(8 augustus 2023)
Een hele mooie bloem met een hele mooie naam: parnassia. Het is een plant die in de nazomer (juli-september) bloeit. Als we in die periode in Zeeland zijn, gaan we steevast op zoek naar bloeiende exemplaren op de voormalige zandplaten van de Grevelingen. En ja hoor, ook dit jaar hebben we ze weer gezien. Ze groeien op stukken waar door maaien (in de herfst) de vegetatie kort wordt gehouden en waar de bodem arm, kalkrijk en vochtig is. Op deze stukken staan nog veel meer mooie planten. In mei/juni bloeien daar bijvoorbeeld moeraswespenorchis, kleverige ogentroost en ratelaar. Gelijk met parnassia bloeien o.a. stijve ogentroost, strandduizendguldenkruid, brunel en bitterling. Verder kun je parnassia in de hele kuststreek vinden in vochtige duinvalleien en op de rand van strandvlakten. Ook in het Lauwersmeergebied staat parnassia. In het binnenland is het een soort van vochtige (blauw)graslanden en trilvenen, maar is ze op steeds minder plekken te vinden.
Vroeger was parnassia (buiten de zeekleigebieden) vrij algemeen. Nu staat de plant op de Rode Lijst als kwetsbaar en sinds 1950 sterk in aantal afgenomen. De sterke achteruitgang van parnassia is te wijten aan ontwatering en bemesting. Het is een soort die van een koel klimaat houdt. Je vindt het in Europa daarom ook in de bergen en in het noorden, tot in Lapland aan toe.
Het plantje groeit in pollen. De hartvormige bladeren staan op lange stelen. De kantige stengel heeft één stengelomvattend blad. De opvallende, witte bloemen hebben vijf kelk- en vijf kroonblaadjes. Net zoals veel planten wil parnassia zelfbestuiving voorkomen. De plant heeft daarvoor een uniek systeem.
Als je naar de bloem op de foto linksboven kijkt, zie je in het midden vijf witte meeldraden met witte helmknoppen die over de stamper heen zijn gevouwen. Daaromheen staan vijf gele orgaantjes die staminodia worden genoemd. Dit zijn ook meeldraden maar dan steriel. Bestuivers, vooral (zweef)vliegen, komen op de gele knopjes van de staminodia af. Die knopjes lijken op druppels nectar, maar zijn dat niet. Wel is er nectar aanwezig, maar dan aan de voet van de staminodia. Het is een beetje zoeken voor de vlieg en al zoekend ontvangt hij stuifmeel van de meeldraad die op dat moment opgericht is en waarvan de helmknop zich heeft geopend. De vruchtbare meeldraden richten zich namelijk één voor één op, elke dag één. Als de helmknop zijn stuifmeel kwijt is, buigt de meeldraad verder naar buiten en verliest zijn helmknop. Op de foto rechtsboven is te zien dat twee meeldraden hun helmknop kwijt zijn; twee hebben hun helmknop nog en zijn naar buiten gebogen; één staat nog boven de stamper. Pas als alle meeldraden naar buiten zijn gebogen en hun helmknoppen kwijt zijn, is de stamper ontvankelijk voor bestuiving. Ook dan blijven de staminodia insecten lokken, want er moet natuurlijk wel stuifmeel overgebracht worden naar de stempels van de stamper.
Uit de bevruchte bloemen komen vierkleppige doosvruchten tevoorschijn (foto rechtsonder). Het stoffijne zaad wordt door de wind verspreid.
Parnassia is genoemd naar de berg Parnassus, een berg gewijd aan de Griekse god Apollo en waar de muzen (zijn zussen) zich thuis voelden. Hier zou de plant parnassia ontstaan zijn en voor het eerst gebloeid hebben.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢𝘷𝘢𝘯𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 220: parnassia”