Soort van dag 255: winterkoning

(12 september 2023)

Hoe zit het momenteel met de vogelgeluiden in de tuin? Ik was er afgelopen zondag eens rustig voor gaan zitten. In elk geval lieten de cetti’s zanger en de tjiftjaf zich uitgebreid horen. Verder hoorde ik wat meesjes. Bij de buren klonk ineens het geschreeuw van een gaai, gevolgd door de alarmroep van een merel en van een winterkoning. Deze laatste laat zich al horen als wij of onze hond in de tuin verschijnen. Hem zien is een ander verhaal. Soms zie ik hem in een flits laag over het gras of de sloot wegschieten naar de beschutting van een struik of haag. Of ik zie blaadjes bewegen op de plek waar een winterkoning zich verstopt.

De winterkoning is een van onze kleinste vogelsoorten (goudhaan en vuurgoudhaan zijn kleiner). De winterkoning is 9 à 10 cm lang en weegt net zoveel als twee suikerklontjes of twee A4-tjes. Hij is bruin en heeft een opwippend staartje. De zang van een winterkoning is erg krachtig voor zo’n kleine vogel. Hier kun je de zang en de alarmroep horen.

Het mannetje van de winterkoning maakt in het voorjaar meerdere nesten waaruit het vrouwtje mag kiezen. Zo’n nest is bolvormig en bedekt met veel mos. Het vrouwtje zal het nest kiezen dat in haar ogen het beste verstopt is. Als het vrouwtje op haar nest zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje naar één van zijn nesten te lokken. Ze hebben twee of drie legsels per jaar, met per legsel vijf tot zeven eieren. De nesten vind je in struiken en hagen, maar ook op andere plekken. Bij ons in de tuin vonden we een begin van een nest in de holte van een knotwilg en een nest onder de dakrand (zie foto’s). Twee jaar geleden was dat laatste nest in gebruik.

De winterkoning kent wel 28 ondersoorten. Zo hebben verschillende eilandengroepen ten noorden van Groot-Brittannië elk een eigen ondersoort (Shetland, Fair Island, IJsland, Faeröer, Hebriden, Saint Kilda). Ook de ondersoort van Groot-Brittannië en Ierland is een andere dan bij ons. Winterkoninkjes kunnen zich goed aanpassen aan de gebieden waar ze voorkomen (van bosrijk tot boomloos). De ondersoorten verschillen bijvoorbeeld wat betreft grootte, lengte van de snavel en kleur. Bij ons is de winterkoning een algemene vogel van bossen, parken en tuinen. Bij de laatste Tuinvogeltelling stond hij op plaats 21.

Winterkoninkjes eten vooral insecten en spinnen die ze bijvoorbeeld in struiken en schorsspleten vinden. In de winter worden ‘onze’ vogels aangevuld met exemplaren uit Scandinavië.
Anders dan je zou denken, is de winterkoning niet winterhard. In de winter is er minder voedsel te vinden, zeker als het koud is. Het aantal fluctueert daardoor erg. In echt koude winters blijft maar 10% van de volwassen exemplaren over. Maar omdat ze met zoveel zijn en veel legsels met veel jongen hebben, herstelt de stand zich wel weer. Naast de winterkou is de huiskat de grootste vijand van de winterkoning. Winterkoninkjes worden meestal niet ouder dan twee jaar.

De winterkoning heeft veel andere namen, zoals klein jantje. Over de naam ‘winterkoning’ bestaat een mooi verhaal dat Aristoteles al kende en dat in veel versies voorkomt. Ik heb het verhaal zelf regelmatig verteld. Hier vind je een mooie, uitgebreide versie waarin ook veel andere vogelsoorten een rol spelen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘵𝘳𝘰𝘶𝘸.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Plaats een reactie