(8 oktober 2023)
Vandaag is de laatste dag van de bodemdierendagen. Jullie hebben van mij nog één groep van de ‘Tiny Ten’ te goed, namelijk de kevers. Nu zijn er in het loop van het jaar al verschillende groepen van kevers voorbij gekomen, zoals mestkevers, lieveheersbeestjes en weekschilden. Een groep die je vooral in of op de bodem vindt, zijn de loopkevers.
Van de familie van de loopkevers komen in ons land ruim 370 soorten voor, sinds 2010 allemaal met een Nederlandse naam. Er zitten kleine soorten bij, maar ook soorten die vier cm lang kunnen worden. Loopkevers hebben relatief lange poten, grote kaken en een ovaal achterlijf. De dekschilden hebben ribbels of strepen. De soorten die ’s nachts actief zijn, zijn donker gekleurd. De dagactieve soorten hebben een metallic kleur. Een onderfamilie zijn de zandloopkevers: deze jagen overdag en vind je op kale, zandige bodems. Sommige loopkevers kunnen uitstekend vliegen, bij andere soorten ontbreken de vleugels.
Van de meeste soorten zijn de volwassen dieren jagers, maar sommige eten (ook) plantaardig zoals zaden, vruchtbeginsels e.d. Veel soorten jagen op van alles en nog wat, andere zijn gespecialiseerd in bepaalde diergroepen zoals slakken of springstaarten. De larven zijn echte vleeseters.
Zelf vormen loopkevers een prooi voor grotere spinnen en loopkevers, spitsmuizen, egels, hagedissen en insectenetende vogels.
Ik ben mijn fotoarchief ingedoken en kwam zeven soorten loopkevers tegen die ik ooit eens heb gefotografeerd.
Linksboven zie je de kettingschallebijter. Deze vond ik in onze tuin, onder een stapel stenen. ’s Nachts gaat hij al rennend op jacht naar wormen, slakken en emelten (larven van de langpootmug). Een gevangen prooi bijt hij in stukjes. Het is de enige schallebijter die kan vliegen. Ze kunnen ruim 2 cm lang worden.
Daarnaast zie je de borstelspriet, vorige maand in onze tuin gevangen. Deze wordt ook wel haarsprietloopkever genoemd. Je vindt ze vooral in de strooisellaag waar ze op springstaarten jagen.
Op de tweede rij zie je soorten waarvan de volwassen dieren (ook) plantaardig voedsel eten en zo een plaag kunnen vormen.
Links een van de glansloopkevers, ook wel glimmers genoemd (niet te verwarren met de glanskevers; dat is een aparte keverfamilie). Van de glimmers komen in ons land 36 soorten voor. Ze zijn dagactief. Ik zie ze veel in onze moestuin. Mogelijk is het de bronzen glimmer waarvan de volwassen dieren graszaden eten en een plaag in wintertarwe kunnen zijn.
Daarnaast zie je een van de kruipers waarvan in ons land 29 soorten voorkomen. De aardbeiloopkever, bijvoorbeeld, eet aardbeizaadjes en kan een plaag in de aardbeiteelt zijn.
Op de onderste rij links zie je de grote viervlekschorsloper. Deze zag ik vorig jaar november in het donker in onze tuin. Overdag zit hij verstopt achter schors. ’s Nachts jaagt hij op de grond naar springstaarten en mijten.
Tenslotte twee loopkevers die ik 3,5 jaar geleden op vakantie in Borculo zag. De kleine poppenrover zagen we op landgoed Hackfort. De kevers, en met name de larven, leven van rupsen in bomen. Het is een belangrijke vijand van de eikenprocessierups.
De twee parende groene zandloopkevers zagen we op het Stelkampsveld. Ze jagen overdag op allerlei geleedpotigen. De larven pakken met hun kaken een prooi vanuit een tunneltje in de grond. Ze worden 1,5 cm groot.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 281: loopkevers”