Soort van dag 343: heksenboter en andere slijmzwammen

(9 december 2023)

Een hele fascinerende én fotogenieke groep organismen zijn de slijmzwammen. Het zilveren boomkussen is al uitgebreid aan de orde geweest. Daarbij heb ik ook uitgelegd wat slijmzwammen zijn en vooral: wat niet. Slijmzwammen zijn geen planten, geen dieren en zelfs geen schimmels (zwammen). Het zijn eencelligen (amoebozoa) die in een kolonie leven. En daardoor zijn ze ook zonder microscoop te zien.
Wereldwijd zijn zo’n duizend soorten slijmzwammen bekend; in ons land komen ruim driehonderd soorten voor. Elk jaar worden weer nieuwe ontdekt.

Er worden drie groepen slijmzwammen onderscheiden. De bekendste en opvallendste zijn de plasmodiale slijmzwammen, ook wel myxomyceten genoemd. Deze vormen een zogenaamd plasmodium (een slijmmassa). Hierbij zijn de cellen samengesmolten tot één cel met meerdere (honderdduizenden) celkernen die zich synchroon delen. Deze slijmzwammen kunnen heel klein zijn, maar er komen ook heel grote voor zoals het zwart reuzenkussen. Die kan een oppervlak van een paar vierkante meter beslaan en meer dan twintig kilo wegen. Op basis van het plasmodium kun je de soorten vaak niet van elkaar onderscheiden, wel op basis van de vruchtlichamen die heel divers van vorm en kleur kunnen zijn; sommige zien er paddenstoelachtig uit. Veel soorten kunnen overigens alleen met een microscoop precies op naam gebracht worden.

Een heel opvallende slijmzwam is heksenboter, ook wel bekend onder de namen hondenkots, trollenkots en runbloem. Na een periode van regen en warmte kunnen van juni tot in november op boomstronken ineens felgele klodders verschijnen. De klodders kunnen overigens ook wit of oranje zijn. De slijmzwam verplaatst zich over het rottende hout, op zoek naar voedsel (bacteriën, schimmels en andere micro-organismen). Hij laat daarbij een slijmspoor achter. Zo ‘weet’ hij dat hij al op die plek geweest is en daar niet hoeft terug te keren.
Na een bepaalde ‘trigger’ gaan slijmzwammen vruchtlichamen vormen en komen ze niet meer van hun plaats. Sommige slijmzwammen vormen heel veel vruchtlichamen (bijvoorbeeld kleine bolletjes op een steeltje). Heksenboter niet: deze bestaat uit één groot vruchtlichaam waarin sporen gevormd worden. Die worden verspreid door de wind (of door beestjes zoals springstaarten). De sporen zijn een soort eencellige organismen die kunnen kruipen en zwemmen in een vochtige omgeving. Na samensmelting van twee sporen en deling van de cellen ontstaat er een nieuwe slijmerige massa. Op dit filmpje kun je de ontwikkeling en beweging van heksenboter in time lapse zien. Heksenboter is de inspiratie geweest voor de film ‘The Blob’ (1958,1988).

In de collage zie je links drie keer heksenboter. Op de middelste foto kun je goed het slijmspoor zien. Op de onderste zie je het vruchtlichaam.
Rechts bovenaan zie je twee stadia van dezelfde gewone boomwratten. Deze worden ook wel blotebilletjeszwam of bloedweizwam genoemd. Eerst zijn de vruchtlichamen oranjeroze en naarmate de sporen rijpen, worden ze bruiner.
Daaronder zie je een draadwratje (mogelijk een fopdraadwratje). Deze slijmzwam vormt meerdere vruchtlichamen met een kort steeltje. Rechts onderaan is het ijsvingertje. Deze hoort tot een andere groep slijmzwammen. Hierbij worden de sporen aan de buitenkant van de vruchtlichamen gevormd.

Hier zie je meer vormen van (vruchtlichamen van) slijmzwammen. Je vind ze op stukken rottend hout, dode takjes en afgevallen bladeren. Het hele jaar door zijn er wel slijmzwammen te vinden. De ene soort vind je het jaar rond, andere alleen in de zomer of de herfst.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. Heksenboter is voorgedragen door Bart de Koning.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘮𝘺𝘹𝘰𝘮𝘺𝘤𝘦𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴𝘤𝘶𝘳𝘴𝘶𝘴 𝘗𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯, 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘔𝘺𝘹𝘰𝘮𝘺𝘤𝘦𝘵𝘦𝘯, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭

Plaats een reactie