Soort van dag 266: parasitaire planten

(23 september 2023)

Wist je dat er planten zijn die meerdere jaren onzichtbaar onder het maaiveld leven? Pas als de tijd gekomen is om zich voort te planten, verschijnen de bloemen bovengronds. Ik heb het hierbij over parasitaire planten. Zij bevatten geen bladgroen en hebben geen zonlicht nodig. Ze halen alle benodigde stoffen (water, mineralen, organische voedingsstoffen) uit andere planten. Deze gastheerplanten zullen altijd (enige) schade ondervinden van de parasieten: achterstand in groei, geen bloei of vatbaarder voor ziektes.
Een plantenfamilie waarin verschillende parasieten voorkomen, is de bremraapfamilie. Het gaat hierbij om de geslachten bremraap en schubwortel. Tot deze familie behoren ook halfparasieten zoals ratelaar. Halfparasieten hebben wel bladgroen.

Het zaad van een bremraap ontkiemt alleen in de buurt van de wortels van de gastheerplant. De ontkieming wordt op gang gebracht door stoffen die door de wortels worden uitgescheiden. Er wordt een kiemworteltje gevormd dat de wortel van de gastheerplant binnendringt. Vervolgens ontstaat er een knol (โ€˜raapโ€™) waarin de weefsels van de gastheerplant en de parasitaire plant met elkaar verweven zitten. De parasiet onttrekt wat hij nodig heeft aan de gastheerplant. Hij geeft, zoals het een echte parasiet betaamt, er niets voor terug.
Na maanden, maar het kan ook na jaren zijn, vormt de parasiet een aantal bloemstengels. Deze breken uit de knol naar buiten, groeien de grond uit en kunnen enkele decimeters hoog worden. De bloemstengel is strokleurig en bedekt met schubben. Na de bloei verdort de stengel, maar is nog wel lang herkenbaar. De knol sterft meestal na de bloei af.
In Nederland komen tien bremraapsoorten voor. Ze zijn in het algemeen moeilijk van elkaar te onderscheiden. Het beste herkenningsmiddel is de gastheerplant. Bloemen van bremrapen zijn tweelippig en lijken wel wat op leeuwenbekjes. Ze worden bestoven door o.a. bijen en hommels. De stoffijne zaden worden door de wind verspreid. Het zaad is lang kiemkrachtig, zeker tien jaar.
Sommige bremraapsoorten parasiteren op heel algemeen voorkomende planten zoals duizendblad (blauwe bremraap) en akkerdistel (distelbremraap). Toch zie je niet op al de groeiplaatsen van deze gastheerplanten bremrapen verschijnen. Blijkbaar moeten de omstandigheden waaronder de zaden willen ontkiemen, heel specifiek zijn.
Op de collage zie je onderaan drie bremrapen. Links de bitterkruidbremraap die parasiteert op echt bitterkruid. Deze komt voor in kalkrijke duinen. Daarnaast zie je de klavervreter. Deze parasiteert op rode klaver en andere vlinderbloemigen. Deze is te vinden in vochtige, voedselrijke graslanden en op dijken en bermen in kleigebieden. Rechts zie je de klimopbremraap die parasiteert op klimop. Je vindt deze in toenemende mate in parken en plantsoenen in stedelijk gebied.

Schubwortels hebben ondergrondse wortelstokken, bedekt met schubben. In ons land komen twee soorten voor. Bleke schubwortel is inheems en zeer zeldzaam. De kans om een paarse schubwortel te zien is groter. Deze soort die in het wild in Belgiรซ voorkomt, staat o.a. in tuinen en heemparken zoals De Braak in Amstelveen (foto linksboven). Bij deze plant komen de bloemen direct uit de wortelstok, dus je ziet geen stengel. Ze bloeien van maart tot mei. Schubwortels parasiteren op diverse boomsoorten.
Er komen in ons land nog enkele (zeer zeldzame) parasitaire planten voor. Een aparte categorie zijn de warkruiden (windefamilie). Deze hebben een geheel bovengronds leven. Op de foto rechtsboven zie je de bloemen van groot warkruid die o.a. grote brandnetel als gastheer heeft. Deze eenjarige plant heeft geen wortels en bladeren, wel windende stengels. Hij hecht zich vast via een soort zuignappen en onttrekt zo alles wat hij nodig heeft aan de gastheerplant.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ถ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ดโ€™ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ

Soort van dag 265: wolfspinnen

(22 september 2023)

Vandaag starten de bodemdierendagen. Tot en met 8 oktober kun je aan allerlei activiteiten deelnemen of zelf op zoek gaan naar bodemdieren in je tuin of op het schoolplein. Het thema dit jaar is โ€˜Onder het maaiveldโ€™, net zoals de gelijknamige bekroonde film (moet ik overigens nog zien). Onder het maaiveld is natuurlijk veel meer leven te vinden dan โ€˜alleenโ€™ bodemdieren. Ruim een kwart van de biodiversiteit op aarde leeft in de grond, van microben en schimmels tot mollen.
De komende tijd zal ik aandacht besteden aan organismen die โ€˜ietsโ€™ te maken hebben met de bodem of de strooisellaag.

Om nog even in de sfeer van de โ€˜wolfโ€™ te blijven (gisteren raven en wolven, eergisteren wolfsmelk) heb ik voor vandaag gekozen voor wolfspinnen. Het gaat hierbij om een familie van harige spinnen die geen web maken maar al rennend op zicht jagen naar allerlei kleine beestjes. Je kunt ze over de grond en over planten zien rennen. Hebben ze een prooi te pakken, dan volgt een dodelijke beet. Wolfspinnen hebben een karakteristieke rangschikking van hun acht ogen. Vooraan staan vier kleine ogen in een rij. Daarachter staan vier grotere ogen in een vierkant.
In ons land komen zoโ€™n veertig soorten wolfspinnen voor. Wat betreft bouw lijken ze erg op elkaar. Sommige zijn alleen op basis van hun geslachtsorganen van elkaar te onderscheiden. De meeste soorten zijn middelgroot (halve cm); enkele kunnen enkele centimeters groot worden. Soms zie je ze in grote groepen bij elkaar. Daar komt de naam wolfspin vandaan: mensen dachten dat ze in groepen (roedels) jaagden, net zoals wolven dat doen. Dat is niet het geval: ze tolereren soortgenoten in hun territorium.
In onze tuin zie ik regelmatig wolfspinnen. Omdat ze snel wegschieten, valt het niet mee om ze goed op de foto te krijgen. De twee links horen tot het geslacht van de nachtwolfspinnen die, zoals de naam al aangeeft, vooral โ€™s nachts jagen. Rechts zie je soorten van een geslacht waartoe ook de meest algemene, de tuinwolfspin, behoort. Deze warmen zich graag op in het zonnetje. Eenmaal opgewarmd, zijn ze razendsnel. Nog meer wolfspinnen zie je hier.

Ook al maken ze geen web, wolfspinnen maken wel spindraden. Die gebruiken ze als โ€˜reddingslijnโ€™. Mannetjes gebruiken de lijnen ook om zo bij een vrouwtje uit te komen. De vrouwtjes maken van spinrag een eicocon. De meeste soorten dragen die met zich mee aan het achterlichaam, bevestigd aan de spintepels (zie foto linksboven). Van andere soorten stoppen de vrouwtjes de eicocon in de grond; ze blijven daarbij tot de eitjes uitkomen. Jonge wolfspinnetjes worden door hun moeder tot aan hun eerste vervelling meegedragen. Daarna moeten ze het zelf zien te redden en hun kostje bij elkaar rennen. Wolfspinnen overwinteren als spin en kunnen twee tot drie jaar oud worden.

In ons land komt ook de valse wolfspin voor, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa. Je kunt hem vooral in stedelijke gebieden aantreffen, ook in huizen. De naam verwijst niet naar zijn gedrag, maar naar zijn uiterlijk: hij lijkt op een wolfspin maar hoort tot een andere familie. Als een valse wolfspin zich bedreigd voelt, kan hij mensen bijten. De beet voelt als de steek van een bij.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜‰๐˜ข๐˜ด๐˜ช๐˜ด๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜š๐˜ฑ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ข๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ถ๐˜ณ๐˜ง๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฐ๐˜จ๐˜ณ๐˜ข๐˜ง๐˜ช๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 264: raaf (en wolf)

(21 september 2023)

Vorige week dinsdag hadden mijn man en ik het geluk om in het Deelerwoud zeker zestien raven in de lucht te zien plus een aantal te horen. Het was prachtig om naar hun capriolen in de lucht te kijken. Opvallend: andere wandelaars hadden er niet echt oog voor; die waren meer uit op het spotten van edelherten.
Hier kun je het geluid van raven horen. Raven maken allerlei soorten geluiden (meer dan honderd) en daarnaast kunnen ze goed imiteren.

De raaf ken ik niet uit mijn jeugd. Halverwege de 20e eeuw was de raaf uit ons land verdwenen. Dat kwam vooral door vervolging vanwege bijgeloof en omdat ze als concurrenten van jagers werden gezien. In de periode 1969-1992 werden meer dan honderd raven uitgezet, afkomstig uit Duitsland en Polen. In 1976 werden de eerste broedgevallen op de Utrechtse Heuvelrug gemeld en sindsdien breidt de vogel zich over ons land uit.
De raaf heeft een voorkeur voor uitgestrekte bosgebieden en je vindt ze dan ook op de Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en Sallandse Heuvelrug. Maar ook op andere plekken komen inmiddels raven voor zoals in de Achterhoek, de Zuid-Hollandse duinen, de Oostvaardersplassen en de Maashorst. Zelfs in het Amsterdamse Bos zijn raven waargenomen (in 2019).
In 2022 broedden volgens SOVON 200-220 paartjes in ons land. Daarnaast zijn er jonge dieren die in groepsverband rondzwerven. In totaal gaat het om zoโ€™n 800-1.000 raven.

De raaf is de grootste kraaiachtige ter wereld en de grootste zangvogel van ons land. Hij heeft een spanwijdte van 120 cm (zwarte kraai: 90-100 cm). De snavel van een raaf is naar verhouding forser dan die van een zwarte kraai. Zijn staart is ruitvormig en waaiert breed uit. Kraaien vliegen ergens naar toe; raven zweven ook en dat hebben we in het Deelerwoud goed kunnen observeren.
Raven zijn alleseters, met een voorkeur voor eiwitrijk dierlijk voedsel. Ze eten o.a. resten van kadavers (bijvoorbeeld van verkeersslachtoffers). In de winter zijn ze afhankelijk van kadavers van dieren die de winter niet overleefd hebben. Meer over het belang van kadavers voor de natuur lees je hier.

Op ongeveer dezelfde plek waar we de raven zagen en hoorden, vonden we midden op een zandpad verse uitwerpselen vol haren. Voorjaarsmestkevers waren hier druk mee bezig; er kwamen zelfs nog geรฏnteresseerde mestkevers aangevlogen. De geur van de drollen was vrij neutraal, een beetje muskusachtig. Zou het hier gaan om uitwerpselen van de wolf, een diersoort die ook in het Deelerwoud gespot wordt? Het zou wel mooi zijn, want raven en wolven horen bij elkaar, en niet alleen in mythische zin.
Net zoals de raaf werd de wolf vervolgd en verdween hij uit ons land. Op eigen kracht is de wolf deze eeuw na 150 jaar in ons land teruggekeerd. Ik hoef niet te zeggen dat die terugkeer nogal omstreden is; de wolf is bijna dagelijks in het nieuws.
Raven eten als aaseter de restanten van prooien van wolven op. Het schijnt zelfs zo te zijn dat raven vanuit de lucht verzwakte dieren opsporen en wolven daarop attenderen door te roepen en te wijzen. Om meer te weten te komen over de raaf op de Veluwe zijn in 2021 zes jonge raven van een zender voorzien. Men hoopt zo ook meer inzicht te krijgen in de relatie raaf-wolf in ons land. Het onderzoek loopt door tot in 2025.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ณ๐˜ข๐˜ท๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฌ๐˜จ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฑ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•, ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ข๐˜ณ๐˜ฌ.๐˜ฆ๐˜ถ

Soort van dag 263: wolfsmelk

(20 september 2023)

Met de regen van de afgelopen dagen schieten niet alleen de paddenstoelen maar ook allerlei eenjarige planten uit de grond. In onze tuin zag ik ineens tussen het grind verschillende exemplaren van de tuinwolfsmelk. Tijd om eens aandacht te besteden aan het geslacht wolfsmelk (Euphorbia).
Over grote delen van de wereld kun je vertegenwoordigers van dit geslacht tegenkomen. De vormenrijkdom is erg groot. Bij ons zie je alleen kruidachtigen. Maar ze komen ook voor als struik, boom of cactusachtige. Een aantal bekende kamerplanten komt uit dit geslacht, zoals de kerstster.

Een duidelijk kenmerk van een wolfsmelk is het witte melksap in alle delen van de plant. Dit sap staat onder druk en bij beschadiging komt het gelijk naar buiten. Het is bedoeld als wondafdekking en tegen vraat, want het sap is giftig (huid- en oogirritatie). De naam โ€˜wolfsmelkโ€™ verwijst naar het gevaar van dit melksap (โ€˜wolfโ€™ in de betekenis van duivel).
Niet alleen het melksap, maar ook de bloeiwijze is kenmerkend. Alle wolfsmelken hebben schijnbloemen die omgeven zijn door schutbladen. In de bekervormige schijnbloem staan de eigenlijke bloemen: รฉรฉn vrouwelijke (stamper met drie stijlen) en meerdere mannelijke (alleen een meeldraad per bloem). Rondom die bloemen zitten vier tot vijf nectarklieren. Hierop komen vliegen, bijen, wespen en mieren af. De bloemen staan in vertakte bijschermen met grote opvallende schutbladen (vergelijk de rode bladeren van de kerstster). De vrucht bestaat uit drie zogenaamde kluisvruchten, met in elke vrucht รฉรฉn zaad. Als ze rijp zijn, springen de vruchten met geweld open en worden de zaden weggeslingerd.

In Nederland komen achttien soorten voor. In de collage staat een aantal wolfsmelken die ik de afgelopen jaren heb gefotografeerd.

Bovenaan links zie je tuinwolfsmelk. Deze is, net zoals het kroontjeskruid ernaast, een eenjarige soort. Beide komen voor op omgewoelde, stikstofrijke bodems (tuinen, akkers), zijn afkomstig uit Zuid-Europa en zijn als cultuurvolger hier gekomen. De bladranden van tuinwolfsmelk zijn glad terwijl die van kroontjeskruid getand zijn.
Rechtsboven zie je het blad van de cipreswolfsmelk. Het is een vrij zeldzame soort van droge zandgronden langs de grote rivieren die ook als tuinplant wordt gebruikt. De zeer zeldzame wolfsmelkpijlstaart gebruikt cipreswolfsmelk als waardplant.

Op de rij eronder zie je links amandelwolfsmelk. Het is een soort van kalkrijke en komt in ons land alleen in Zuid-Limburg voor. Deze wordt ook als tuinplant gebruikt en verwilderd aangetroffen.
Daarnaast zie je de kruisbladige wolfsmelk. Deze tweejarige wordt veel in tuinen aangeplant, o.a. omdat de plant mollen zou weren. Ook deze komt verwilderd voor. Van oorsprong is het een Zuid-Europese soort, maar daar schijnt die echt in het wild niet meer voor te komen.
Rechts zie je zeewolfsmelk. Deze komt voor langs de kust, m.n. in het Deltagebied. Het is een typische soort van de zeereep. Hij ontkiemt op het vloedmerk; vruchten of zaden worden waarschijnlijk door de zee verspreid. Planten kunnen zich uit overstuivend zand omhoog werken.

