(21 oktober 2023)
Je zou het niet zeggen als je een plukje veenmos vasthoudt: dit plantje heeft delen van het Nederlandse landschap gevormd en ervoor gezorgd dat onze voorouders er warmpjes bij zaten. Veen kan ons helpen bij klimaatverandering. Het slaat, zo lang het nat is, heel veel koolstof op. Levend veen neemt per vierkante meter vijf keer meer kooldioxide op dan bos.
Veenmossen zijn bladmossen, met stengels en blaadjes en zonder wortels. Vocht en voedingsstoffen worden via het bladoppervlak opgenomen. Mossen zijn sporenplanten (zie bij de haarmossen). De sporenkapsels ontspringen aan de top van de stengels. Op de foto bovenaan zie je een plukje veenmos dat ik uit elkaar heb gehaald. Op de detailfoto links daaronder zie je dat de blaadjes van veenmos geen bladnerven hebben.
Een belangrijk kenmerk van veenmos is dat het heel veel water kan vasthouden. Veenmos heeft twee soorten cellen: cellen met bladgroen (voor de fotosynthese) en dode, holle cellen die zich met water volzuigen en door hun vorm dat ook lang kunnen vasthouden. Veenmos kan tot twintig keer zijn volume aan water opnemen.
Veenmosplantjes groeien dicht tegen elkaar aan en vormen uitgestrekte kussens en bulten. Ze groeien bovenaan aan en sterven aan de onderkant af. Zo ontstaan er dikke lagen met afgestorven plantenresten. Dit materiaal vergaat heel traag, want er komt nauwelijks zuurstof bij en het is te zuur voor micro-organismen die normaliter voor afbraak zorgen. (Deze zure en zuurstofloze omstandigheden hebben er ook voor gezorgd dat mensen die in het veen gestorven zijn, zo goed bewaard zijn gebleven als veenlijk.) Zo’n dik pakket van veenmos- en andere plantenresten noemen we veen.
Er wordt onderscheid gemaakt in hoogveen en laagveen. Laagveen ontwikkelt zich onder invloed van (voedselrijk) grondwater. Hoogveen ontwikkelt zich uit regenwater en bestaat grotendeels uit veenmos. Laagveen kan later ook hoogveen worden als het veenpakket zodanig aangegroeid is, dat de vegetatie alleen nog door regenwater kan worden gevoed.
De ontwikkeling van de venen in Europa begon na de laatste IJstijd. Rond het jaar 1000 waren grote delen van ons land nog bedekt door veen. In de eeuwen daarna werden veel van deze gronden in cultuur gebracht (ontwaterd en vergraven) en werd er veen gewonnen als brandstof (turf). Het Nederlandse landschap (en de bijbehorende natuur) is sindsdien ingrijpend veranderd. Ons land kent nog verschillende laagveengebieden. Van het (levend) hoogveen resteren in het oosten nog maar een paar stukjes zoals het Bargerveen en het Haaksbergerveen.
Het hoogveen in Duitsland, Ierland en de Baltische staten wordt nog steeds op grote schaal afgegraven. Ook bij ons wordt dat verkocht, als potgrond en turfmolm. (Zie hier voor alternatieven.)
Er komen in ons land dertig verschillende soorten veenmos voor. Om deze van elkaar te onderscheiden heb je veelal een microscoop nodig. Sommige soorten veenmos komen vooral in hoogveen voor, andere juist in laagveengebieden. De meest algemene soort is gewoon veenmos. Veenmossoorten komen door elkaar heen voor. Op het natuurbouwproject van Stichting De Bovenlanden uit 1988 in Wilnis is dit jaar een mosseninventarisatie gehouden. Er zijn meer dan dertig soorten mossen gevonden waarvan zes soorten veenmos.
Veenmos kan groeien op arme, zure gronden. Bovendien verzuurt en verarmt het zelf zijn omgeving doordat het veel (basische) mineralen opneemt. Er zijn daarom alleen maar heel specifieke planten die in een hoogveengebied willen groeien. Zonnedauw en dwergstruiken van de heidefamilie lukt dat omdat zij op een andere wijze aan mineralen komen. Aan het biotoop hoogveen zijn allerlei soorten insecten en andere dieren gebonden. In veenmosvegetaties komen ook paddenstoelen voor zoals de veenmosgrauwkop die parasiteert op veenmos (foto midden onder).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘨𝘦𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘦𝘷𝘢𝘯𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭, 𝘩𝘰𝘰𝘨𝘷𝘦𝘦𝘯𝘩𝘦𝘳𝘴𝘵𝘦𝘭.𝘯𝘭, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘔𝘰𝘴𝘴𝘦𝘯
