Soort van dag 276: zeekraal en klein schorrenkruid

(3 oktober 2023)

Voor mooie herfstkleuren hoef je niet per se naar het bos of een park. Ook op de buitendijkse gebieden van het Wadden- of Deltagebied kun je planten met mooie herfstkleuren aantreffen. Het gaat hierbij om zeekraal en klein schorrenkruid, soorten uit de amarantenfamilie, die in het najaar rood verkleuren.

Veel soorten uit de amarantenfamilie hebben zich aangepast aan bijzondere omstandigheden. Er zijn soorten met hele smalle bladeren die goed tegen droogte kunnen. En er zijn soorten die op zoute bodems groeien. Veel soorten zijn eenjarig. De planten kiemen in het voorjaar en de bloemen verschijnen in de (na)zomer). De bloemen zijn klein, onopvallend en vaak groenachtig.
Verschillende soorten van deze familie zijn ‘stepperollers’. Als de zaden rijp zijn, sterft de plant bij de wortel af. De wind breekt de plant af en neemt hem mee en rolt hem voort. Onderweg verliest de plant zijn vruchten of zaden.
Soorten van de amarantenfamilie bevatten betacyaninen als kleurstof (de kleurstof van rode bieten). Dankzij deze kleurstoffen kleuren zeekraal en klein schorrenkruid in de herfst rood.

Zeekraal en kleine schorrenkruid zijn aangepast aan een leven op een zoute bodem en kunnen allebei goed tegen overstromingen. Zoute bodems vind je in kustgebieden, zoutsteppen (zoals bijvoorbeeld in Zuidoost-Europa) en zoutwoestijnen. In ons land gaat het om slikken en platen (in Noord-Nederland wadden genoemd), schorren (in Noord-Nederland kwelders genoemd) en zilte graslanden. Zilte graslanden vind je ook binnendijks, bijvoorbeeld bij de inlagen langs de kust van Schouwen waar zoute kwel optreedt (foto linksboven).
Klein schorrenkruid en zeekraal zijn zogenaamde echte halofyten (zoutplanten). Echte halofyten nemen met hun wortels zout op en slaan dit in hun cellen op. Zeekraal en klein schorrenkruid hebben een vetplantachtig uiterlijk: ze slaan net zoals vetplanten ook water op en verdunnen zo de zoutconcentratie in hun cellen. Wordt het zoutgehalte te hoog, dan ontstaat er ‘stress’. De plant kleurt rood en sterft af.
Ons land kent nog meer echte halofyten waarvan zeeaster denk ik de bekendste is. Deze slaat het zout op in de onderste bladeren en laat deze vallen als het zoutgehalte te hoog is geworden. Op de foto rechtsboven zie je zeekraal samen met melkkruid. Deze heeft zoutklieren die het overtollige zout uitscheiden. Je ziet: planten kennen verschillende strategieën om met zout in de bodem om te gaan.

Als je van het slik richting schor loopt, kom je als eerste plant zeekraal tegen (drie foto’s bovenaan). Elke ‘kraal’ is een stengellid dat bestaat uit een vergroeiing van de stengel en twee bladeren. In de zomer zijn de planten groen en in de herfst verkleuren ze rood of oranjegeelbruin, afhankelijk van de soort. Er komen in ons land drie soorten zeekraal voor.
Zeekraal kan uitsluitend op zoute bodems groeien. Voor de ontkieming van de zaden in het voorjaar is wel zoet water (regenwater) nodig. Zaden van zeekraal worden door allerlei vogels, met name trekvogels, gegeten. Smienten zijn gek op de kiemplantjes. Mensen eten het als groente. Zeekraal op slikken vangt slib en zorgt zo voor ophoging van de bodem.

Klein schorrenkruid (twee foto’s onderaan) vestigt zich vooral op de hoogwaterlijn in aanspoelsels van wieren. In de zomer is de plant blauwgroen. Als stepperoller neemt de plant ook zaden van andere planten mee, zoals van zeeaster. Op de plek waar een plant tot rust komt, ontkiemen het volgende voorjaar heel veel plantjes.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘖𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘤𝘰𝘮𝘢𝘳𝘦.𝘯𝘭, 𝘴𝘤𝘩𝘦𝘭𝘥𝘦𝘴𝘤𝘩𝘰𝘳𝘳𝘦𝘯.𝘣𝘦

Plaats een reactie