(26 oktober 2023)
Op allerlei plekken kun je nog bloeiende gewone berenklauw zien. En als tussen de regen door de zon even schijnt, zie je ook nog allerlei insecten de bloemen bezoeken. Zelfs in de mist zag ik een strontvlieg op een berenklauwscherm zitten.
Gewone berenklauw is een schermbloemige, net zoals fluitenkruid en peen. Hij is verwant aan de exoot reuzenberenklauw. In Nederland is gewone berenklauw na zevenblad en fluitenkruid de algemeenste schermbloem.
De overblijvende plant is vrij grof en fors en kan tot 1,5 meter hoog worden. De stengels zijn gegroefd en behaard. Je kunt dat zien op de foto linksboven. Rechtsboven zie je een foto van de grote schede waarmee een blad vastzit aan de stengel.
Grote berenklauw bloeit na het fluitenkruid, van juni tot in de herfst. De bloemetjes zijn wit; soms kunnen ze een beetje roze zijn. Ze staan in grote schermen. De buitenste bloemetjes zijn ‘stralend’: de buitenste kroonblaadjes zijn groter dan de andere en bovendien zijn ze diep ingesneden.
Net zoals bij de andere schermbloemigen komen er heel veel insecten (meer dan honderdzestig soorten) op de makkelijk bereikbare nectar af. Vliegen, kevers, korttongige bijen en wespen: ze worden allemaal op berenklauw aangetroffen. Op de foto in het midden links zie je, als je goed kijkt, zogenaamde wappervliegen op een bloemscherm. Deze vliegjes die wel wat weg hebben van vliegende mieren, worden ook wenkvliegen genoemd. Onderaan in de collage zie je van links naar rechts: de gewone prachtwapenvlieg, de rozenbladwesp, een sluipvlieg (Eriothrix rufomaculata) en het nazomergitje (een zweefvliegsoort).
Na de bloei verschijnen de vruchten. Deze zijn afgeplat en behaard en hebben brede vleugels. De wind zorgt voor de verspreiding. Zaden ontkiemen pas na een lange vorstperiode.
Naast bloembezoekers zijn op gewone berenklauw nog meer insecten te vinden. De meeste daarvan tref je ook op andere schermbloemigen aan. Een paar insecten zijn min of meer gespecialiseerd op berenklauw.
Op de foto in het midden rechts zie je de rups van het groot platlijfje (een grasmot) die zich ingespinseld heeft in een scherm. De rupsen van deze vlinder vind je ook op pastinaak en groot moerasscherm.
Op de foto in het midden zie je een oranje dwergbladroller. Deze microvlinder legt haar eitjes in de bloemen van gewone berenklauw of gewone engelwortel. De rupsen rollen geen bladeren op zoals andere bladrollers doen, maar ze spinnen een paar zaden samen en eten hiervan.
Holle, dode bloemstengels worden door allerlei insecten en spinnen gebruikt als overwinteringsplek. Daarom is het goed om de stengels pas na de winter te verwijderen.
Je vindt gewone berenklauw op vochtige, (zeer) voedselrijke en vaak licht beschaduwde plekken zoals bermen, lichte loofbossen en ruigten. Je kunt overigens nog een andere forse schermbloemige in nabloei tegenkomen, namelijk de gewone engelwortel. Die groeit op nog vochtigere plekken, is onbehaard en ziet er ‘sappig’ uit.
Gewone berenklauw kan goed tegen herhaaldelijk maaien; beweiding verdraagt hij een stuk minder goed.
De haren van gewone berenklauw kunnen net zoals reuzenberenklauw irritatie en brandblaren veroorzaken, maar veel minder ernstig. Mensen kunnen gewone berenklauw ook eten: jonge bladen, (geschilde) stengels en zaden. De zaden smaken een beetje als kardemom.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘖𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢
