Natuursprokkel 1: Natuurherstelwerkzaamheden in Boswachterij Westerschouwen

Vorige week wandelden we door Boswachterij Westerschouwen op Schouwen-Duiveland, het grootste bos van Zeeland. Het ligt op de Kop van Schouwen, een gebied dat ontstaan is uit de wisselwerking van natuurlijke processen en menselijk handelen. Er zijn hier nog meer mooie gebieden, elk met hun eigen karakter, verhaal en natuurwaarden, zoals het Zeepe, de Meeuwenduinen, de Verklikkerduinen en de Vroongronden. De Kop van Schouwen is een Natura 2000-gebied, dat wil zeggen: het is onderdeel van het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. Verder is de Boswachterij een drinkwaterwingebied en een belangrijk recreatiegebied.

Om de stuivende duinen vast te leggen en in de behoefte naar (mijn)hout te voorzien begon men een eeuw geleden hier met het aanplanten van dennen. Hiervoor werd niet de inheemse grove den gebruikt, maar de zwarte den die oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Europa komt. Het gaat hierbij om twee ondersoorten: Corsicaanse en Oostenrijkse den. De zwarte den kan veel beter de zilte zeewind verdragen dan de grove den en groeit bovendien snel met rechte stammen. Een duidelijk onderscheid tussen zwarte en grove den is de kleur van de schors: naar boven toe roodbruin bij grove den en grijsbruin bij zwarte den.
Het aanplanten stopte in 1942, in de Tweede Wereldoorlog. Daarom is het gebied ten noorden van de boswachterij, de Meeuwenduinen, nu nog een open gebied met imposante stuivende duinen. Sinds de jaren ’70 worden de naaldbomen geleidelijk aan vervangen door loofbomen zodat er nu een gemengd bos is.

Tijdens onze wandeling viel ons een aantal dingen op die te maken hebben met het bosbeheer. Nieuwsgierig als wij zijn, wilden we natuurlijk meer weten over het wat en waarom. Gelukkig kon ik veel antwoorden vinden in boswachtersblog.nl/aanzee/. Het blijkt te gaan om natuurherstelwerkzaamheden die te maken hebben met bosverjonging, damherten en Amerikaanse vogelkers.

Damherten komen pas sinds 1993 vrij levend op Schouwen-Duiveland voor. De populatie is ontstaan uit vijftien ontsnapte dieren. Inmiddels hebben ze zich over heel Schouwen-Duiveland uitgebreid en worden ze ook bejaagd. Op de Kop van Schouwen wordt een stand van ca. 325 dieren als gewenst niveau gezien. Het probleem van te veel damherten in de Boswachterij is dat jonge ontkiemende struiken en bomen geen kans krijgen groot te worden. Ook is er maar weinig onderbegroeiing.
We zagen mini-boompjes (m.n. eiken) met een boomkorf eromheen. Het gaat om spontane zaailingen die zo beschermd worden tegen vraat door damherten. Spontane verjonging heeft blijkbaar meer kans van slagen dan het aanplanten van bomen. Op verzoek van provincie Zeeland zijn om duizend boompjes in de Boswachterij boomkorven geplaatst.
Verder kwamen we een van de twee ‘enclosures’ tegen. Hierbij is een hectare bos uitgerasterd zodat er geen herten kunnen komen. Bomen, struiken en kruidachtige planten krijgen zo een kans op te groeien. Ook is in deze vakken een aantal bomen geringd waardoor ze geleidelijk aan afsterven. Er kan dan licht op de bodem komen zodat zaden kunnen ontkiemen. Staand dood hout is bovendien belangrijk voor de biodiversiteit; denk maar aan spechten. Als jonge bomen en struiken groot genoeg zijn, worden de hekwerken weer weggehaald.
Buiten de enclosures zagen we overigens nauwelijks geringde bomen. Bomen die door stormen omwaaien, laat Staatsbosbeheer liggen. Ook worden er nog steeds zwarte dennen gekapt om loofhout meer ruimte te geven. Het stamhout van drie meter wordt verkocht voor kisthout. Het hout van de zwarte den is namelijk niet geschikt om meubels van te maken omdat het veel meer hars bevat dan grove den. Takken enzovoort blijven liggen.

Een ander probleem dat aangepakt wordt, is de Amerikaanse vogelkers. Die is niet aangeplant maar is hier gekomen door zaadjes die vogels uitgepoept hebben. De struik kwam hier zo massaal voor dat er voor inheemse struiken geen ruimte meer was. In de afgelopen jaren zijn de struiken op één meter hoogte afgezet. Dat gebeurde in het groeiseizoen en buiten het broedseizoen. In de jaren daarna worden de afgezette struiken nagelopen. Bladeren worden verwijderd en nieuwe struikjes worden omgeknakt. De afgezette vogelkersen zijn of op rillen gezet of uit het gebied verwijderd en versnipperd.

Uiteraard hebben we tijdens de wandeling niet alleen op het bosbeheer gelet. We hebben ook genoten van het geluid van de ruisende dennen en de goudhaantjes. En in de open Meeuwenduinen zagen we in de verte een paar damherten. Het hekwerk om de Boswachterij is meer bedoeld om recreanten tegen te houden dan de damherten.

Bronnen: boswachtersblog.nl/aanzee/, natura2000.nl, Alterra-rapport 2723, PZC, faunabeheereenheid.nl

Plaats een reactie