(20 december 2023)
Een zoogdier die we soms in onze tuin zien, is de bruine rat. Zoals afgelopen zomer toen hij in het kippenhok van het kippenvoer kwam eten. Het is een beetje zoeken, maar op de onderste foto’s zit hij onder de voedersilo. Jaren geleden hebben we zelfs een rattennest onder het kippenhok gehad. Regelmatig hebben we dode ratten in onze tuin gevonden; we vrezen dat het om vergiftigde dieren ging. Foto’s daarvan zal ik jullie besparen. Sinds 1 januari van dit jaar is de verkoop van ratten- en muizengif aan particulieren verboden. Oude verpakkingen mogen nog tot 26 december dit jaar gebruikt worden. Er wordt nu vooral ingezet op preventie (beperken van voedselaanbod en schuilplaatsen), weren en bestrijden via klapvallen.
Chemisch bestrijden door particulieren mag niet meer omdat ook andere dieren zoals egels en vogels het slachtoffer worden. Ook dieren die van dode ratten eten (roofvogels, vossen en huiskatten), kunnen aan rattengif sterven.
Bruine ratten horen net zoals de huismuis tot de ware muizen. Met hun lichaamslengte van 30 cm is het de grootste ware muis van ons land. Bruine ratten zijn net zoals huismuizen en zwarte ratten cultuurvolgers: ze zijn (onbedoeld) door menselijk toedoen hier terecht gekomen. Van oorsprong komt de bruine rat voor in steppegebieden van Oost-Azië. In de 18e eeuw werd de bruine rat voor het eerst in West-Europa gesignaleerd. Ze zijn hier gekomen via handelsroutes en de scheepvaart.
Zwarte ratten zijn kleiner dan bruine ratten en hebben een staart die langer is dan hun lichaam; bij bruine ratten is de staart korter. Hier vind je een soortzoeker Muizen van Nederland. Laboratorium- en tamme ratten zijn gedomesticeerde bruine ratten.
Een bruine rat wordt een jaar (maximaal twee à drie jaar). Vanaf drie maanden zijn vrouwtjes geslachtsrijp. Ze zijn constant vruchtbaar. Per jaar hebben ze maximaal vijftien nesten, met gemiddeld acht jongen per nest. Als er genoeg voedsel en nestelgelegenheid is, kan een populatie ratten snel groeien en dat kan eventueel resulteren in een plaag.
Bruine ratten vind je in waterrijke milieus. Gangen en holen maken ze in slootkanten en in moerassen. In stedelijk gebied leven ze in en bij woningen, in het rioolstelsel, langs slootkanten en onder struiken. Ze zijn vooral ’s nachts actief. Ze eten van alles: granen, knolgewassen, groenten, fruit, vlees (huismuizen, kuikens en jonge eenden), vis en voedselresten van mensen. In steden worden ze bestreden als ze een gevaar voor de volksgezondheid vormen, maar het risico daarop is vrij klein. Buiten de bebouwde kom worden ratten niet bestreden. Ze staan daar op het menu van roofvogels en marterachtigen.
Zwarte ratten komen al sinds de vroege middeleeuwen in ons land voor. Ze waren toen heel algemeen. Het zijn dragers van rattenvlooien die besmet kunnen zijn met de pestbacterie. Deze vlooien bijten ook mensen en kunnen zo pestepidemieën onder mensen veroorzaken. De pestbacterie komt in Europa niet meer voor. In andere delen van de wereld overlijden nog jaarlijks duizenden mensen aan de pest.
Toen de bruine rat verscheen, werd de zwarte rat teruggedrongen. Tegenwoordig is de soort zeldzaam en komt ze vooral voor in havensteden en in gebieden met intensieve veehouderij. Ze heeft zich nog beter dan de bruine rat aangepast aan leven in gebouwen. Zwarte ratten worden twee jaar (maximaal vier jaar) en hebben drie tot zes worpen per jaar met gemiddeld zeven jongen per worp. Ze eten vooral plantaardig voedsel.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘻𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘬𝘢𝘥.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘨𝘨𝘥.𝘢𝘮𝘴𝘵𝘦𝘳𝘥𝘢𝘮.𝘯𝘭, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭
