Soort van dag 310: steenloper

(6 november 2023)

Ben je op het strand, dan kun je de drieteenstrandloper langs de vloedlijn heen en weer zien rennen, op zoek naar voedsel. Het is een soort uit de familie van de strandlopers en snippen waartoe ook de grutto en wulp behoren. Een andere soort uit deze familie is de steenloper. Deze is zeldzamer dan de drieteenstrandloper en vooral op stenige strekdammen en dijken te zien. Ook zie je ze wel op zandplaten, kwelders, schelpenbanken en kort grasland binnendijks. Een enkele keer worden ze meer landinwaarts waargenomen.

De exemplaren op de foto’s zag ik afgelopen weekend langs de Grevelingen bij Scharendijke waar ze vergezeld werden door scholeksters. Eerst vielen ze me met hun schutkleuren niet op tussen de stenen en schelpen langs de oever. Tot ze voor me uit renden.
Hier zie je ze in hun bruingrijze winterkleed. Hun zomerkleed is erg bont: roodbruin, chocoladebruin, zwart en wit. De onderbuik is altijd wit. Deze vrij gedrongen steltlopers van zo’n 20 cm hebben korte, oranjerode poten en een korte, donkere snavel.

Steenlopers zoeken hun voedsel tussen basaltblokken en in het zand. Ook doen ze dat door losse stenen, schelpen en wieren om te kieperen en dan snel hun prooi op te pikken. In het Engels worden ze daarom ‘turnstone’ genoemd. Ze hebben vooral allerlei kleine kreeftachtigen, weekdieren en insecten zoals strandvlooien op hun menu staan. Ze eten ook aas: dode, aangespoelde dieren. En het schijnt dat ze dol zijn op friet, brood en de pulp uit kokosnoten. Kokosnoten vinden ze uiteraard niet bij ons, maar wel in hun overwinteringsgebieden.

Op het hele noordelijke halfrond komen ze langs de kusten van zoute en brakke wateren voor. Bij ons is de vogel een doortrekker en een wintergast. In de winter verblijven hier zo’n 5.000 exemplaren. In het najaar en voorjaar komen daar nog eens duizenden doortrekkers bij die ons land als tussenstop gebruiken voor hun trektocht tussen Scandinavië en Afrika. Jonge, nog niet geslachtsrijpe exemplaren blijven soms bij ons overzomeren. Broeden doen ze bij ons niet. De dichtstbijzijnde broedlocaties bevinden zich in het Duitse deel van het Waddengebied. De meeste broeden in het uiterste noorden van Noord-Amerika en in Groenland, Scandinavië en Noord-Rusland. Dat doen ze op stenige kusten, moerasachtige hellingen en toendra’s. Ook de drieteenstrandlopers broeden in deze contreien. Zowel drieteenstrandlopers als steenlopers hebben het lastig omdat klimaatverandering leidt tot onvoorspelbare lentes in hun broedgebieden. Het ene jaar is de lente vroeg en missen ze de piek in insecten om hun jongen mee te voeden. Het andere jaar kan er nog sneeuw liggen als ze arriveren om te broeden.
Ik las dat de meeste Scandinavische broedvogels naar Afrika trekken (tot Zuid-Afrika en Australië aan toe) en dat de Canadese en Groenlandse vogels naar Europa trekken. En dat doen ze in één ruk, over de Atlantische Oceaan. Ook trekken vogels van een andere ondersoort uit Noord-Amerika naar Midden- en Zuid-Amerika. Het zijn dus niet alleen supertrekvogels, maar ook echte kosmopolieten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 310: steenloper”

Plaats een reactie