(23 september 2023)
Wist je dat er planten zijn die meerdere jaren onzichtbaar onder het maaiveld leven? Pas als de tijd gekomen is om zich voort te planten, verschijnen de bloemen bovengronds. Ik heb het hierbij over parasitaire planten. Zij bevatten geen bladgroen en hebben geen zonlicht nodig. Ze halen alle benodigde stoffen (water, mineralen, organische voedingsstoffen) uit andere planten. Deze gastheerplanten zullen altijd (enige) schade ondervinden van de parasieten: achterstand in groei, geen bloei of vatbaarder voor ziektes.
Een plantenfamilie waarin verschillende parasieten voorkomen, is de bremraapfamilie. Het gaat hierbij om de geslachten bremraap en schubwortel. Tot deze familie behoren ook halfparasieten zoals ratelaar. Halfparasieten hebben wel bladgroen.
Het zaad van een bremraap ontkiemt alleen in de buurt van de wortels van de gastheerplant. De ontkieming wordt op gang gebracht door stoffen die door de wortels worden uitgescheiden. Er wordt een kiemworteltje gevormd dat de wortel van de gastheerplant binnendringt. Vervolgens ontstaat er een knol (‘raap’) waarin de weefsels van de gastheerplant en de parasitaire plant met elkaar verweven zitten. De parasiet onttrekt wat hij nodig heeft aan de gastheerplant. Hij geeft, zoals het een echte parasiet betaamt, er niets voor terug.
Na maanden, maar het kan ook na jaren zijn, vormt de parasiet een aantal bloemstengels. Deze breken uit de knol naar buiten, groeien de grond uit en kunnen enkele decimeters hoog worden. De bloemstengel is strokleurig en bedekt met schubben. Na de bloei verdort de stengel, maar is nog wel lang herkenbaar. De knol sterft meestal na de bloei af.
In Nederland komen tien bremraapsoorten voor. Ze zijn in het algemeen moeilijk van elkaar te onderscheiden. Het beste herkenningsmiddel is de gastheerplant. Bloemen van bremrapen zijn tweelippig en lijken wel wat op leeuwenbekjes. Ze worden bestoven door o.a. bijen en hommels. De stoffijne zaden worden door de wind verspreid. Het zaad is lang kiemkrachtig, zeker tien jaar.
Sommige bremraapsoorten parasiteren op heel algemeen voorkomende planten zoals duizendblad (blauwe bremraap) en akkerdistel (distelbremraap). Toch zie je niet op al de groeiplaatsen van deze gastheerplanten bremrapen verschijnen. Blijkbaar moeten de omstandigheden waaronder de zaden willen ontkiemen, heel specifiek zijn.
Op de collage zie je onderaan drie bremrapen. Links de bitterkruidbremraap die parasiteert op echt bitterkruid. Deze komt voor in kalkrijke duinen. Daarnaast zie je de klavervreter. Deze parasiteert op rode klaver en andere vlinderbloemigen. Deze is te vinden in vochtige, voedselrijke graslanden en op dijken en bermen in kleigebieden. Rechts zie je de klimopbremraap die parasiteert op klimop. Je vindt deze in toenemende mate in parken en plantsoenen in stedelijk gebied.
Schubwortels hebben ondergrondse wortelstokken, bedekt met schubben. In ons land komen twee soorten voor. Bleke schubwortel is inheems en zeer zeldzaam. De kans om een paarse schubwortel te zien is groter. Deze soort die in het wild in België voorkomt, staat o.a. in tuinen en heemparken zoals De Braak in Amstelveen (foto linksboven). Bij deze plant komen de bloemen direct uit de wortelstok, dus je ziet geen stengel. Ze bloeien van maart tot mei. Schubwortels parasiteren op diverse boomsoorten.
Er komen in ons land nog enkele (zeer zeldzame) parasitaire planten voor. Een aparte categorie zijn de warkruiden (windefamilie). Deze hebben een geheel bovengronds leven. Op de foto rechtsboven zie je de bloemen van groot warkruid die o.a. grote brandnetel als gastheer heeft. Deze eenjarige plant heeft geen wortels en bladeren, wel windende stengels. Hij hecht zich vast via een soort zuignappen en onttrekt zo alles wat hij nodig heeft aan de gastheerplant.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘏𝘦𝘶𝘬𝘦𝘭𝘴’ 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥

Eén gedachte over “Soort van dag 266: parasitaire planten”