(22 0ktober 2023)
Van het bestaan van sommige diergroepen zijn we ons nauwelijks bewust. Zo is er de stam van de mosdiertjes waarvan wereldwijd zesduizend (nu nog levende) soorten bekend zijn en die in kolonies in m.n. zout water leven. Die kolonies kunnen heel verschillende vormen hebben: van korsten tot mosachtige structuren. Vandaar de naam mosdiertjes. In ons deel van de Noordzee komen 130 verschillende soorten voor.
Toch kunnen we soms mosdiertjes of hun resten wel waarnemen. Zo zag ik een korstvormige mosdiertjeskolonie (zeekantwerk of zeevitrage genaamd) op de rug van een noordzeekrab (foto rechtsonder). Heel spectaculair zijn de afgestorven kolonies van het harige mosdiertje als die aanspoelen op het strand. Dat kan een meter hoge, stinkende laag opleveren. Op de foto’s bovenaan zie je aangespoelde mosdiertjes op Ameland in oktober 2021. In de zomer van datzelfde jaar was er een massale stranding die ook het nieuws haalde. Meer hierover vind je hier.
Mosdiertjes zelf zijn hooguit een millimeter lang en eigenlijk alleen met een loep goed te bekijken en van elkaar te onderscheiden. Elk individu (zoïde) leeft in een soort kalkhuisje (cel); deze cellen zijn allemaal aan elkaar vastgekit tot een kolonie. De diertjes hebben een tentakelkrans waarmee ze plankton uit het water vangen. Elk diertje heeft een darmstelsel en een zenuwknoop (een hart ontbreekt). De individuen staan altijd met elkaar in verbinding.
Een kolonie bestaat meestal uit zowel mannelijke als vrouwelijke diertjes. Eigenlijk zijn ze hermafrodiet maar elk diertje ontwikkelt of alleen eicellen of alleen zaadcellen. De embryo’s ontwikkelen zich in de cel van de moeder of in speciale broedcellen. Uitgegroeide larven worden ‘losgelaten’ en beginnen elders een nieuwe kolonie door zich te klonen.
Mosdiertjes staan aan het begin van de voedselketen in zee. Ze eten plankton en zelf worden ze gegeten door onder meer zee-egels en zee(naakt)slakken. Er zijn allerlei dieren die in de kolonies van mosdiertjes een schuilplek vinden (bijvoorbeeld zeepaardjes) of de kolonie gebruiken als substraat om zich op te vestigen (bijvoorbeeld mosselen). Tussen aangespoelde kolonies kunnen allerlei vogels voedsel vinden.
Zeekantwerk maakt een gaasachtige korst op verschillende soorten ondergrond zoals stenen, schelpen, grote wieren, palen en plastic. Ze zitten vanaf de laagwaterlijn tot enkele tientallen meters diep. Ook vind je ze in riviermondingen en in brak water. De diertjes zelf zijn ca. 0,4 mm groot.
Het harig mosdiertje is ook wel bekend onder de namen harig kantmosdiertje en harige vliescelpoliep. In principe maken deze diertjes ook een korst. Ze zijn dan alleen met een loep van zeevitrage te onderscheiden door naar de haarvormige stekels op het kalkskeletje te kijken. Als er geen substraat is om zich op te vestigen, maken ze de mosachtige vormen door rug aan rug te groeien (foto linksonder). In warm zeewater kunnen ze zich explosief ontwikkelen.
Een andere soort die ik wel eens op het strand heb gevonden, is het breedbladige mosdiertje (helaas geen foto van). Deze maken bladvormige kolonies die op kleurloos zeewier lijken.
Meer voorbeelden van mosdiertjes zie je hier.
Mosdiertjes en poliepen worden wel eens met elkaar verward. Een poliep is het vastzittende stadium van een neteldier. Meer hierover vind je bij de oorkwal. Mosdiertjes kunnen hun kolonie op een poliep vestigen. Als een poliep afbreekt, bijvoorbeeld door sterke stromingen, gaan de mosdiertjes mee en kunnen ze aan land spoelen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
Bronnen: Veldgids Flora en fauna van de zee, Wikipedia, Nature Today, anemoon.org, Gea 1993 nr.1
