(11 december 2023)
En staat de kerstboom al? Heb je gekozen voor een neppe of een echte? Een groot deel van onze kerstbomen zijn fijnsparren die op ‘akkers’ groeien en na vier tot zes jaar worden ‘geoogst’ (gekapt). Op de website van MilieuCentraal lees je meer over kerstbomen.
Ook in onze bossen staan fijnsparren. Deze zijn aangeplant, net zoals andere soorten sparren en andere exotische naaldbomen. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de fijnspar ligt in Scandinavië en de hogere gebieden van Centraal-Europa (daarvan ligt de Harz het dichtst bij ons land). Fijnsparren zijn vanaf de 19e eeuw op grote schaal in productiebossen in West-Europa aangeplant, vooral vanwege het hout (vurenhout). Van het Nederlandse bosoppervlak bestond begin dit jaar 2,7 % uit fijnsparrenbossen. Daarnaast vind je de boom in gemengde bossen.
Fijnsparren wortelen vrij ondiep en zijn daarom gevoelig voor droogte en stormen. De naalden zijn bij sparren alleenstaand (bij dennen staan ze in tweetallen). Bij verwonding produceert de boom hars die de wond afdekt. Ook is hars bedoeld om vraat door dieren tegen te gaan. De bomen bloeien in mei, met aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen (foto rechtsboven). De kegels zijn langwerpig en hangen. De zaden zijn gevleugeld en worden door de wind verspreid. Ze worden o.a. gegeten door eekhoorns en kruisbekken (soort vinken). Een fijnspar kan 40 m hoog worden en wordt bij ons doorgaans 100 tot 150 jaar oud (maar in productiebossen haalt de boom uiteraard die leeftijd niet). In de gebieden waar ze van nature thuishoren, worden ze veel ouder. De oudst bekende boom ter wereld is een fijnspar in Zweden: 9.950 jaar oud.
Sparrenbossen vind ik saai en onprettig om in te lopen: donker, vochtig, weinig onderbegroeiing, de bodem bedekt met een dik tapijt van naalden en bomen die allemaal te dicht op elkaar staan in onnatuurlijke rijen. Een natuurlijk sparrenbos of een oud productiebos (van meer dan vijftig jaar oud) is gelukkig wel gevarieerder. Door de gesloten kroonlaag is er nauwelijks onderbegroeiing, maar wel een interessante moslaag. Het aanplanten van sparren leidde tot de vestiging van vuurgoudhaan en sijs als broedvogels in ons land. Verder profiteerden goudhaan, zwarte mees en sperwer ervan. Ook voor de eekhoorn zijn sparrenbossen een belangrijk leefgebied.
Productiebossen met sparren kunnen uitzonderlijk rijk aan paddenstoelen zijn. Voor de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe zijn begin deze eeuw ook de sparrenbossen geïnventariseerd. Het bleek dat er veel paddenstoelensoorten voorkomen die op de Rode Lijst staan, vooral in de wat oudere, mosrijke bossen. De onderzoekers hebben in 2016 een lijst samengesteld met de meest waardevolle Drentse sparrenbossen. In een aantal heeft Staatsbosbeheer het kapbeheer inmiddels aangepast; drie bossen op de Hondsrug zijn uitgeroepen tot paddenstoelreservaat en hier zal helemaal niet meer gekapt worden. Maar het gevaar voor deze paddenstoelen is nog niet geweken…
De omstandigheden zijn in ons land van nature niet optimaal voor de fijnspar. Daar komen klimaatverandering (warme en droge zomers, stormen) en stikstofdepositie bij. Fijnsparren, en ook lariksen, verzwakken daardoor en zijn vatbaar voor virussen, schimmels en insecten. Zo’n insect is de letterzetter, een inheemse bastkever. Door de aantasting van de larve onder de schors gaan de bomen dood. Vooral de productiebossen, waar maar één soort boom staat, zijn er vatbaar voor. Staatsbosbeheer kapt daarom de komende jaren in veel bossen de sparren en vervangt deze door inheemse soorten (en exoten die bestand zijn tegen klimaatverandering). Dit probleem speelt overigens niet alleen in ons land: in de Duitse bossen is de letterzetter een echt groot probleem.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘵𝘴𝘣𝘰𝘴𝘣𝘦𝘩𝘦𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘷𝘢𝘬𝘣𝘭𝘢𝘥𝘯𝘣𝘭.𝘯𝘭, 𝘷𝘣𝘯𝘦.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢
