(18 december 2023)
Staartmezen gebruiken korstmossen voor hun nest, konden jullie gisteren lezen. Daarbij gaat het om bladvormige of struikvormige korstmossen. Bladvormige korstmossen zien eruit als een verzameling gelobde blaadjes. Maar het zijn geen blaadjes, want korstmossen zijn geen planten. Een korstmos is een samenlevingsvorm van een alg en een schimmel. Bladvormige korstmossen zitten met zogenaamde rhizinen (soort wortelachtige orgaantjes) vast aan hun ondergrond. Je kunt ze er makkelijk vanaf halen.
Er bestaan verschillende groepen van bladvormige korstmossen zoals leermossen en schildmossen. Op een willekeurig groepje bomen in een park kun je al snel vijf tot acht verschillende soorten schildmos vinden. Schildmossen zijn net als struikvormige korstmossen gevoelig voor ammoniak. Meer hierover vind je bij de beschrijving van de struikvormige korstmossen.
In de collage zie je vier vrij algemeen voorkomende soorten schildmos (de namen met dank aan ObsIdentify).
Op de foto linksboven zie je gewoon schildmos. Kenmerkend zijn de grijze, enigszins hoekige lobben. Over de lobben lopen netvormige lijntjes. Dat zijn openingen in het oppervlak van de korstmos die zorgen voor de gasuitwisseling (zogenaamde pseudocyphellen). Deze openingen zie je ook op het schildmos daarnaast, maar hier hebben ze de vorm van stippels, van verschillende grootte. Deze soort heet dan ook witstippelschildmos. Bij het groot schildmos op de foto rechtsonder en bij het grofgebogen schildmos op de foto linksonder ontbreken de pseudocyphellen. Bij deze twee zijn de lobben aan de randen opstijgend.
Voor determinatie kun je ook naar de voortplantingsstructuren kijken. Bekervormige structuren waarin sporen gevormd worden, ontbreken (in Nederland) bij alle vier. Wel zijn er soralen aanwezig voor de ongeslachtelijke voortplanting. Soralen zijn plekken waar broedbolletjes (sorediën) worden gevormd en uitgestoten. Bij gewoon schildmos en groot schildmos liggen de soralen aan de randen van de lobben. Bij de andere twee liggen ze midden op de lobben. Bij grofgebogen schildmos zijn ze wratvormig en bij witstippelschildmos zijn ze wit en rond. Op de foto’s (even inzoomen) is dat goed te zien. (En met een loep gewapend kun je zelf in de winter eens goed naar al die verschillende soorten korstmossen kijken.)
Niet alleen staartmezen gebruiken korstmossen als nestmateriaal. Ook vinken bijvoorbeeld doen dat. Met korstmossen kan een vogel zijn nest camoufleren én isoleren. Het schijnt dat een staartmees voor een nest wel drieduizend stukjes korstmos gebruikt. Ook eekhoorns en hazelmuizen bedekken hun nesten met korstmossen.
Vogels eten geen korstmossen maar sommige wel het kleine grut dat zich tussen de ‘blaadjes’ van het korstmos schuilhoudt. In ons land worden korstmossen gegeten door o.a. slakken, springstaarten, mosmijten, beerdiertjes en bepaalde rupsen.
Schildmossen staan op het menu van de rupsen van de beertjes (een groep spinneruilen) zoals van het glad beertje op de foto in het midden. Ook de rupsen van de korstmosuilen eten korstmossen. Bovendien lijken de volwassen vlinders erg op korstmos. De rupsen van enkele soorten zakdragers maken van korstmossen coconnetjes om zich in te verschuilen.
Beerdiertjes (ook wel waterbeertjes of mosbeertjes genoemd) zijn een stam van kleine beestjes van hooguit een halve millimeter lang. Ze leven met duizenden in een plukje mos of korstmos. Ze kunnen heel extreme omstandigheden overleven en zijn daarmee heel veerkrachtig en (bijna) niet uit te roeien. Hun ideale leefomgeving is vochtig, maar ze overleven ook uitdroging van bijvoorbeeld een korstmos. Ze kunnen zelfs jarenlange uitdroging overleven. Beerdiertjes worden gegeten door o.a. springstaarten, spinnen en mijten. Er zijn in ons land achttien soorten beerdiertjes bekend.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘯𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳𝘸𝘪𝘫𝘻𝘦𝘳.𝘯𝘢𝘵𝘶𝘳𝘢𝘭𝘪𝘴.𝘯𝘭, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘒𝘰𝘳𝘴𝘵𝘮𝘰𝘴𝘴𝘦𝘯, 𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭
