Soort van dag 302: clausilia’s

(29 oktober 2023)

Ooit van clausilia’s gehoord? Ik kom ze zo nu en dan tegen in onze tuin. Clausilia is een familie van kleine huisjesslakken met een langwerpige vorm en waarvan de huisjes linksgewonden zijn. Richt je de top van het huisje omhoog, dan is de mondopening naar links gericht. Dat is bijzonder, want de meeste landslakken zijn rechtsgewonden. Vanwege hun vorm worden clausilia’s ook wel raketjes of torentjes genoemd.
Een week geleden stond er een berichtje op Facebook van iemand die in haar tuin heel veel clausilia’s had gevonden. Dat maakte me nieuwsgierig: waar moet je ze eigenlijk zoeken? Ik las dat ze zich vaak verstoppen onder schors, op de grond in het strooisel en tussen stenen. Tja, dat lijkt net op zoeken naar een speld in een hooiberg. Toch ging ik gisteren op zoek in onze tuin, en warempel: ik vond al snel een aantal die op een half verweerde (geschilde) iepenstronk zaten. Deze stronk staat tussen brandnetels en hondsdraf die er half overheen groeien. Daar vond ik overigens nog een klein slakje, de donkere glimslak, die ik nog nooit eerder had gezien. Wie weet welke mini-slakjes zich allemaal nog meer in onze tuin ophouden!

Wereldwijd komen 1.500 soorten clausilia’s voor, in ons land negen. Om die van elkaar te onderscheiden moet je op een paar dingen letten: het aantal windingen, de structuur (de ribjes op het slakkenhuis), de lengte, de breedte en de vorm van de mondopening van het slakkenhuisje. Ik heb ObsIdentify erop losgelaten en die maakte van de exemplaren die ik had gevonden de grote clausilia.
Nou zijn ze niet echt groot te noemen met hun lengte van 18 mm (en breedte van 4 mm), maar van de clausilia’s die in de Veldgids Slakken en mossels staan, is het zeker de langste. Een soort die bijna net zo lang is, is de gladde clausilia, maar die heeft geen ribjes.
De grote clausilia, ook wel grote regenslak genoemd, is een vrij algemeen voorkomende soort in grote delen van ons land. Je vindt hem niet alleen in tuinen, maar ook in bossen en op dijken met stenen taluds. Veel clausilia-soorten leven in kalkrijke gebieden (Zuid-Limburg, duinen), maar de grote clausilia vind je ook op plekken met minder kalk.

In september worden de piepkleine eitjes gelegd, in een zelf gegraven kuiltje tussen dode bladeren of in de strooisellaag. Rond deze tijd komen de baby’s tevoorschijn. Over twee jaar zijn ze uitgegroeid. Ze kunnen vier jaar oud worden.
Clausilia’s eten algen die op beschaduwde bomen en stenen zitten. Door hun vorm kunnen ze zich bij droogte goed terugtrekken in allerlei spleten en kieren.

De naam clausilia is afgeleid van clausilium, de wetenschappelijke term voor het afsluitklepje (een soort deurtje) waarmee de mondopening afgesloten kan worden. Dit klepje kantelt opzij als de slak naar buiten komt. Zo kan de slak zich beschermen tegen vleesetende keverlarven. Clausilia’s worden in het Engels ‘door snails’ genoemd. Ik vind deurslakken een veel makkelijker te onthouden naam dan clausilia’s.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯: 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘚𝘭𝘢𝘬𝘬𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘴𝘴𝘦𝘭𝘴, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘥𝘦𝘵𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘦𝘳𝘦𝘯.𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 302: clausilia’s”

  1. 2025 Leuk om te lezen deze info, nadat we op zoek waren naar info over deze slak. Ai had het trouwens fout;)

    Bedankt

    Like

Geef een reactie op Rita Meijerink Reactie annuleren