezocht werden door verschillende soorten zweefvliegen. Een hele leuke zweefvlieg vind ik de snorzweefvlieg. Het is ook nog eens de meest algemeen voorkomende soort, dus de kans dat je hem ziet, is groot.
De snorzweefvlieg is slank en vrij klein. Het achterlijf is oranjegeel met donkere banden. Ze hebben altijd twee smalle donkere streepjes in de vorm van een snorretje. Hieraan danken ze hun naam. Andere namen voor deze zweefvlieg zijn pyjamazweefvlieg, dubbelbandzweefvlieg of coca-colazweefvlieg. Ze lijken wat op wespen, maar het zijn vliegen en ze steken dus niet.
Volwassen zweefvliegen bezoeken bloemen waar ze met hun korte tong makkelijk bij de nectar en stuifmeel kunnen komen. Op de foto’s zie je snorzweefvliegen op gewone berenklauw en klein springzaad en zwevend voor akkermelkdistel en doorgroeide duizendknoop (een tuinplant). Snorzweefvliegen zijn niet kieskeurig: de soort is op tweehonderd soorten bloemen waargenomen.
Eigenlijk zweven zweefvliegen niet. Ze kunnen ‘stil’ in de lucht hangen door per seconde 200-300 vleugelslagen te maken. Ze kunnen ook achter- en zijwaarts vliegen. Dat zul je een wesp nooit zien doen.
Het zijn vooral de mannetjes snorzweefvlieg die het typerende zweefgedrag vertonen. Ze hangen een tijdje stil en kunnen dan ineens fel uitvallen naar andere mannetjes die hun territorium binnen komen. Dat doen ze ook naar andere ‘indringers’, zoals vliegen, vogels of mensen. Ik heb ook wel eens een snorzweefvlieg bij een bierflesje zien hangen. Dat was iets nieuws in zijn territorium dat geïnspecteerd moest worden. Komt er een vrouwtje voorbij, dan wordt er gepaard.
Vrouwtjes zweven ook. Dat doen ze als ze bloemen bezoeken of als ze een geschikte plek zoeken om hun eitjes op af te zetten.
Snorzweefvliegen zijn trekkende insecten. Bij aanhoudend warm weer in Zuid-Europa trekken ze noordwaarts en dat doen ze met duizenden tegelijk. Zo worden in de zomermaanden de snorzweefvliegen die in ons land opgegroeid zijn, aangevuld met exemplaren uit het zuiden. Soms gaat dat trekken niet helemaal goed en worden er duizenden dood aan de vloedlijn aangetroffen.
In de herfst trekt een deel van de populatie weer terug naar het zuiden. Ook blijven er exemplaren achter.
Snorzweefvliegen kunnen, net zoals de blinde bijen, niet overwinteren als larve of pop. Wel als bevrucht vrouwtje. In het voorjaar komen ze weer tevoorschijn, soms al op een warme winterdag.
De vrouwtjes leggen hun eitjes op planten met bladluizen. Uit de eitjes komen (doorschijnende) larven die zich hieraan te goed doen. Ze zitten vooral aan de achterkant van bladeren en vallen daardoor minder op dan larven van lieveheersbeestjes. In de tuinbouw zijn larven van snorvliegen gewaardeerde bladluisbestrijders. In de zomer volgen meerdere generaties snorzweefvlieg elkaar op.
Volwassen snorzweefvliegen (met uitzondering van de overwinterende vrouwtjes) worden slechts één tot drie weken oud. Ook al zijn ze snel en wendbaar, toch weten vogels zoals kwikstaarten en vliegenvangers ze te vangen. Ook zijn er verschillende wespen die zweefvliegen vangen en aan hun larven voeren: de Europese hoornaar, gewone wesp, Duitse wesp, maar ook verschillende graafwespen. De zweefvliegen worden gevangen als ze bloemen bezoeken. Soms kun je dat zien gebeuren.
Meer weten over zweefvliegen? Hier vind je een interessante en leesbare publicatie. En hier vind je een zoekkaart met veertig zweefvliegen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

2 gedachten over “Soort van dag 202: snorzweefvlieg”