Soort van dag 253: hangmatspinnen

(10 september 2023)

Ook vandaag kun je nog spinnen tellen in huis en tuin (https://www.tuintelling.nl/). Gisteren ging het om de meest opvallende spinnen, namelijk de wielwebspinnen. Vandaag gaat het om de familie met de meeste soorten in ons land (237), namelijk de hangmatspinnen, ook wel baldakijnspinnen genoemd. Een aantal soorten zijn middelgroot en vrij goed herkenbaar aan het patroon op hun achterlijf. Een groot deel zijn zogenaamde dwergspinnen: donkere, glanzende spinnetjes zonder achterlijfpatroon van een tot drie millimeter (foto’s rechts). Deze zijn alleen met een microscoop op naam te brengen. De exemplaren op de foto heb ik uit een struik geschud en opgevangen in een witte bak (vangmethode klopscherm).

De webben van hangmatspinnen zul je vast wel eens gezien hebben, vooral op een nevelige ochtend in het najaar. De webben zijn hangmatvormig en hangen in hagen (foto linksonder) of tussen de planten op bijvoorbeeld de heide (foto rechtsonder). In tegenstelling tot de draden van wielwebben kleven de draden van het web niet. De spin zelf hangt ondersteboven onder het web of heeft zich verstopt in een holletje dat verbonden is met het web. Voelt de spin trillingen in haar web, dan schiet ze tevoorschijn, bijt de prooi van onderen door het web heen en injecteert die met gif. Vervolgens trekt ze de prooi naar zich toe. Mieren kunnen deze val nog wel uit komen, maar zwaardere insecten zoals kevers en vliegen zijn verloren.
Ook andere spinnenfamilies maken hangmatvormige webben. Zit er een trechtervormige vluchtweg aan, dan heb je te maken met trechterspinnen. Zijn het warrige, kleverige, driedimensionale webben, dan gaat het om kogelspinnen.

De dwergspinnen worden ook wel hoog in de lucht aangetroffen, tot op 10 km hoogte. Uiteraard kunnen ze niet vliegen, maar ze zweven daar aan een draadje. Ballooning, wordt dat genoemd. Ook jonge exemplaren van bijvoorbeeld kruisspinnen en wolfspinnen doen aan ballooning. De dwergspinnen kunnen zich op deze wijze sneller en verder (tot 200 km) verspreiden dan andere spinnensoorten en zijn daarmee echte pioniers. Het zijn typische soorten van gematigde streken en ze worden tot in de poolstreken aangetroffen.

Een makkelijk herkenbare en veel voorkomende soort is de herfsthangmatspin (foto linksboven) die je o.a. in heggen en hagen kunt aantreffen. De soort heeft een lichaam van een ruim een halve centimeter groot en is herkenbaar aan het bruine bladpatroon op het achterlijf. Op het borststuk zit een figuur in de vorm van een stemvork. Je kunt volwassen exemplaren tegenkomen van juli tot oktober. Deze spin maakt boven het web struikeldraden waar insecten tegenaan vliegen. Vervolgens storten ze neer.
Mannetjesspinnen moeten in het algemeen uitkijken voor de vrouwtjes, want die zien in hen zeker na de paring een lekker, voedzaam hapje. Mannetjes van de herfsthangmatspin mogen in de paringstijd (september) het web met een vrouwtje delen. Ook na de paring blijft het mannetje nog even om te voorkomen dat andere mannetjes in het web willen kruipen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘉𝘢𝘴𝘪𝘴𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘚𝘱𝘪𝘯𝘯𝘦𝘯, 𝘸𝘦𝘣𝘴𝘪𝘵𝘦𝘴 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢 𝘦𝘯 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Plaats een reactie