Soort van dag 246: putter

(3 september 2023)

Op ruige plekken met veel composieten (distels, klitten, paardenbloemen) kun je putters aantreffen. Ze eten van de rijpe en onrijpe zaden van deze planten. Ook in onze tuin zien we ze regelmatig verschijnen, altijd in groepjes, vrolijk twinkelend en kwetterend. Hier kun je hun zang en roep horen.
Vanwege de voorkeur voor zaden van distels e.d. wordt de vogel ook wel distelvink genoemd. Ze eten verder zaden van teunisbloemen, zonnebloemen en kaardenbollen en in de winter van elzen en lariks. Vooral in de winter kun je groepen van putters zien neerstrijken, soms ook samen met andere vinkachtigen. Op de foto rechtsboven worden de putters vergezeld door een vink.
Putters hebben een voorkeur voor open gebieden met houtwallen, bosranden, bomenrijen en boomgaarden. Door uitgebloeide bloemen in je tuin te laten staan kun je putters ook naar je eigen tuin lokken.

De soort is makkelijk te herkennen aan zijn kop met rood, zwart en wit en aan de gele vleugelstreep. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk uit elkaar te houden. Jonge vogels hebben nog geen rood gezicht.
Het broedseizoen loopt van april tot september, vaak met twee en soms zelfs met drie legsels. Het nest wordt gemaakt in een open bos of een boomgroep, goed verstopt tussen de bladeren. De jongen krijgen eerst vooral insecten te eten (veel eiwitten), maar daarna gaan ze al snel over op het eten van zaden.

Putters zijn grotendeels standvogels. In het najaar trekt een klein deel van onze broedvogels weg naar Zuid-Europa en komen er wintergasten bij. In de winter verblijven in ons land zo’n 200.000 exemplaren.
Het gaat goed met de vogel. Eerst kwam hij vooral in West- en Noord-Nederland voor, maar hij broedt nu ook in Oost-Nederland. Putters komen vooral voor op plekken met klei of leem in de ondergrond. Distels e.d. bloeien op dergelijke bodems langer en produceren daar meer zaad. In Oost-Nederland bestaat de ondergrond vooral uit zand. Waarom ze toch hun leefgebied naar het oosten uitgebreid hebben, is nog onduidelijk. Mogelijk komt het door een ander (beter) bermbeheer en aanleg van bloemrijke akkerranden.

Vanwege zijn zang en uiterlijk wordt de putter al sinds het begin van de jaartelling als kooivogel gehouden (en nog steeds, al zijn er allerlei restricties en regels aan verbonden). Vroeger werd de vogeltjes geleerd om zelf water te putten uit een waterbakje met een soort vingerhoed. Die zat vast aan een ketting die hij naar zich toe moest trekken. Tja, mensen vonden (en vinden) het nou eenmaal leuk om dieren kunstjes aan te leren.
De vogel heeft veel kunstenaars geïnspireerd. Denk maar aan het bekende schilderij Het puttertje van Carel Fabritius uit 1654. Niet alleen schilders en tekenaars, ook componisten en dichters lieten zich door de zang of het uiterlijk van het vogeltje inspireren.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

Bronnen: Vogelbescherming, Sovon, Wikipedia, tubantia.nl

Plaats een reactie