(11 november 2023)
Vandaag nemen we weer eens een hele dierenstam onder de loep, namelijk die van de stekelhuidigen. Een groep van ongewervelde zeedieren die maar weinig verwantschap met andere diergroepen vertoont. Wereldwijd zijn zevenduizend soorten beschreven (plus twintigduizend soorten die bekend zijn als fossiel). In de Nederlandse zeewateren komen ruim twintig soorten voor.
Tot de stekelhuidigen horen zeelelies, zeesterren, slangsterren, zee-egels en zeekomkommers. Zeelelies komen bij ons niet voor; zeekomkommers worden slechts incidenteel gevonden.
Stekelhuidigen zijn zeebodemdieren die niet kunnen zwemmen. Ze kruipen rond op buisvoetjes met zuignapjes. Met die zuignapjes kunnen ze zich ook vasthechten aan bijvoorbeeld stenen of schelpen. Die buisvoetjes worden aangestuurd vanuit een inwendig watervaatstelsel dat werkt op basis van waterdruk. Hier kun je zien hoe een zeester zich voortbeweegt. Het watervaatstelsel speelt ook een rol bij de ademhaling.
Kenmerkend voor stekelhuidigen is de vijfstralige symmetrie van de volwassen dieren. Ze hebben een ruwe huid met stekels of knobbels. Deze groeien uit het onderhuidse skelet dat bestaat uit kalkplaatjes die al dan niet met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een soort primitief centraal zenuwstelsel in de vorm van een zenuwring. Onder stekelhuidigen vind je grazers, jagers en filtervoeders.
Stekelhuidigen hebben gescheiden geslachten en planten zich voort door hun eicellen en spermatozoรฏden aan het water af te geven. Uit bevruchte eitjes komen larven (die tweezijdig symmetrisch zijn). Deze kunnen wel zwemmen. Na enige tijd veranderen ze in een kleine zeester, zee-egel of zeekomkommer. En dan zinken ze af naar de bodem waar ze de rest van hun leven doorbrengen. Ze kunnen enkele jaren oud worden.
Op de fotoโs bovenaan zie je zeesterren. Een zeester heeft een schijfvormig lijf met vijf langwerpige lobben, de armen. Aan het einde van elke arm zit een soort oogje. De stekels zijn knobbelvormig. Zilvermeeuwen zijn een belangrijke vijand van zeesterren, zoals je op de eerste foto kunt zien. Op de foto ernaast zie je de onderkant van een zeester. (Deze foto is gemaakt in een zeeaquarium in Vancouver.) Hierop kun je de mondopening zien (in het midden) en de rijen van buisvoetjes met zuignapjes. Op de derde foto zie je de bovenkant van het skelet van een zeester.
Van de drie zeesterren die bij ons voorkomen, is de gewone zeester zeer algemeen. Ze zitten op stenen en rotsen. Ook zijn ze vaak te vinden op mosselbanken. Mosselen zijn hun voornaamste voedsel. Met hun zuignapjes trekken ze de mosselschelpen uit elkaar.
Op de fotoโs onderaan zie je zee-egels. Ze kunnen hun stekels bewegen. Ze gebruiken ze als verdediging en om zich mee voort te bewegen, bijvoorbeeld door het zand. Hun buisvoetjes stulpen ze door de gaatjes in het skelet naar buiten.
Op de foto links zie je het restant van een zeeklit, een soort die regelmatig aanspoelt. Zeeklitten worden maximaal 9 cm groot en zijn geel, grijs of bruin van kleur. De stekels zijn niet hard, maar dun en gebogen. Zeeklitten leven in gangen in de bodem. Ze komen algemeen langs de kust voor.
Op de foto ernaast zie je de gewone zeeappel. Ook deze is langs de hele kust te vinden en wordt 4,5 cm groot. Deze soort heeft groenige, stevige stekels. Ze zitten vaak tussen stenen op strekdammen en ook op mossel- en oesterbanken.
Op de derde foto zie je zanddollars, schijfvormige zee-egels. Bij de grote zie je de onderzijde, met de mondopening. Bij de kleine zie je de bovenkant. Deze zee-egels heb ik al heel lang; geen idee hoe ik eraan gekomen ben. Volgens mij vind je deze soort niet bij ons. Een van de zanddollars die je wel bij ons op het strand vindt, is het zeeboontje, een zee-egel van 1 cm.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
(Er komen, als het goed is, nu nog vijftig soorten. Misschien heeft u, als lezer, een suggestie welke soort / soortgroepen echt niet mogen ontbreken. Laat mij dat dan weten en ik kijk of ik er iets mee kan. De soort moet bij voorkeur inheems zijn. En ik plaats deze alleen als ikzelf deze soort ook een keer gezien heb (of de sporen ervan) en ik moet er een foto van hebben.)
๐๐ณ๐ฐ๐ฏ๐ฏ๐ฆ๐ฏ: ๐๐ฆ๐ญ๐ฅ๐จ๐ช๐ฅ๐ด ๐๐ญ๐ฐ๐ณ๐ข ๐ฆ๐ฏ ๐ง๐ข๐ถ๐ฏ๐ข ๐ท๐ข๐ฏ ๐ฅ๐ฆ ๐ป๐ฆ๐ฆ, ๐๐ช๐ฌ๐ช๐ฑ๐ฆ๐ฅ๐ช๐ข, ๐ข๐ฏ๐ฆ๐ฎ๐ฐ๐ฐ๐ฏ.๐ฐ๐ณ๐จ