Linksonder zie je kleurige wolfsmelk. Deze (nog) niet ingeburgerde plant heeft zachtbehaarde bladeren, opvallende gele schutbladen en komt oorspronkelijk uit o.a. Centraal-Europa.
Daarnaast zie je bloemen van heksenmelk met daarop een wegmier die op de nectar is afgekomen. Ik heb deze foto gemaakt op de Grevelingendam waar de plant tussen de basaltblokken staat. Daar kwamen ook exemplaren voor die aangetast zijn door een roestschimmel. Die zie je op de foto rechtsonder. Het gaat hierbij om de cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest. Van oorsprong komt de plant in Midden-Europa voor en heeft zich via water- en verkeerswegen bij ons gevestigd.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 262: mijten

(19 september 2023)

Over verschillende spinachtigen heb ik het al gehad: echte spinnen en hooiwagens. Een andere groep spinachtigen zijn de mijten, met meer dan 1.700 bekende soorten in ons land.
Mijten zijn heel klein. De kleinste zijn 0,1 mm, de grotere soorten kunnen enkele millimeters worden. Hun lichaam is รฉรฉn geheel. Net zoals andere spinachtigen hebben ze (meestal) acht poten, zogenaamde gifkaken en geen antennen. Bij veel mijtensoorten hebben heel jonge exemplaren zes poten. Onder de mijten vind je zowel opruimers, parasieten (op planten of dieren), planteneters als rovers.

De soorten die in ons land voorkomen, worden in vier subgroepen (orden) onderverdeeld.

Allereerst de orde van de teken (foto linksboven). Hiervan komen in ons land 14 soorten voor. Ze zijn allemaal bloedzuigend en kunnen ziektes overdragen; een paar bijten mensen. Aan het uiteinde van de kop zit een getand orgaan waarmee ze door de huid van de gastheer kunnen dringen. Teken zijn onmiskenbaar door de (ovaal)ronde vorm in combinatie met de gekromde poten.

Van de orde van de roofmijten komen in ons land ruim 400 soorten voor. Deze mijten zijn afgeplat en langwerpiger dan teken. Ze zijn meestal wit of bruin van kleur.
Tot de roofmijten horen parasieten zoals varroamijt (op bijen) en vogel-luismijt (ook wel bekend als bloedluis). Andere soorten zijn rovers; ze eten andere mijten (zoals spintmijten en vogel-luismijt) en andere ongewervelden. Verschillende soorten worden daarom ingezet als biologische ongediertebestrijders.
De nimfen van roofmijten zie je soms vastgeklampt aan insecten zitten. Dat kan zijn omdat ze van hun gastheer leven, maar ook om zich zo te laten verspreiden. Op de foto rechtsboven zie je roofmijten die meeliften met een krompootdoodgraver. Op de foto daaronder zie je roofmijten op de onderzijde van een bosmestkever.

Mosmijten horen tot een orde met 600 vertegenwoordigers in ons land. Mosmijten zijn donker gekleurd en traag en hebben veelal de vorm van een klein kevertje. Ze leven van schimmels, mos, rottend blad en algen. Je vind ze dan ook vooral op en in de bodem en op bomen.
Tot deze orde horen ook de schurftmijt en de huisstofmijt. De schurftmijt eet van de verhoornde cellen van een mensenhuid en graaft gangen in de huid. De huisstofmijt leeft van huidschilfers. Sommige mensen zijn allergisch voor de uitwerpselen en vervellingshuidjes. Verder vallen onder deze orde enkele soorten die (als opruimer) een plaag kunnen vormen in voedselvoorraden.

