Soort van dag 221: sabelsprinkhanen

(9 augustus 2023)

Sprinkhanen en krekels zijn vrij grote insecten met een fors lichaam en een stompe kop. De monddelen zitten aan de onderzijde. Met hun sterk ontwikkelde achterpoten kunnen ze springen. Ze hebben meestal twee paar vleugels. De voorste vleugels zijn steviger dan de achtervleugels. Ze maken geluid door delen van hun lichaam tegen elkaar aan te wrijven. Striduleren heet dat.

In Nederland komen 50 soorten voor (wereldwijd 11.000 soorten). Eén soort is al aan de orde geweest: de veenmol, herkenbaar aan zijn graafpoten. De rest kan onderverdeeld worden in twee hoofdgroepen: de langsprieten (sabelsprinkhanen en krekels) en de kortsprieten (doornsprinkhanen en veldsprinkhanen). De langsprieten hebben lange sprieten en de vrouwtjes hebben een verlengde (sabelvormige) legboor. Van de kortsprieten zijn de sprieten korter dan het lichaam.
Krekels zijn platter, altijd bruin en hebben langere staartdraden dan sabelsprinkhanen. Krekels worden minder vaak aangetroffen. Ze komen vooral voor tussen bladeren op de heide en in droge bossen. Nederlandse sabelsprinkhanen leven vooral in graslanden en worden ook in tuinen aangetroffen. Langsprieten zijn alleseters: ze eten plantaardig en dierlijk materiaal (o.a. insecten).
Hier vind je een zoekkaart sprinkhanen en krekels.

Vrouwtjes leggen met behulp van hun legboor eitjes in de grond of in schorsspleten. De eitjes overwinteren en komen in het nieuwe jaar uit. De nimfen lijken al veel op hun ouders, maar zij hebben nog geen vleugels. Na ongeveer zes keer vervellen zijn zij volwassen. Als de vorst invalt, sterven alle sprinkhanen. Al ziet de legboor er vervaarlijk uit, de vrouwtjes zullen je er niet mee steken.

Op de foto’s zie je vier van de vijftien in Nederland voorkomende sabelsprinkhanen. Links zie je het gewoon spitskopje (vrouwtje). Rechts zie je van boven naar beneden: zuidelijk spitskopje (vrouwtje), struiksprinkhaan (mannetje) en grote groene sabelsprinkhaan (vrouwtje).

Spitskopjes hebben een spitse kop en een bruine rug. Het gewoon spitskopje, ook wel rietsprinkhaan genoemd, is vooral te vinden op vochtige plekken zoals rietlanden. De meeste exemplaren hebben korte vleugels. Het geluid bestaat uit een zoemgeluid afgewisseld met zich snel herhalende tikken, het best te horen met een vleermuisdetector.
Het zuidelijk spitskopje heeft langere vleugels dan het gewoon spitskopje. De legboor is rechter dan van het gewoon spitskopje. Deze soort komt in allerlei ruige kruidenvegetaties voor. Het geluid is luider dan van het gewone spitskopje (ratelachtig zoemgeluid).

De struiksprinkhaan is een bolle, groene sabelsprinkhaan met kleine, donkere puntjes. De vleugels zijn zo kort dat ze niet kunnen vliegen. Ze leven in bomen en struiken op allerlei plekken, ook in tuinen. Ze maken een hoog tikkend geluid, vaak alleen met een vleermuisdetector te horen.

De grote groene sabelsprinkhaan is onze grootste sprinkhaan en komt algemeen voor. Hij kan acht centimeter lang worden (inclusief vleugels). De vleugels steken ver achter de romp uit. De vrouwtjes hebben een lange, vrijwel rechte legboor. Door hun grasgroene kleur vallen ze niet echt op (tenzij ze ineens bovenop je springen). Dit is de sprinkhaan die je op een mooie zomeravond kunt horen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘪𝘴-𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 221: sabelsprinkhanen”

Plaats een reactie