Soort van dag 355: muurplantjes

(21 december 2023)

In de winter is het leuk om eens te letten op planten die op muren groeien. En dan in het bijzonder op oude, verweerde muren met zachte kalkmortel. Denk hierbij aan muren van oude vestingwerken en kastelen, stadsmuren, gracht- en kademuren, sluismuren, oude kerkhof- en tuinmuren en gemetselde waterputten. Er zijn planten die je (bijna) uitsluitend op dergelijke muren aantreft. Van nature groeien deze planten in rotsspleten in bergachtige gebieden.

Op de foto’s links zie je van boven naar beneden de muurvegetatie bij de ingang van de Hortus in Leiden, muurleeuwenbek op de stadsmuur van Utrecht en de weelderige begroeiing van een kademuur langs de Dijle in Mechelen (België).
In het midden zie je bovenaan steenbreekvaren op een muur in de Voerstreek. Daaronder een muurvaren op een muur in het Begijnhof van Leuven. Het gewoon muursterretje zie je hier tussen de basaltblokken bij Hollum op Ameland. De gele helmbloem heb ik in Mechelen gefotografeerd. Onderaan zie je klein glaskruid op een kademuur in Leiden.
De foto rechts bovenaan laat een waterput in Leuven zien die vol staat met allerlei soorten varens waaronder de tongvaren (dag 53). Daaronder zie je een niet-bloeiende muurbloem in Leiden. En rechts onderaan tenslotte een exoot uit Mexico: muurfijnstraal op de muur van de varreput in Zierikzee.

Op een kale muur verschijnen als eerste algen en korstmossen. Zij tasten de stenen enigszins aan waardoor deze verruwen. Vervolgens verschijnen er mossen zoals gewoon muursterretje en gewoon muisjesmos. Zij zorgen voor een eerste humuslaag waarin een soort als de muurvaren zich kan vestigen. Deze varen groeit uitsluitend op stenen en is door het hele land te vinden. Varens houden in het algemeen van schaduw en vocht, maar de muurvaren vind je ook aan de zonnige zijde van een muur. In Zuid-Limburg komt deze soort ook voor in spleten van beschutte, rotsachtige plekken van krijthellingen, bijvoorbeeld bij de ingang van grotten.
Een andere varen die je vrijwel uitsluitend op muren vindt, is de steenbreekvaren. Deze groeit vooral op afbrokkelende plekken en is veel gevoeliger voor droogte en felle zon dan de muurvaren.
Muurleeuwenbek komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is in de 17e eeuw meegenomen om muren te versieren. Inmiddels is de plant ingeburgerd. Na de bloei kromt de stengel zich van het licht af, naar de muur. Een deel van de rijpe zaden wordt in muurvoegen en spleten gedrukt. De rest van de zaden wordt door mieren verspreid. Deze plant vind je ook tussen straatstenen, langs spoordijken en op steenglooiingen.
De gele helmbloem komt oorspronkelijk uit de zuidelijke Alpen en is sinds de 19e eeuw bij ons ingeburgerd. Je vindt deze plant vaak samen met muurvaren en muurleeuwenbek. De zaden worden door mieren verspreid.
Klein glaskruid is oorspronkelijk inheems en verwant aan de brandnetel. Je kunt deze plant ook op voedselrijke, kalkrijke bodems in het rivierengebied tegenkomen. Hij heeft roodbruine stengels en bloeit met groene, onopvallende bloemen.
De muurbloem komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is vermoedelijk door de Romeinen meegenomen. Het is een kruisbloemige, dus verwant aan koolzaad e.d. Hij bloeit met goudgele bloemen.

Het duurt vele jaren voor een muur begroeid is met een diversiteit aan planten. Er kunnen uiteindelijk zelfs bomen en struiken op gaan groeien zoals op de kademuur in Mechelen te zien is. De belangrijkste bedreiging is de restauratie van de muren. Wil je de vegetatie behouden of terugkrijgen, dan zul je gebruik moeten maken van bakstenen en zachte kalkmortel in plaats van hard cement. Planten kunnen eventueel teruggeplaatst worden. Een aantal muurplanten is in Nederland beschermd: blaasvaren, groensteel (een varensoort), schubvaren en muurbloem.
Meer over muurplanten vind je hier.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘦𝘤𝘰𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢.𝘣𝘦, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢

Plaats een reactie