Soort van dag 303: berken

(30 oktober 2023)

De berken in onze tuin zijn al vrijwel kaal. Elders zie ik berken nog verkleuren van groen naar goudgeel. Als het blad gevallen is, kunnen we genieten van de prachtige silhouetten.
Berken zijn enorm winterhard. In het hoge noorden is de dwergberk de enige ‘boomsoort’ die daar wil groeien. Deze soort die niet hoger wordt dan een meter, kwam in de laatste IJstijd ook bij ons voor. In Nederland zijn nu alleen nog de zachte berk en de ruwe berk inheems. In parken en tuinen vind je ook andere berkensoorten, vaak aangeplant vanwege het mooie silhouet en de witte stam. Kenmerkend voor berken is dat de bast horizontaal afbladdert.

Berken zijn eenhuizig. Dat wil zeggen: aan een boom vind je zowel mannelijke als vrouwelijke bloeiwijzen. De hangende mannelijke katjes zijn al voor de winter aanwezig. Het stuifmeel wordt door de wind verspreid en is zeer allergeen zoals mensen met een berkenpollenallergie zullen onderschrijven. De vrouwelijke katjes staan rechtop en komen pas in het voorjaar tegelijk met het blad tevoorschijn. Aan het eind van de zomer zijn de talloze zaadjes rijp. De vruchtjes hebben brede vleugels waarmee ze door de wind over grote afstanden worden verspreid. De vruchtjes worden door allerlei zangvogels gegeten.

Aan berken zijn veel zwammen verbonden. De bekendste daarvan is de vliegenzwam. Maar ook berkenboleet (foto linksonder) en verschillende soorten russula’s en melkzwammen leven samen berken. Op droge heidevelden is de samenwerking met de berkenboleet essentieel voor de ontwikkeling van de bomen. De berkenboleet is namelijk ongevoelig voor stoffen die de schimmelpartner van struikhei uitscheidt om andere zwammen in hun groei te remmen. Berken worden niet oud: zo’n tachtig tot honderd jaar. Aan het eind van hun leven worden ze aangetast door de berkenzwam. Er zijn nog meer schimmels op berken te vinden, waaronder de schimmel die heksenbezems veroorzaakt. Het gaat hierbij om woekeringen die optreden doordat ‘slapende’ knoppen uitlopen onder invloed van de schimmel. Blaadjes kunnen aangetast worden door de berk-en-elsroest en vallen voortijdig af (foto rechtsonder).
Uiteraard zijn ook verschillende soorten insecten afhankelijk van de berk zoals een aantal wantsen, snuitkevers, bladwespen en vlinders.

Om ruwe en zachte berk van elkaar te onderscheiden moet je naar een combinatie van verschillende kenmerken kijken. Een opvallend verschil is dat de stammen van volwassen ruwe berken aan de onderzijde zwart zijn en barsten vertonen; die van zachte berk zijn tot onderaan (groezelig) wit. Twijgen van ruwe berk hangen meer dan bij de zachte berk en voelen wrattig aan. De bladeren van zachte berk zijn bij het uitlopen zacht behaard. In de nerfoksels aan de onderkant van het blad blijven toefjes haren staan die bij de bladeren van ruwe berk ontbreken. Ruwe berk wordt hoger, wordt vaker aangeplant en komt algemener voor dan zachte berk. Ze kunnen onderling kruisen.
Verder zit er een verschil in standplaats. Beide soorten hebben een voorkeur voor zure, voedselarme tot matig voedselrijke bodems. Op hele droge, zandige plekken groeien alleen ruwe berken; op hele natte, venige plekken overwegend zachte berken.

Beide soorten zijn pioniers. Het zaad kiemt makkelijk en de bomen groeien snel. Ruwe berk kan, samen met grove den, massaal opslaan op heidevelden en kapvlaktes. Op kalkrijkere bodems wordt hij al snel ingehaald door bomen die hoger worden. Zachte berk vind je vooral op venige grond, vaak samen met zwarte els. Berkenbroekbossen met zachte berk zijn voorlopers van hoogveen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Plaats een reactie