Soort van dag 363: beestjes op kamerplanten

(29 december 2023)

In veel huizen staan exotische kamerplanten en daarop kunnen inheemse beestjes zitten. De natuurlijke vijanden kunnen er meestal niet bij (op spinnen en een enkel lieveheersbeestje na) en daarom kunnen deze beestjes een plaag vormen. Bovendien: wie vindt het nou leuk als er hapjes uit de bladeren van je mooie kamerplant genomen zijn of als je plant plakt vanwege honingdauw, verkleurde of misvormde bladeren krijgt of kwakkelt en uiteindelijk doodgaat? Maar wie zijn die beestjes eigenlijk? En hoe komen ze in je huis? Dat kan op verschillende manieren. Ze kunnen meegekomen zijn met de plant of potgrond. Vaak komen ze binnen via een open raam (tocht), huisdieren of je kleding. En natuurlijk in deze tijd van het jaar: via de kerstboom.

Op onze kerstboom in pot zit bijvoorbeeld een spin (foto linksboven). Het schijnt dat op een kerstboom van een beetje formaat duizenden mijten en springstaarten zitten. Als je je boom uitschudt voordat je hem binnenzet, ben je al veel beestjes kwijt. Doe je dat boven een wit laken, dan kun je de beestjes goed bekijken. De meeste beestjes overleven overigens het binnenklimaat niet: het is voor hun te droog in je huis. Meer over beestjes op kerstbomen lees je op de websites van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen en Nature Today.

Met een kerstboom kan bijvoorbeeld het beestje van de foto rechtsboven meekomen, namelijk een lapsnuitkever. Deze foto stuurde Desirée van Keulen me toe.
Lapsnuitkevers vind je zowel binnens- als buitenshuis. Ze planten zich hoofdzakelijk ongeslachtelijk voort. Buiten doen ze dat met één generatie. In verwarmde kassen en binnenshuis komen meerdere generaties voor waarbij eieren, larven en volwassen kevers gelijktijdig aangetroffen kunnen worden. Er komen in ons land achttien soorten lapsnuitkevers voor waarvan zeven exoten.
Volwassen lapsnuitkevers nemen karakteristieke halfronde happen uit bladeren. De larven zitten in de grond en eten in eerste instantie dood plantaardig materiaal, maar gaan later over op plantenwortels. Larven kunnen bestreden worden met aaltjes (nematoden: rondwormen die parasiteren op insecten).

De foto van de lapsnuitkever inspireerde me om deze week een rondgang door ons huis te maken, op zoek naar beestjes op onze kamerplanten.
Op de foto in het midden links zie je een grote en een kleine bladluis op een pijnboom-muskaatgeranium (verwant aan de citroengeranium). Meer over bladluizen bij dag 237.
Op de foto ernaast zie je een schildluissoort op al eerder door trips aangetaste bladeren van een Philodendronsoort. Schildluizen zuigen net zoals bladluizen plantensappen op. Vrouwtjes hebben geen poten en vleugels en zitten dus steeds op dezelfde plek. Onder hun schild leggen ze de eitjes. De nimfen die daaruit komen, zijn wel beweeglijk en zoeken een eigen plekje. Tot de schildluizen horen ook de dopluizen en wolluizen. In totaal komen van deze familie in ons land zeventig soorten voor.
Op de foto linksonder zie je een patroon op het blad van de pandaplant (een kalanchoe) dat veroorzaakt is door tripsen, ook wel bekend onder de naam onweers- of donderbeestjes. Tripsen zijn hooguit een millimeter lang. De meeste soorten tripsen zuigen plantensappen; ze doen dat oppervlakkig en de plant zal er niet aan doodgaan. Tripsen worden vooral door thermiek en wind (tocht) verspreid. Wereldwijd zijn er 7.700 soorten bekend, waarvan 150 in ons land voorkomen.
En dan zijn er nog de rouwmuggen, in het bijzonder de varenrouwmug. Op de foto rechtsonder zie je een rouwmug in de ruimte waar een aantal overwinterende kuipplanten staan. Varenrouwmuggen komen op te natte potgrond af. De larven eten van wortels en kunnen met aaltjes bestreden worden.

Andere soorten beestjes op kamerplanten zijn spintmijten en witte vliegen. Hier kun je lezen wat je kunt doen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘬𝘢𝘥.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘪𝘰𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪.𝘯𝘭

Plaats een reactie