Soort van dag 318: galwespen

(14 november 2023)

Ook insecten moeten de komende winter door zien te komen. Galwespen doen dat als larve in een gal, veilig opgeborgen en met voldoende voedsel. Gallen zijn woekeringen (afwijkingen van het normale uiterlijk van een plant) die de plant zelf vormt als reactie op een ander organisme zoals een galwesp.
Het vrouwtje legt met haar legboor eitjes in het plantenweefsel. Als de eitjes uitkomen, scheiden de larfjes bepaalde stoffen uit. Als reactie hierop vormt de plant een gal. Hoe die gal eruit ziet, verschilt per soort galwesp en in welk deel van de plant de eitjes gelegd zijn. Elke soort galwesp heeft een bepaalde waardplant. Ook zijn er galwespen die eitjes leggen in bestaande gallen. Deze gallen zien er vervolgens vaak wat afwijkend uit. In ons land komen zo’n tachtig verschillende soorten galwespen voor en vele daarvan hebben de eik als waardboom.
Gallen kunnen best opvallend zijn, maar de galwespen zelf zijn dat niet. Ze zijn maar 1-8 mm groot. Meestal zijn ze roodbruin of zwart van kleur.

De meeste galwespsoorten kennen binnen een jaar twee generaties: een seksuele generatie, met zowel mannetjes als vrouwtjes, en een aseksuele generatie met alleen vrouwtjes. De gallen van de verschillende generaties zien er anders uit en zitten op een andere plek van de plant. Vroeger werden die generaties daarom wel als aparte soorten beschouwd. Al die gallen en galwespen hebben hun eigen verhaal. Ik licht er twee uit. (Zie ook de mosgal.)

Op de foto linksboven zie je ananasgallen op een eik, met de aseksuele generatie van de ananasgalwesp. De eitjes zijn in een bladknop gelegd en de knopschubben vormen de gal. In elke ananasgal zit een zogenaamde binnengal met één larve. Deze wordt in augustus naar buiten gedrukt en valt op de grond. In het voorjaar komt daar een aseksueel vrouwtje uit. Zij legt haar eitjes in de meeldraden van een eik. Uit de piepkleine gallen die hieruit voortkomen, kruipen in mei / juni de mannetjes en de vrouwtjes van de seksuele generatie. De bevruchte vrouwtjes leggen vervolgens hun eitjes in de knoppen van de eik.

In het midden zie je een eikenboom vol aardappelgallen. Ook hier zijn de eitjes in de bladknop gelegd, maar hier zwelt het bladweefsel op. In deze grote gallen zit de seksuele generatie van de aardappelgalwesp. In één gal kunnen wel dertig larfjes zitten, elk in een eigen kamertje. Soms zitten er ook larfjes van parasiterende galwespen in. In de zomer vliegen de mannetjes en vrouwtjes uit, ze paren en vervolgens kruipen de vrouwtjes in de grond waar ze hun eitjes afzetten op jonge wortels van de eikenboom. Ook hier ontstaan gallen. In februari kruipen de aseksuele vrouwtjes uit de grond. Ze hebben geen vleugels en lopen langs de boomstam omhoog naar de bladknoppen waarin ze hun eitjes afzetten.

In de collage zie je naast de ananasgal knikkergallen (aseksuele generatie, op eik). Lege knikkergallen blijven nog jarenlang aan de boom hangen en bieden andere insecten een schuilplaats. Rechtsboven zie je zogenaamde gordelgallen: zwellingen van de bladnerf van een eikenblad (seksuele generatie). Op de middelste rij zie je links een plaatjesgal en rechts rode erwtengallen op eikenblad, allebei met de aseksuele generatie. In de herfst vallen de bladeren op de grond waar de larfjes in de gallen overwinteren.
Op de onderste rij zie je links gallen op hondsdraf (hondsdrafbesjesgalwesp). Daarnaast zie je gallen op kruipwilg van een bladwesp. Rechts zie je bladgallen van de esdoorngalwesp.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De galwespen zijn als soortgroep voorgedragen door Bart de Koning.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘗𝘭𝘢𝘯𝘵𝘦𝘯𝘨𝘢𝘭𝘭𝘦𝘯, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘭𝘢𝘥𝘮𝘪𝘯𝘦𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳𝘴.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 318: galwespen”

Plaats een reactie