De laatste orde kent de meeste vertegenwoordigers in ons land (ca. 640) en is erg divers. Hiertoe behoren o.a. fluweelmijten, watermijten, galmijten, spintmijten, haarfollikelmijten en de oogstmijt. De nimf van de oogstmijt zuigt vocht uit o.a. de mensenhuid en kan jeuk veroorzaken. Haarfollikelmijten leven in haarzakjes en talgklieren, ook bij mensen, maar veroorzaken meestal geen overlast.
Op de foto linksonder zie je een fluweelmijt uit onze moestuin. Fluweelmijten zijn relatief groot (2-5 mm), rood en behaard. Hun voorste paar poten gebruiken ze als antenne. Met hun grote monddelen grijpen ze prooien (kleine geleedpotigen). Deze worden vervolgens leeggezogen. Hun nimfen leven als parasiet op andere geleedpotigen.
Galmijten zijn erg klein (kleiner dan 0,2 mm). Ze zijn wormachtig en hebben maar vier poten. Met hun monddelen steken ze in plantencellen. Vervolgens zuigen ze deze leeg. Daarbij produceren ze speeksel waar de plant op kan reageren door het vormen van een gal. Een voorbeeld is de elzennerfhoekmijt op zwarte els (foto rechtsonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฆ๐˜ต ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฑ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ช๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜—๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜จ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฌ๐˜ข๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 261: grote parasolzwam

(18 september 2023)

Op twee plekken heb ik ze dit jaar al gezien: grote parasolzwammen. In het Goois Natuurreservaat zag ik een enkel exemplaar staan. Bij Laag Wolfheze stond een aantal in een gedeeltelijke heksenkring (zie foto bovenaan). Grote parasolzwammen zijn niet te missen met hun lange steel (tot 40 cm) en grote hoed (doorsnede tot 40 cm). Hiermee zijn ze de grootste plaatjeszwammen van ons land. Overigens worden ze niet altijd zo groot; je kunt ze dan verwarren met andere (parasol)zwammen. Maar heb je een parasolzwam met een hoed die een doorsnede heeft van 20 cm of meer, dan heb je met de grote te maken. Jonge exemplaren zijn ook opvallend. Ze lijken op dikke trommelstokken.
Er zijn nog meer opvallende kenmerken. Bij volgroeide exemplaren zit er een donkerbruine, stompe bult op de hoed. Op de hoed zitten bruine schubben die duidelijk afsteken tegen de witte hoedhuid. Bij oudere exemplaren kun je de ring langs de steel heen en weer schuiven. De steel van grote parasolzwammen is volgens de boeken โ€˜schubbig-gevlamdโ€™. Ik zou zeggen: met een slangenprint of een zigzagpatroon.
Je vindt grote parasolzwammen op onbemeste graslanden, in bermen en lichte bossen. De schimmel leeft van dood organisch materiaal in de bodem (saprofyt). De vruchtlichamen verschijnen van juni tot in november.

Grote parasolzwammen kunnen heksenkringen vormen, soms wel met een doorsnede van enkele tientallen meters. Bij zulke grote heksenkringen heb je te maken met een zwamvlok die tientallen jaren oud is. Er zijn nog veel meer paddenstoelensoorten die zulke kringen maken. In onze tuin is dat bijvoorbeeld de weidekringzwam. De grootst bekende heksenkring in Europa (in Frankrijk) heeft een doorsnede van 600 meter. In Oregon (VS) komt voor zover bekend de oudste voor. Het gaat om een sombere honingzwam die 2.400 jaar oud is en zich uitstrekt over een gebied van 890 ha groot. Zo lang er voedsel is, kan een zwam doorleven.
Heksenkringen hebben altijd tot de verbeelding gespeeld. Mensen bedachten allerlei bovennatuurlijke verklaringen voor het plotseling uit de grond rijzen van zoโ€™n kring paddenstoelen. Pas in de 19e eeuw ontdekte iemand hoe het echt zit. Toch zijn heksenkringen nog steeds omgeven door mysteries.
Het begint met twee sporen die op een geschikte plek zijn terecht gekomen. Uit die twee sporen ontwikkelen zich schimmeldraden (primaire zwamvlokken). Als deze bij elkaar passen, versmelten ze. Hieruit ontstaat de (secundaire) zwamvlok, ook wel mycelium genoemd. De zwamvlok โ€˜eetโ€™ het dode organische materiaal in de bodem en de schimmeldraden groeien in alle richtingen ongeveer even sterk uit. Waar het voedsel op is, sterft de zwamvlok af. Alleen aan de buitenrand waar nog genoeg voedsel is, leeft de zwamvlok verder en groeit hij door. Als de weersomstandigheden gunstig zijn (vochtig en niet te koud), groeien uit kleine knopjes langs de rand de vruchtlichamen. En dan is de zwam dus voor ons zichtbaar in de vorm van een heksenkring. Bijzonder om je te realiseren dat al die paddenstoelen dus onderdeel zijn van รฉรฉn organisme! De heksenkring in Oregon wordt beschouwd als het grootste levende organisme ter wereld.
Niet alleen zwammen die van dood organisch materiaal leven, vormen heksenkringen. De sombere honingzwam is bijvoorbeeld een parasiet. Ook bij zwammen die samenleven met bomen, komen heksenkringen voor, maar deze worden nooit zo groot.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด, ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฑ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 260: adelaarsvaren

