Soort van dag 251: Jacobskruiskruid en Sint-Jacobsvlinder

(8 september 2023)

Vanuit de auto viel me deze week op hoeveel (her)bloei er in de bermen is van gele composieten. Zo zag ik boerenwormkruid en Jacobskruiskruid, maar vooral veel bezemkruiskruid (foto linksboven). Deze laatste plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika en is waarschijnlijk met wol in Europa ingevoerd. In 1939 werden in ons land bij Tilburg de eerste exemplaren gezien. Via spoorlijnen en wegbermen heeft de plant zich inmiddels over bijna het hele land verspreid. Bezemkruiskruid kun je nog tot ver in de winter in bloei zien. Deze plant wordt door allerlei bestuivers bezocht maar heeft als exoot verder weinig ecologische waarde. Dat is wel anders voor een andere kruiskruidsoort, namelijk Jacobskruiskruid.

In ons land komen meerdere soorten kruiskruid voor, tegenwoordig op basis van DNA-onderzoek verdeeld over drie geslachten (kruiskruid, Jacobskruiskruid plus een geslacht waartoe alleen moerasandijvie behoort). In de Nederlandse oecologische flora vormen ze nog één geslacht. De allereerste soort die ik behandelde, was klein kruiskruid en die hoort tot hetzelfde geslacht als bezemkruiskruid. Tot het geslacht Jacobskruiskruid hoort o.a. ook waterkruiskruid (foto rechtsboven).
Alle in Nederland voorkomende kruiskruiden bevatten voor mens en dieren giftige pyrrolizidine alkaloïden (stoffen die bijvoorbeeld ook in smeerwortel zitten). Deze stoffen hopen zich bij consumptie op in de lever en kunnen onherstelbare schade veroorzaken. Paarden eten bijvoorbeeld geen levende kruiskruiden, maar kunnen de stoffen via hooi binnen krijgen. Elk jaar laaien weer discussies op over hoe gevaarlijk deze plant al dan niet is en of die bestreden moet worden. Die discussie ga ik hier niet herhalen. Er is een website waarop je alle feiten en fabels kunt vinden.

Jacobskruiskruid is een inheemse twee- of meerjarige plant. De zaden ontkiemen op open plekken in grasvegetaties. In het eerste jaar zie je alleen de rozetten (foto links midden). De bladen zijn liervormig en gelobd. Jakobskruiskruid bloeit meestal in het tweede jaar, van juni tot in oktober. De naam van de plant verwijst naar de datum van Sint-Jacob (25 juli), maar de plant kun je al veel eerder bloeiend aantreffen. Nadat de plant zaden gevormd heeft, sterft hij af. De bloeiwijze is tuilvormig met veel bloemhoofdjes en de bloemen zijn opvallend (boterbloem)geel.
Er worden twee ondersoorten onderscheiden: een met lintbloemen (gewoon Jacobskruiskruid) en zonder lintbloemen (duinkruiskruid). Ook tussenvormen worden wel aangetroffen.

De bloemen zijn een belangrijke bron van nectar en stuifmeel. Zo’n 150 insectensoorten maken er gebruik van, waaronder veel bijen, zweefvliegen en vlinders. Op de foto’s onderaan zie je een roestbruine kromlijf en een pluimvoetbij. Beide insecten vliegen nog tot begin september. Er is een roest die vooral in de duinen op Jacobskruiskruid te vinden is: composieten-zeggeroest. Jacobskruiskruid is verder de waardplant van veel soorten insecten. De bekendste daarvan is de Sint-Jacobsvlinder.

De rupsen van de Sint-Jacobsvlinder kunnen de planten helemaal kaal eten. De zogenaamde zebrarupsen zijn erg opvallend (oranjegeel met zwarte banden) en nog tot in september te zien. Op de foto zie je ze op de ondersoort duinkruiskruid. Ook de vlinders die tot half augustus vliegen, vallen op (foto rechtsonder). Dat opvallen heeft een functie: zowel rups als vlinder zijn giftig voor vogels vanwege de opgeslagen alkaloïden. Overigens hebben ze wel belagers. Rode bosmieren, bijvoorbeeld, eten graag rupsen van de Sint-Jacobsvlinder. De soort overwintert als pop in de grond.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘏𝘦𝘶𝘬𝘦𝘭𝘴’ 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Plaats een reactie