(22 juli 2023)
De komende week duik ik de poldersloot in om te kijken naar de biodiversiteit onder water. Vandaag sta ik nog even stil aan de rand van de sloot, in de rietkraag.
Riet is een algemeen voorkomende en bekende grassoort. Het is het hoogste inheemse gras: de planten worden één tot drie meter hoog. Die lengte, inclusief halmen, bereiken ze pas tegen augustus. De bladschijf kan een halve meter lang worden. In de zomer is riet blauwachtig groen, in de herfst wordt het goudgeel en in de winter is het lichtbruin.
De plant bloeit van juli tot in oktober met purperbruine pluimen die in de winter zilvergrijs zijn. Zowel bestuiving als zaadverspreiding gebeuren door de wind. Riet breidt zich op drie manieren uit: door zaad, ondergronds door wortelstokken en bovengronds door uitlopers.
Er is een grassoort die veel op riet lijk, namelijk rietgras. Je kunt de twee van elkaar onderscheiden door naar het tongetje te kijken (overgang van bladschede naar bladschijf). Rietgras heeft een duidelijk tongetje terwijl riet een krans van haren heeft (foto midden rechts). Verder is de bloeiwijze anders en bloeit rietgras aan het begin van de zomer.
De golving op de bladeren (foto midden) wordt wel duivelsbeet genoemd. Deze is ontstaan toen het opgerolde blad, voor het zich ontvouwde, tegen een stengelknoop aangedrukt zat. (Over zo’n fenomeen bestaat natuurlijk ook een verhaal.)
Als er veel riet bij elkaar staat, spreken we van rietland. Daar groeit overigens niet alleen riet. Wil je een rietland in stand houden, dan moet het regelmatig gemaaid worden. Anders verruigt het en krijg je (ongewenste) bomengroei. Dit maaien kan samengaan met het oogsten van riet voor dakbedekking zoals in de Nieuwkoopse Plassen nog altijd gebeurt (foto linksboven). Belangrijk is om niet elk jaar al het riet te maaien. Zo houd je overjarig riet wat belangrijk is voor allerlei rietvogels en insecten. Op de foto in het midden links, zie je de ecologische oeverzone langs de Kromme Mijdrecht in begin mei. Deze zone wordt gefaseerd gemaaid (dus niet elk jaar alles eraf). Hetzelfde doet Stichting De Bovenlanden op hun terrein het Veenwater (foto rechtsboven). Ook met peilbeheer kan rietland in stand gehouden worden.
Over riet valt veel te vertellen. In de Nederlandse Oecologische Flora worden er wel zestien bladzijden aan gewijd. Daarbij gaat het o.a. over de relaties met dieren. Heel veel geleedpotigen worden genoemd: vlinders, kevers, vliegen, galmuggen, bijen, spinnen enzovoort.
Op de foto’s onderaan zie je de rietvink (rups), de rietkruisspin en de gewone rietkever. De rietvink (een nachtvlinder) gebruikt riet en andere harde grassen als waardplant. Rietkruisspinnen maken hun wielweb met weinig spaken tussen rietstengels en andere hoge grassen. Rietkeverlarven leven onder water en eten van de wortelstokken van riet en rietgras. Ze halen hun zuurstof uit de vaatstelsels van de plant. De volwassen kevers eten van de bovengrondse delen van riet. Je ziet ze ook wel eens drijvend op het water.
Veel vogelsoorten zijn min of meer gebonden aan riet of rietland. Voorbeelden zijn kleine karekiet, rietzanger, roerdomp, purperreiger, bruine kiekendief, baardman, blauwborst, waterral, snor en rietgors (foto linksonder).
Riet dat in water staat, biedt allerlei waterdieren bescherming. Over enkele waterdieren komende week dus meer.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳𝘮𝘰𝘯𝘶𝘮𝘦𝘯𝘵𝘦𝘯, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

4 gedachten over “Soort van dag 203: riet”