Soort van dag 325: rugstreeppad

(21 november 2023)

Amfibieën hoor je nu eigenlijk niet meer tegen te komen. Normaliter gaan ze in september / oktober in winterslaap. Bij zacht najaarsweer, zoals nu, kan dat ook later zijn. Als je op waarneming.nl kijkt, zie je verschillende recente waarnemingen van padden, kikkers en salamanders.
Het grootste deel van de amfibieën zoekt voor de overwintering donkere, beschutte plekjes op; slechts enkele overwinteren onder water in de modder. Padden overwinteren nooit in het water. Ze kruipen in holletjes onder de grond, diep genoeg om niet te bevriezen. Een holletje dat bedekt is door een dikke laag bladeren en strooisel, is helemaal ideaal. Volwassen rugstreeppadden graven zich soms meer dan een meter diep in. Daar blijven ze tot april zitten.

Rugstreeppadden zijn kleiner dan de gewone pad. Ze worden tot 7 cm groot. Ze zijn grijsbruin met bruine en groene vlekken. Kenmerkend is de gele streep die over hun rug loopt, ook al kan die ook ontbreken. Hun wratten hebben rode vlekjes. De iris van de rugstreeppad is groengeel met een horizontale pupil. In de voortplantingstijd (april tot in augustus) maken de mannetjes een kenmerkend en opvallend geluid dat verward kan worden met het geluid van de veenmol of de nachtzwaluw. Hier hoor en zie je een roepend mannetje. Op de foto zie je rugstreeppadden die ik in onze tuin heb gezien.

De ideale leefomgeving voor een rugstreeppad heeft ondiep, snel opwarmend water waarin de eisnoeren afgezet kunnen worden en de larven kunnen opgroeien. Dat kunnen tijdelijke watertjes zijn zoals een regenplas, ondergelopen graslanden of karrensporen. Ook gebruiken ze duinplasjes, vennen en oevers van vorig jaar geschoonde sloten. De eitjes komen, afhankelijk van de temperatuur, tussen de twee dagen en twee weken uit. De metamorfose van larve naar volwassen kikker kan al na drie weken plaatsvinden, maar kan ook drie maanden duren. Larven van de rugstreeppad voeden zich hoofdzakelijk met organisch materiaal, algen en plantendelen.
Volwassen rugstreeppadden eten insecten, zoals vliegen en mieren, spinnen en andere ongewervelden. Ze gaan ’s nachts op jacht. Overdag schuilen ze in muizenholletjes of zelf gegraven holletjes. Ook schuilen ze onder tegels, in tractorbanden of onder andere elementen. Voor de winter moet de schuilplaats vorstvrij zijn en boven het grondwater liggen. Plekken waar ze makkelijk kunnen graven en met allerlei schuilelementen, zijn dus heel geschikt.

Rugstreeppadden lopen, net zoals de gewone pad. Op zoek naar een geschikt leefgebied leggen ze afstanden af van 5 km. En zo kunnen deze pioniers nieuwe gebieden koloniseren.
Rugstreeppadden houden van dynamische milieus zoals duinen en langs de grote rivieren, want daar vind je bodems waar je in kunt graven en met (tijdelijke) watertjes. Daarnaast komen ze voor in heidegebieden en veenweidegebieden. Deze gebieden zijn niet echt dynamisch; wat ze kenmerkt is dat er weinig schaduw is en dat de vegetatie laag is. Als een plek begroeid raakt met bomen en struiken, dan verdwijnt de rugstreeppad en komt de gewone pad.
Je vindt rugstreeppadden niet alleen op natuurlijke dynamische plekken, maar ook op plekken waar mensen voor dynamiek zorgen, zoals akkers, zand- en kleiafgravingen en opgespoten terreinen. Daardoor worden ze ‘gevreesd’ door projectontwikkelaars en gemeenten. Want rugstreeppadden zijn beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Wil je gaan bouwen in een gebied met rugstreeppadden, dan moet je eerst ontheffing vragen. Vooraf kun je maatregelen treffen zoals het (met toestemming) verplaatsen van rugstreeppadden, het plaatsen van paddenschermen of het zorgen voor vervangende voortplantingswateren. Meer hierover lees je in de Soortenstandaard Rugstreeppad.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De rugstreeppad is voorgedragen door Bart de Koning.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘳𝘷𝘰.𝘯𝘭, 𝘳𝘢𝘷𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Plaats een reactie