(30 december 2023)
Vandaag, als op een na laatste soort, aandacht voor kruipend zenegroen. Ik draag deze plant op aan mijn dierbare echtgenoot, Jan van der Meij. Hij heeft me het afgelopen jaar enorm gesteund, ook bij ‘de soort van de dag’. Soms werd er wel wat gemopperd: dat ik erg lang achter de computer zat of dat de tafel een rommel was (met allemaal boeken). Maar we gingen er ook fijn op uit, samen met onze hond Beer. Om foto’s te maken, paddenstoelen te zoeken enzovoort. Van Beer hebben we twee maanden geleden helaas afscheid moeten nemen.
Kruipend zenegroen is Jans lievelingsplant. Overal waar we de plant zien bloeien, moet die op de foto. Nu bloeit de plant niet, maar toch is hij te zien (foto onderaan). De naam ‘zenegroen’ verwijst daar ook naar. Het is afgeleid van het Middelnederlandse ‘singroone’ wat ‘altijdgroen’ betekent.
Uiteraard hebben we deze plant in onze tuin staan, zowel de inheemse als de cultuurvariëteit met bruinpaars gekleurde bladeren.
Kruipend zenegroen vormt lange bebladerde uitlopers die op de knopen wortelen. Daarom zie je de plant altijd in groepen. Dit in combinatie met het altijdgroene maakt de plant tot een ideale bodembedekker. De plant bloeit van eind april tot in juni met blauwpaarse bloemen in zogenaamde schijnkransen.
Kruipend zenegroen is een lipbloemige en heeft dus de typische kenmerken van deze familie: vierkante stengel, tegenover elkaar staande bladeren en uiteraard lipbloemen. Bij de bloemen van zenegroen is de onderlip sterk ontwikkeld, net zoals dat bij hondsdraf het geval is.
Kruipend zenegroen vind je in het oosten, midden en zuiden van ons land en in kalkhoudende duinen. De plant is ook wel als stinzenplant aangeplant. De plant groeit in lichte, vochtige loofbossen (langs paden bijvoorbeeld) en in natte en vochtige graslanden, langs beken en in kwelgebieden. Kruipend zenegroen is een indicator van leemhoudende grond.
Piramidezenegroen lijkt erg op kruipend zenegroen, maar bij deze soort ontbreken de uitlopers. Het is een zeer zeldzame soort en is in ons land alleen bekend van de duinen bij Castricum.
Zenegroen is een nectarplant voor allerlei soorten bijen en dagvlinders. Bij de zeldzame aardbeivlinder en het bruin dikkopje wordt kruipend zenegroen met name als nectarplant genoemd. Op de foto rechtsonder zie je een rosse metselbij. Het is de waardplant van de zenegroenbladroller. De zenegroenluis is een bladluis die je alleen op kruipend zenegroen vindt. De zaden hebben een mierenbroodje en ze worden dus door mieren verspreid. Verder kun je op zenegroen rupsen van het muntvlindertje en allerlei bladhaantjes vinden die ook op andere lipbloemigen voorkomen.
Planten overleven de winter op verschillende manieren. Waar de winterknoppen (overwinteringsknoppen) zitten, bepaalt de levensvorm.
Zo zijn er planten die afsterven en ondergronds overleven via bollen (zoals daslook), knollen (zoals speenkruid) of wortelstokken (zoals adelaarsvaren). De winterknoppen bevinden zich ondergronds. Dergelijke planten noemen we geofyten.
Dan zijn er planten waarvan de winterknoppen zich op het niveau van het maaiveld bevinden. Die worden met een moeilijk woord hemicryptofyt genoemd. Hiertoe behoren o.a. de overblijvende soorten met een bladrozet (zoals kruipend zenegroen en madeliefje).
Dan heb je natuurlijk nog planten waarvan de overwinteringsknoppen boven het maaiveld zitten. Zitten die knoppen lager dan 50 cm boven het maaiveld zoals bij blauwe bosbes en struikhei, dan worden deze planten chamaefyten genoemd. Zitten ze hoger zoals bij bomen, struiken en lianen, dan zijn het fanerofyten.
Verder worden nog onderscheiden: helofyten (winterknoppen onder water), therofyten (eenjarigen; hierbij ontbreken de winterknoppen) en tweejarigen (die met een bladrozet de winter doorkomen).
Hier lees je waarom ik in 2023 elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘏𝘦𝘶𝘬𝘦𝘭𝘴’ 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭
