Soort van dag 190: blauwtjes

(9 juli 2023)

Dit weekend (7 t/m 9 juli) is de landelijke Tuinvlindertelling. Vorig jaar bestond de top10 uit: dagpauwoog, atalanta, klein koolwitje, citroenvlinder, kleine vos, bont zandoogje, bruin zandoogje, groot koolwitje, gehakkelde aurelia en boomblauwtje. Meer informatie vind je op hier. Vandaag aandacht voor de blauwtjes.

Wereldwijd zijn er 5.200 soorten blauwtjes. Hiervan komen tachtig soorten in Europa en zestien soorten in ons land voor. Op de website van de Vlinderstichting vind je een herkenningskaart waarop tien soorten blauwtjes staan.

Op de foto’s zie je linksboven het 𝘣𝘰𝘰𝘮𝘣𝘭𝘢𝘶𝘸𝘵𝘫𝘦. Deze soort heeft geen oranje op de onderzijde van de vleugels. De waardplanten zijn heel divers: sporkehout, wegedoorn, klimop, hulst, struikhei, kornoelje, kardinaalsmuts, grote kattenstaart en de exoot vlinderstruik.
Op de foto linksonder zie je het 𝘣𝘳𝘶𝘪𝘯 𝘣𝘭𝘢𝘶𝘸𝘵𝘫𝘦. Deze lijkt veel op het vrouwtje van het icarusblauwtje (bovenaan rechts). Ik heb deze gefotografeerd op Texel; het is dan ook een vlinder die je in ons land vooral in de kuststreek kunt aantreffen. Waardplanten zijn reigersbek en zonneroosjes.
Op de foto rechtsonder zie je een 𝘬𝘭𝘢𝘷𝘦𝘳𝘣𝘭𝘢𝘶𝘸𝘵𝘫𝘦. Deze heb ik gefotografeerd op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg. In Nederland wordt deze soort als verdwenen beschouwd, maar soms komt er nog een exemplaar de grens over. De waardplant van het klaverblauwtje is rode klaver (bloemen en zaden).
De andere twee zijn foto’s van het 𝘪𝘤𝘢𝘳𝘶𝘴𝘣𝘭𝘢𝘶𝘸𝘵𝘫𝘦. Bovenaan het vrouwtje, daaronder een foto van de onderzijde van de vleugels van het mannetje. Het icarusblauwtje is het meest algemene blauwtje van ons land. Waardplanten zijn rolklaver, kleine klaver en hopklaver.

Er zijn blauwtjes die voor hun voortplanting afhankelijk zijn van mieren. Het 𝘨𝘦𝘯𝘵𝘪𝘢𝘢𝘯𝘣𝘭𝘢𝘶𝘸𝘵𝘫𝘦, bijvoorbeeld, zet haar eitjes af op de bloemknoppen van de klokjesgentiaan. De rups eet tien dagen van de bloem en laat zich vervolgens op de grond vallen. Hij scheidt dan een geur af die hetzelfde is als de geur van de larven van de bossteekmier en de moerassteekmier. Als zo’n mier voorbij komt, neemt die rups mee naar het mierennest. Daar wordt de rups gevoed met miereneitjes, mierenlarven en prooien van de mieren. De volgende zomer is de rups helemaal ontwikkeld. Hij verpopt zich in het nest en verlaat dat als volwassen vlinder. Wel snel, anders wordt hij aangevallen door de mieren.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴

2 gedachten over “Soort van dag 190: blauwtjes”

Plaats een reactie