(22 november 2023)
Tussen de klinkers en tegels in onze tuin komt elk najaar volop mos tevoorschijn. Daar staan allerlei kleine (kiem)plantjes tussen, de moeite waard om hiervoor eens door je te knieën te gaan. Een van die plantjes is liggende vetmuur. Daarvan zie je op de bovenste foto’s de bladrozetjes. Het is een onopvallend, meerjarig plantje waarvan je op het eerste gezicht zou kunnen denken dat het om mos of een grasje gaat.
Liggende vetmuur hoort tot de anjerfamilie, net zoals vogelmuur en echte koekoeksbloem. De bloemen hebben vier (soms vijf) kelkblaadjes en witte kroonblaadjes. Deze laatste zijn kleiner dan de kelkblaadjes, vallen snel af en kunnen ook ontbreken. Daardoor zien de bloemetjes er groenig uit. De plant bloeit lang, van mei tot in september. Na de bloei kromt de bloemsteel zich naar beneden, later staat die weer rechtop. In die kleine bloemetjes schijnt nectar te zitten waar bijen op af komen. Mogelijk spelen ook loopkevers een rol bij de bestuiving. Verder vindt er zelfbestuiving plaats. Wind en regenwater zorgen voor de verspreiding van de zaden.
Het plantje heeft een penwortel en een bladrozet. De stengels die hieruit tevoorschijn komen, kunnen wel 20 cm lang worden. Ze liggen (vandaar de naam) en wortelen op de knopen. Zo kunnen de plantjes kussens vormen van maar een paar cm hoog. Net zoals andere vetmuursoorten hebben de plantjes naaldvormige, rolronde blaadjes met een stekelpuntje.
Liggende vetmuur ziet er fragiel uit, maar kan goed tegen betreding en berijding. Ze groeit op plekken waar andere planten het niet uithouden. Je vindt haar in voegen van bestrating en scheuren in het asfalt, op muren en in bermen die veel belopen worden. In voegen zie je het plantje vaak samen met verschillende mossoorten (bijvoorbeeld zilvermos) en eenjarigen zoals straatgras, straatliefdegras en herderstasje.
Ook twee andere vetmuursoorten komen op deze plekken voor: donkere en uitstaande vetmuur (vroeger samen tengere vetmuur genoemd). Deze eenjarige soorten vormen geen bladrozet en wortelen niet op de knopen van de stengels, wat liggende vetmuur wel doet. (Ik ga volgend jaar eens beter naar de vetmuur in onze tuin kijken, want ik denk dat ik ze vaak allemaal liggende vetmuur noemde.)
Er is nog een eenjarige vetmuur, namelijk zeevetmuur. Deze vind je vooral buitendijks op zilte plekken in Zeeland en het Waddengebied.
Sierlijke vetmuur, ook wel krielparnassia genoemd, zie je op de foto rechtsonder. Deze soort kan minder goed tegen betreding en is te vinden op natte, voedselarme, kalkrijke grond in duinvalleien en op begroeide stranden. Hiervan vallen de bloemetjes meer op doordat de kroonblaadjes langer zijn dan de kelkblaadjes. En dan is er nog priemvetmuur. Deze soort is in het wild uit ons land verdwenen, maar wordt wel als bodembedekker verkocht, vaak onder de naam ‘sterremos’, vetmuur of de geslachtsnaam Sagina.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. Liggende vetmuur is voorgedragen door Norbert Daemen.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘯𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳𝘱𝘶𝘯𝘵.𝘣𝘦
