Soort van dag 256: beuk

(13 september 2023)

De beuk hoort tot de napjesdragers, net zoals eiken en de tamme kastanje. Napjesdragers zijn eenhuizig, dus de bomen dragen of mannelijke of vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloeiwijzen hebben de vorm van katjes. De vrouwelijke bloemen staan bij elkaar in een bekervormig omhulsel, het napje. De bestuiving gebeurt door de wind. Beuken bloeien in april en mei, gelijktijdig met het uitlopen van het blad. Daarna ontwikkelen de vruchten zich, de welbekende beukennootjes. Het napje beschermt de vruchten tot ze rijp zijn. Overigens bloeien de bomen niet elk jaar en zijn er dus ook niet elk jaar vruchten.
Opvallend aan de vruchten van de napjesdragers zijn de twee grote zaadlobben waarin het reservevoedsel voor de nieuwe plant zit. Daarom zijn de vruchten van napjesdragers bij veel dieren geliefd als voedsel. In jaren met veel beukennootjes overwinteren er extra veel kepen in ons land. Eekhoorns, muizen, boomklevers en mezen verslepen de vruchten en zorgen zo voor de verspreiding van de soort.
Niet alle vruchten worden opgegeten. In het voorjaar zie je daarom onder een beuk tientallen beukenzaailingen met hun karakteristieke niervormige blaadjes. Uitgroeien tot woudreuzen doen de meeste niet, want ze hebben geen overlevingskans in de schaduw van de moederboom.

De beuk is een typische soort van Midden- en West-Europa en komt ook van nature op de hogere gronden van ons land voor. Beuken gedijen het beste op kalkrijke, vochthoudende bodems. Daar kennen beukenbossen een rijke voorjaarsflora met planten die bloeien voordat het blad aan de bomen verschijnt (bijvoorbeeld Hallerbos in Vlaanderen). In beukenbossen staan weinig struiken vanwege de wortelconcurrentie: beuken wortelen oppervlakkig en dicht. Ook de zware schaduw van de bomen speelt natuurlijk een rol.
In ons land zie je weinig onderbegroeiing. De huidige beukenbossen zijn aangeplant en staan veelal op kalkarme (zure) en droge bodems. Beukenbladeren verteren slecht en zorgen nog eens voor extra verzuring van de bodem.

Er zijn verschillende insecten afhankelijk van beuken zoals de beukenwolluis (foto midden links). Op beukenbladeren kun je de puntvormige gallen vinden van de beukengalmug (foto linksonder). Verschillende vlinders gebruiken de beuk (mede) als waardplant zoals de tauvlinder. Beuken zijn belangrijk voor broedvogels zoals zwarte specht en fluiter.
Beuken leven, net zoals eiken, samen met heel veel soorten bodemschimmels. Deze vormen netwerken rondom de wortels. In ruil voor suikers verhogen de schimmels de opname van voedingsstoffen door de boom. Zeker op armere gronden is dat nodig om aan voldoende voedingsstoffen te komen. Daarnaast zijn ook andere zwammen gebonden aan beukenbossen zoals de prachtmycena die op dood beukenhout te vinden is (foto rechtsonder). Als beuken op hoge leeftijd zijn gekomen, vallen ze ten prooi aan talrijke parasitaire zwammen. Daarover vertel ik morgen meer. (Overigens worden beuken lang zo oud niet als eiken: slechts 150-300 jaar.)

Beuken groeien niet alleen in bossen, maar worden ook aangeplant als park- en laanboom en als haag. Er bestaan allerlei cultuurvariëteiten waarbij geselecteerd is op bladkleur, bladvorm en vorm van de boom.
Beukenhout wordt o.a. gebruikt voor vloeren, meubels en het roken van vis. De gladde bast van een beuk nodigt uit tot het inkerven van namen en hartjes. Mensen kunnen beukennootjes, mits geroosterd, consumeren. Vers moet je er niet te veel van eten omdat er blauwzuur in zit.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘦𝘪𝘧𝘦𝘭𝘯𝘢𝘵𝘶𝘳.𝘥𝘦, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

3 gedachten over “Soort van dag 256: beuk”

Plaats een reactie