Soort van dag 241: heidelibellen

(29 augustus 2023)

Afgelopen weken heb ik meerdere heidelibellen gezien. Op de heide, maar ook in onze tuin. Want heidelibellen zijn niet gebonden aan heide, maar zijn overal in ons land te vinden bij stilstaand of zwak stromend water en soms ver daarvandaan. Het zijn libellen die je tot diep in de herfst kunt zien, ook in je tuin, zeker als je veel bloeiende planten hebt staan waar insecten op af komen.

Heidelibellen zijn echte libellen, net zoals de gewone oeverlibel. De juffers, verwant aan de libellen, kwamen ook al voorbij. Echte libellen zijn groter dan juffers en in rust zijn de vleugels gespreid.
In Nederland komen negen soorten heidelibel voor. De drie meest voorkomende soorten zijn de steenrode, de bruinrode en de bloedrode heidelibel. Bij alle drie hebben de mannetjes een rood achterlijf, bij de een wat feller rood dan bij de ander. Bij vrouwtjes is het achterlijf eerst geel en later bruin. Ook jonge mannetjes hebben een geel achterlijf, maar die hebben geen legboor.
Hoe onderscheid je deze drie soorten van elkaar? Op de website van de Vlinderstichting vind je een herkenningskaart heidelibellen waar alles goed is uitgelegd. De poten van de bloedrode zijn helemaal zwart. Van de andere twee zijn ze zwart met geel (lichtbruin). Verder loopt bij de steenrode het zwarte streepje op het voorhoofd (tussen de ogen) langs de oogranden naar beneden (de zogenaamde ‘hangsnor’). De bruinrode heeft wel een streepje maar die loopt niet door naar beneden. (Ik heb het niet op de foto staan. Een volgende keer zal ik toch maar proberen om de heidelibellen van voren te fotograferen.) Bij het mannetje van de steenrode is het achterlijf verder enigszins knotsvormig verbreed. De legboor van het vrouwtje bruinrode is stomp; die van de steenrode is spits.

In de collage zie je bovenaan de bruinrode heidelibel (vrouwtje; met stompe legboor; ik heb er een pijl bij gezet). Daaronder tweemaal mogelijk een steenrode (mannetje, met verbreed achterlijf). Rechts onderaan zie je een onbekende heidelibel; deze heb ik twee jaar geleden eind oktober gefotografeerd toen hij op de muur van ons huis genoot van de laatste zonnestralen en de warmte van de muur. Links onderaan zie je nog een rode libel. Dat is een vuurlibel, een soort uit een ander geslacht. Deze is onmiskenbaar door zijn brede achterlijf (verwant aan de oeverlibel).

Vrouwtjes heidelibel zetten in de nazomer / najaar hun eitjes af in het water of in de modder bij water. Eitjes van de steenrode heidelibel worden ook wel afgezet op flab (matten van draadalgen). De soort overwintert als ei. De eitjes komen in het voorjaar uit. De larven eten allerlei waterdiertjes. De eerste exemplaren sluipen, afhankelijk van de soort, in mei uit; de laatste worden in de herfst volwassen. En dan is het voortplantingstijd en worden de eitjes afgezet. Als het echt koud wordt, sterven de ouders. Al met al hebben de heidelibellen dus een cyclus van een jaar (terwijl bijvoorbeeld de gewone oeverlibel meerdere winters als larve leeft).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘸𝘦𝘣𝘴𝘪𝘵𝘦 𝘷𝘢𝘯 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭

Plaats een reactie