Soort van dag 284: bruinvis

(11 oktober 2023)

In mijn serie ‘soort van de dag’ blijven zeedieren én zoogdieren een beetje onderbelicht. Het zijn natuurlijk dieren die we in het dagelijkse leven niet zo snel tegen het lijf lopen. Daarom vandaag aandacht voor een zeezoogdier die je met een beetje geluk kunt zien, ook vanaf de wal. (En anders kom je misschien zijn resten wel tegen zoals wij in 2008 op Rottumeroog.)

Een bruinvis is geen vis maar een zoogdier, een tandwalvis om precies te zijn. Walvisachtigen worden onderscheiden in baleinwalvissen en tandwalvissen. Tandwalvissen hebben tanden in hun kaak en één spuitgat. Baleinwalvissen hebben baleinen en twee spuitgaten. Tandwalvissen zijn actieve jagers, terwijl baleinwalvissen hun voedsel uit het water filteren.
Tot de tandwalvissen horen ook de dolfijnen. Een bruinvis hoort tot een aparte familie, de rondsnuitdolfijnen, met wereldwijd zeven vertegenwoordigers. Rondsnuitdolfijnen hebben een bol voorhoofd en nauwelijks een snuit, spatelvormige tanden (zie foto linksonder), een kleine driehoekige rugvin en ze zijn stevig gebouwd. Dolfijnen hebben kegelvormige tanden, vaak een duidelijke snuit en een sikkelvormige rugvin. Bruinvissen springen meestal niet uit het water omhoog. Hierdoor zie je als een dier boven komt om adem te halen, vaak alleen het bovenste deel van zijn rug met rugvin. Een duik van een bruinvis duurt vier à zes minuten.

Bij andere walvisachtigen die in de Nederlandse zoute wateren worden waargenomen, gaat het om dwaalgasten of strandingen. Een regelmatige dwaalgast is de witsnuitdolfijn die zo’n 10 km uit de kust te vinden is. In de afgelopen zeven eeuwen zijn 26 soorten tandwalvissen en baleinwalvissen op de Nederlandse kust gestrand.

In ons deel van de Noordzee komen naar schatting tienduizenden bruinvissen voor. Het is een soort van ondiepe randzeeën. Je ziet ze ook in de zeearmen Oosterschelde en Westerschelde. Ze voeden zich voornamelijk met kleine vissen die in scholen leven zoals bijvoorbeeld haring. Ze leven solitair of in losse groepen, afhankelijk van de hoeveelheid voedsel. De bruinvis maakt gebruikt van echolocatie om hun prooi te lokaliseren.

Bruinvissen zijn vrij klein: maximaal 1,9 meter lang. Ze planten zich voort tussen juni en september. Na 10-11 maanden wordt het kalf geboren. Deze blijft nog 7-8 maanden bij de moeder. Vrouwtjes krijgen elk jaar of om het jaar een jong.

Bruinvissen waren decennialang uit onze wateren verdwenen; in elk geval werden er geen levende dieren gezien. Oorzaken waren waarschijnlijk overbevissing (en daardoor minder voedsel voor de bruinvis) en watervervuiling. Aan het einde van de twintigste eeuw keerden ze terug. Men denkt dat het om een verschuiving gaat: de bruinvissen uit de noordelijke Noordzee hebben zich in onze richting verplaatst omdat ze daar minder voedsel kunnen vinden.
Er zijn nog steeds bedreigingen voor bruinvissen zoals verdrinkingsdood (vast komen zitten in visnetten), verstoring door scheepvaart, lawaai en verontreiniging. Het heien van palen voor windmolens in de zeebodem maakt zoveel lawaai dat bruinvissen die zich op korte afstand van de heilocatie bevinden, door het geluid gedood worden.
Bruinvissen hebben ook natuurlijke vijanden zoals haaien, dolfijnen, orka’s en grijze zeehonden.

Waar kun je bruinvissen spotten? Wij hebben ze gezien vanaf een boot op de Oosterschelde en vanaf de oever bij Schelphoek op Schouwen. Een hele goede plek ligt vlakbij het havenhoofd in Zierikzee. Er loopt hier een wandelroute die ook langs Studio Bruinvis komt waar je bruinvissen kunt horen! Andere plekken waar je vanaf land bruinvissen kunt zien, zijn de zeepieren van IJmuiden, Katwijk en Scheveningen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘤𝘰𝘮𝘢𝘳𝘦.𝘯𝘭, 𝘻𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘸𝘢𝘭𝘷𝘪𝘴𝘴𝘵𝘳𝘢𝘯𝘥𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘳𝘶𝘨𝘷𝘪𝘯.𝘯𝘭, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭

Plaats een reactie