(7 december 2023)
In de polders rond ons huis zien we momenteel overal groepen ganzen. Het gaat om kolganzen die op de toendra’s van Noordwest-Rusland en Siberië broeden, en in West-Europa overwinteren. In toenemende mate zijn ze ook in Friesland en het rivierengebied als broedvogel te vinden. Het gaat hierbij om een paar honderd broedparen. Het aantal kolganzen dat bij ons overwintert, bedraagt maximaal 900.000 exemplaren. Dat is 80% van de wereldpopulatie. Ze zijn hier van oktober tot in maart. Vaak zie je ze samen met andere ganzen zoals grauwe gans, rietganzen en brandgans.
Niet alleen in de polders rond Wilnis zijn ze te zien. In het rivierengebied, Friesland en Zeeland komen ze in groten getale voor. Het is altijd een spectaculair gezicht om ze rond zonsondergang naar hun slaapplaatsen te zien trekken. Ook ’s morgens trekken ze over, op weg naar de graslanden om te foerageren (op maximaal 30 km vanaf de slaapplek). Bij ons in de buurt slapen ze op de ondiepe plassen van de Groene Jonker. Ze zijn daar veilig voor landroofdieren. Ze overnachten niet alleen op water, maar ook op zandplaten, omgeven door water. Bij strenge vorst trekken de kolganzen naar open wateren van de rivieren en het Deltagebied. Bij het rondtrekken zie je ze in V-formaties vliegen en hoor je hun hoge, juichende roep. Helaas gaan ze bij ons ook op de wieken voor overvliegende helikopters.
Kolganzen eten graag eiwitrijk gras en dat is overal in ons land te vinden. Daarnaast eten ze ook oogstresten. Omdat ons land belangrijk is voor overwinterende ganzen en ons land voor deze dieren een Europese beschermingsplicht heeft, is er per provincie een ganzenbeleid. In de provincie Utrecht, bijvoorbeeld, is een aantal ganzenrustgebieden aangewezen. Grondgebruikers ontvangen hiervoor een vergoeding. Buiten de aangewezen gebieden mogen ganzen verjaagd worden; eventuele schade wordt vergoed. In sommige gevallen mogen de ganzen verjaagd worden met ondersteunend dodelijk afschot. Dit winterseizoen mogen in Friesland maximaal 22.500 kolganzen afgeschoten worden (plus 14.000 brandganzen en 12.000 grauwe ganzen). Afgelopen winter zorgden deze drie ganzensoorten samen voor ruim 34 miljoen euro aan schade.
Kolganzen horen tot hetzelfde geslacht als de grauwe gans en de rietganzen. Volwassen kolganzen herken je aan de witte vlek (kol) bij de snavel, de roze snavel en de donkere strepen (vegen) op de buik. Ze zijn kleiner dan grauwe ganzen en rietganzen. Bij jonge kolganzen ontbreken de kol en de strepen.
Er is een gans die veel op de kolgans lijkt, namelijk de zeldzame dwerggans. Deze is kleiner en goed herkenbaar aan o.a. een gele oogring.
Ganzen zijn trouwe dieren. Ze zijn trouw aan hun partner en aan de plekken die ze bezoeken. Ze gebruiken veelal dezelfde slaap- en broedplaatsen. Het is leuk om een groep ganzen te observeren. Binnen zo’n grote groep zie je kleine groepjes. Dat zijn de gezinnen. De ouders zorgen ervoor dat hun jongen voldoende ruimte hebben om gras te eten. Verder zie je altijd een paar ganzen met de kop omhoog: zij houden de wacht.
Soms zul je ganzen met een halsring zien. Hierop staat een nummer dat je met een telescoop kunt aflezen zonder de ganzen te hoeven storen. Door het nummer op een bepaalde website (geese.org) in te voeren worden allerlei gegevens over de ganzen bijgehouden. De vogels schijnen er geen hinder van te ondervinden.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘴𝘰𝘷𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘧𝘢𝘶𝘯𝘢𝘣𝘦𝘩𝘦𝘦𝘳𝘦𝘦𝘯𝘩𝘦𝘪𝘥.𝘯𝘭/𝘶𝘵𝘳𝘦𝘤𝘩𝘵, 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘎𝘢𝘯𝘻𝘦𝘯 – 𝘨𝘳𝘢𝘻𝘦𝘳𝘴 𝘰𝘱 𝘵𝘳𝘦𝘬 𝘭𝘢𝘯𝘨𝘴 𝘥𝘦 𝘷𝘰𝘳𝘴𝘵𝘨𝘳𝘦𝘯𝘴 (1997), 𝘯𝘰𝘫𝘨.𝘯𝘭
