(17 september 2023)
Afgelopen week viel me op dat de adelaarsvarens al oranje-geel verkleuren en dat de bossen zo een herfstig tintje beginnen te krijgen. Zodra de eerste nachtvorst invalt, zullen de bladeren instorten. Diep onder de grond zitten de zwarte, sterk vertakte wortelstokken. Aan elk uiteinde daarvan ontspruit in het volgende voorjaar weer een ingerold blad. De onderste zijassen van de bladeren zijn apart opgerold. De jonge bladeren zijn behaard. Aan het begin van de zomer zijn de bladeren helemaal uitgevouwen. Een blad kan wel drie meter hoog worden! Dus wat je ziet is één blad dat uit heel veel deelblaadjes bestaat (een blad is drie tot vier maal geveerd).
In de zomer vormen de sporen zich aan de bovenrand van de deelblaadjes. De sporen zijn me nog nooit opgevallen. Maar het schijnt dat er niet elk jaar sporen zijn (volgens een Duits boek in elk geval wel in goede wijnjaren). Sporen ontkiemen alleen op kale grond. Adelaarsvarens breiden zich vooral uit via hun wortelstokken.
En de naam adelaarsvaren? Als je de bladsteel aan de voet doorsnijdt, kun je in de doorsnede met een beetje fantasie een dubbelkoppige adelaar herkennen.
De adelaarsvaren is een echte kosmopoliet. Hij heeft zich op eigen kracht (dus zonder hulp van de mens) over bijna de hele wereld verspreid. Alleen in woestijn- en poolgebieden, boven de boomgrens en in het Amazonegebied ontbreekt deze varen. In Nederland komt de adelaarsvaren vooral voor op (voedselarme en kalkarme) zandgronden. Je ziet ze in eiken-beukenbossen, maar ook op kapvlaktes. Adelaarsvarens kunnen hele oppervlakken bedekken en gedragen zich daarbij, ondanks dat ze inheems zijn, agressief. Dat is vooral het geval op open plekken met veel licht. In de zomer nemen de grote bladeren al het licht weg en onder die bladeren groeien dan ook bijna geen andere planten. In de winter verteert de dikke laag met bladeren slechts langzaam en dit verteerde blad is giftig voor veel planten. Ook zaden van bomen kunnen hierin niet kiemen. Als een bos met adelaarsvaren als onderbegroeiing wordt gekapt, zal de varen de overhand krijgen en komt er dus niet spontaan weer nieuw bos.
Een van de weinige planten die onder adelaarsvarens kunnen groeien, zijn bosanemonen. Een plant die wel in het strooisel van adelaarsvarens kan ontkiemen, is de rankende helmbloem (foto rechtsonder). Op dode bladstelen groeit een klein paddenstoeltje, het varenknotsje. Op de plekken waar de zijassen van de bladeren zich afsplitsen, scheidt de varen zoet vocht uit. Hier komen mieren op af. Bladeren van adelaarsvarens zijn giftig voor mens en dier. Er zijn mensen die jonge varenspruiten eten. Je kunt dat beter niet doen, want er zitten kankerverwekkende stoffen in.
Een dier dat de monotonie van adelaarsvarens kan doorbreken, is het everzwijn. Everzwijnen wroeten in de grond en eten in de winter graag van de voedselrijke wortelstokken. Zo ontstaan kuilen en gaten in de adelaarsvarenvegetatie waar zaden kunnen ontkiemen. Alleen: in ons land hebben we aan banden gelegd waar everzwijnen mogen voorkomen en hoeveel.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘰𝘴𝘸𝘢𝘤𝘩𝘵𝘦𝘳𝘴𝘣𝘭𝘰𝘨.𝘯𝘭
