Soort van dag 223: echte meeldauw

(11 augustus 2023)

Het is weer eens tijd voor een schimmel. Veel schimmels vallen pas op als de vruchtlichamen (paddenstoelen) zichtbaar worden. Dat geldt niet voor echte meeldauw. Deze uit zich als een witte, poederachtige laag (‘meel’) op bladeren, twijgen en bloemen van levende planten. Deze parasitaire schimmel wordt ook wel witziekte genoemd.

Echte meeldauw hoort tot de zakjeszwammen, net zoals het gewoon meniezwammetje. De sporen ontkiemen op de buitenkant van het blad en de schimmel dringt vervolgens het blad binnen om daar voedingsstoffen en vocht op te nemen. De schimmel zelf blijft aan de buitenkant van het blad zitten en vormt daar ook de sporen. Omdat het een laag op het blad vormt, kan het blad minder goed aan fotosynthese doen. Het kan voorkomen op de bovenkant en de onderkant van een blad. Een ernstig aangetast blad zal voortijdig afvallen. Planten zullen er in het algemeen niet aan dood gaan, maar het kan wel de groei en ontwikkeling belemmeren.

Echte meeldauw vormt twee soorten sporen: ongeslachtelijke en geslachtelijke. De ongeslachtelijke verspreiden zich vanaf mei en vooral met droog, zonnig weer. De geslachtelijke ontstaan in het najaar en overwinteren in de knopschubben van een boom of tussen afgevallen bladeren op de grond.
De sporen worden op verschillende manieren verspreid. Door de wind en door waterdruppels, maar ook door onszelf (via tuingereedschap bijvoorbeeld) en door insecten die van de meeldauw eten. Er zijn verschillende soorten lieveheersbeestjes die meeldauw eten zoals het meeldauwlieveheersbeestje en citroenlieveheersbeestje.

Er bestaat ook valse meeldauw. Deze behoren niet tot de echte schimmels, maar horen tot een aparte groep van micro-organismen die waterschimmels worden genoemd. Hiertoe horen ook andere verwekkers van plantenziektes zoals aardappelmoeheid (phytophtera). Valse meeldauw bevindt zich in de plant en is zichtbaar aan de onderkant van de bladeren. Je vindt het vooral bij sla en komkommers. Sporen van waterschimmels verspreiden zich met warm en vochtig weer.

In het Nederlandse soortenregister worden 89 soorten van echte meeldauw vermeld. Op de website van bladmineerders.nl worden er veel meer genoemd. Echtemeeldauwsoorten zijn specifiek voor bepaalde planten. Om precies te weten met welke soort je te maken hebt, heb je een microscoop nodig.

Op de foto’s zie je met de klok mee: meeldauw op zomereik, op Spaanse aak (veldesdoorn) en op paardenbloem (met citroenlieveheersbeestje).
Eikenmeeldauw is pas in de vorige eeuw in ons land opgedoken. Waarschijnlijk gaat het om verschillende soorten. Je ziet het vooral op nieuwe scheuten. Op Spaanse aak zit een soort die ook op andere esdoorns voor kan komen. Deze soort zit vooral aan de onderkant van het blad. Op paardenbloemen kunnen twee soorten meeldauw voorkomen.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘚𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳, 𝘣𝘭𝘢𝘥𝘮𝘪𝘯𝘦𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳𝘴.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Plaats een reactie