Soort van dag 280: elfenbankjes

(7 oktober 2023)

Het ene elfenbankje is het andere niet. In Nederland komen van het geslacht elfenbankje zes soorten voor (wereldwijd zijn er 195 soorten beschreven). Daarnaast zijn er nog soorten die erg op elfenbankjes lijken en zo ook genoemd worden.
Elfenbankjes zijn houtzwammen, ook wel gaatjeszwammen genoemd. Dat betekent dat ze aan de onderzijde kleine gaatjes (poriën) hebben waar de sporen uit komen. Bij houtzwammen kun je de laag met poriën er niet afkrabben (wat wel kan bij boleten).
Er zijn houtzwammen met meerjarige vruchtlichamen zoals de echte tonderzwam. Die van de elfenbankjes zijn eenjarig. Je kunt ze het hele jaar door aantreffen op dood loofhout, soms ook als wondparasieten. De hoeden van de elfenbankjes kunnen groen uitslaan door algen.

Alle elfenbankjes veroorzaken witrot. Bij de zwavelzwam kwam bruinrot aan de orde: hierbij wordt cellulose afgebroken en verkleurt het hout roodachtig bruin in een blokjespatroon. Bij witrot wordt een andere stof uit hout, lignine, afgebroken. Het hout krijgt een bleke, vezelachtige structuur en het wordt sponsachtig.

Op de foto’s zie je links het gewoon elfenbankje en rechts de witte bultzwam.
Het gewoon elfenbankje is zeer algemeen voorkomend en kun je door het hele land vinden op dood loofhout (en soms naaldhout). Het heeft een dunne, taaie hoed (je kunt die hoed niet scheuren, merkte ik). De hoed heeft contrasterende kleurzones: wit, beige, okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw en/of zwart. De wetenschappelijke soortnaam ‘versicolor’ (veelkleurig) verwijst daar naar. De Engelse naam is ‘turkey tail’, ook heel passend. De bovenzijde van de waaiervormige hoedjes (3-8 cm) is fijnbehaard. Gewone elfenbankjes groeien dakpansgewijs in groepjes. De poriën aan de onderzijde zijn fijn en rond.
De witte bultzwam is een soort die vooral op beukenhout zit, maar bij ons in de tuin zit die aan de voet van een knotwilg die deels dood is. Ik heb getwijfeld of de soort wel klopt, maar de onderkant is heel kenmerkend voor witte bultzwam. De poriën zijn namelijk langwerpig (zie rechtsonder)

Een soort die op de lichte vorm van het gewoon elfenbankje lijkt, is het gezoneerd elfenbankje. Deze heeft een knobbel bij de aanhechting; het gewoon elfenbankje mist die. Deze zwam vind je vooral op de hogere zandgronden.
Het ruig elfenbankje is, zoals de naam al aangeeft, ruig behaard. Je zou hem kunnen verwarren met het fopelfenbankje (geen echt elfenbankje), alleen heeft die geen poriën maar plaatjes aan de onderzijde.
Het fluweelelfenbankje is aanvankelijk wit en wordt later geel. De kleurzones hebben weinig contrast. Dan is er nog de anijskurkzwam. Het meest kenmerkende aan deze soort is de anijsgeur. Deze vind je op wilgen en populieren.

Elfenbankjes spelen een belangrijke rol als opruimers. Hun vruchtlichamen worden opgegeten door allerlei kleine beestjes. ’s Avonds zit de witte bultzwam vol met mospissebedden. Aan de onderzijde zitten mosmijten zoals je op de foto kunt zien.
Er zijn insecten die gespecialiseerd zijn op (bepaalde) paddenstoelen, namelijk paddenstoelenmuggen en breedvoetvliegen. Zo bestaat er een grote elfenbankjesbreedvoet waarvan de larven in elfenbankjes leven. Groot is die overigens niet: breedvoetvliegjes zijn maximaal 6 mm groot.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘋𝘦 𝘨𝘳𝘰𝘵𝘦 𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘸𝘦𝘨, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭

Plaats een reactie