Soort van dag 268: linde

(25 september 2023)

Gisteren had ik het over microben onder het maaiveld die organisch materiaal zoals afgevallen bladeren afbreken. Niet alle bladeren verteren even makkelijk. Beukenblad bijvoorbeeld verteert slecht en daardoor ontstaat er een dikke, verzuurde strooisellaag waar maar weinig op wil groeien. Het blad van lindebomen daarentegen verteert juist heel goed en snel. Daar komt nog bij dat lindes, afhankelijk van de ondergrond, heel diep kunnen wortelen. Ze nemen allerlei mineralen uit de ondergrond op waaronder calcium. Hierdoor wordt verzuring van de bodem tegengegaan. Op een bodem met veel calcium en een dunne strooisellaag kunnen allerlei voorjaarsplanten groeien zoals witte klaverzuring, bosanemoon en daslook.

In ons land komen van nature de winter- en de zomerlinde voor. Daarnaast is er een kruising van die twee, de Hollandse linde. Paar verschillen: het hartvormige blad van de winterlinde is kleiner dan dat van de zomerlinde en de vruchtjes van de zomerlinde hebben ribben. De Hollandse linde heeft kenmerken van beide ouders. Verder worden in ons land ook andere soorten en kruisingen aangeplant.
Lindes zijn forse bomen die wel veertig meter hoog kunnen worden. Ze hebben een kenmerkend silhouet. De bomen bloeien in juni met heerlijk geurende, geelwitte bloemen. Er wordt veel nectar afgescheiden waar honingbijen en ’s nachts uilen (vlinders) op af komen. Vooral het schutblad is opvallend. Bij vruchtverspreiding door de wind dient het schutblad als vleugel.

Zowel de winter- als zomerlinde kwamen na de laatste ijstijd uit zichzelf in ons land. Nadat de mens verscheen en invloed had op de bossen (rooien voor landbouwgrond, bevoordelen van de zomereik), is de linde als ‘wilde’ boom grotendeels verdwenen. Daarentegen werden in de buurt van bebouwing juist veel lindes aangeplant vanwege hun symbolische waarde en de bescherming die de bomen zouden bieden tegen allerlei kwaden. Op de foto linksboven zie je lindebomen bij de Sint-Annakapel bij De Hamert.
Lindes verdragen snoeien heel goed. Bij boerderijen werden tot leiboom gesnoeide lindes van oudsher gebruikt als wind- en zonnescherm. Ook bij ons huis staan leilindes die elk jaar door onze zonen worden gesnoeid.
Lindes kunnen oud worden. De linde van Sambeek is de dikste en met zijn 500 jaar mogelijk ook de oudste van ons land.

Langs een lindelaan kun je allerlei paddenstoelen vinden van schimmels die met de bomen samenleven. Het zijn overigens soorten die ook met andere bomensoorten samenleven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om russula’s, heksenboleten en vezelkoppen. Op de bast van lindebomen komen allerlei stikstofminnende korstmossen voor.
Op lindes zijn allerlei insecten te vinden. De boom is bijvoorbeeld de waardplant voor de lindepijlstaart. Er is ook een bladluis die de linde als waardplant gebruikt: de lindebladluis. In de honingdauw die de luizen afscheiden, kan de roetdauwschimmel zich ontwikkelen. Deze schimmels vormen een zwart laagje op het blad. De combinatie roetdauw en honingdauw maakt dat sommige mensen liever geen lindebomen in hun straat zien.
In de nerfoksels van lindebladeren kunnen toefjes haren zitten. In deze zogenaamde mijtenhuisjes verblijven roofmijten die het voorzien hebben op de bladluizen.

Aan de voet van lindebomen kun je vuurwantsen tegenkomen (foto linksonder). Deze warmteminnende wants leeft van de sappen van afgevallen bladeren, zaden en dode insecten. In onze tuin zit de vuurwants vooral op heemst en eet daar van de onrijpe zaden. Niet zo gek overigens: heemst en lindes horen tot dezelfde familie (kaasjeskruidfamilie).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘥𝘦𝘱𝘰𝘵.𝘸𝘶𝘳.𝘯𝘭/11864

Plaats een reactie