(17 september 2023)

Afgelopen week viel me op dat de adelaarsvarens al oranje-geel verkleuren en dat de bossen zo een herfstig tintje beginnen te krijgen. Zodra de eerste nachtvorst invalt, zullen de bladeren instorten. Diep onder de grond zitten de zwarte, sterk vertakte wortelstokken. Aan elk uiteinde daarvan ontspruit in het volgende voorjaar weer een ingerold blad. De onderste zijassen van de bladeren zijn apart opgerold. De jonge bladeren zijn behaard. Aan het begin van de zomer zijn de bladeren helemaal uitgevouwen. Een blad kan wel drie meter hoog worden! Dus wat je ziet is รฉรฉn blad dat uit heel veel deelblaadjes bestaat (een blad is drie tot vier maal geveerd).
In de zomer vormen de sporen zich aan de bovenrand van de deelblaadjes. De sporen zijn me nog nooit opgevallen. Maar het schijnt dat er niet elk jaar sporen zijn (volgens een Duits boek in elk geval wel in goede wijnjaren). Sporen ontkiemen alleen op kale grond. Adelaarsvarens breiden zich vooral uit via hun wortelstokken.
En de naam adelaarsvaren? Als je de bladsteel aan de voet doorsnijdt, kun je in de doorsnede met een beetje fantasie een dubbelkoppige adelaar herkennen.

De adelaarsvaren is een echte kosmopoliet. Hij heeft zich op eigen kracht (dus zonder hulp van de mens) over bijna de hele wereld verspreid. Alleen in woestijn- en poolgebieden, boven de boomgrens en in het Amazonegebied ontbreekt deze varen. In Nederland komt de adelaarsvaren vooral voor op (voedselarme en kalkarme) zandgronden. Je ziet ze in eiken-beukenbossen, maar ook op kapvlaktes. Adelaarsvarens kunnen hele oppervlakken bedekken en gedragen zich daarbij, ondanks dat ze inheems zijn, agressief. Dat is vooral het geval op open plekken met veel licht. In de zomer nemen de grote bladeren al het licht weg en onder die bladeren groeien dan ook bijna geen andere planten. In de winter verteert de dikke laag met bladeren slechts langzaam en dit verteerde blad is giftig voor veel planten. Ook zaden van bomen kunnen hierin niet kiemen. Als een bos met adelaarsvaren als onderbegroeiing wordt gekapt, zal de varen de overhand krijgen en komt er dus niet spontaan weer nieuw bos.
Een van de weinige planten die onder adelaarsvarens kunnen groeien, zijn bosanemonen. Een plant die wel in het strooisel van adelaarsvarens kan ontkiemen, is de rankende helmbloem (foto rechtsonder). Op dode bladstelen groeit een klein paddenstoeltje, het varenknotsje. Op de plekken waar de zijassen van de bladeren zich afsplitsen, scheidt de varen zoet vocht uit. Hier komen mieren op af. Bladeren van adelaarsvarens zijn giftig voor mens en dier. Er zijn mensen die jonge varenspruiten eten. Je kunt dat beter niet doen, want er zitten kankerverwekkende stoffen in.

Een dier dat de monotonie van adelaarsvarens kan doorbreken, is het everzwijn. Everzwijnen wroeten in de grond en eten in de winter graag van de voedselrijke wortelstokken. Zo ontstaan kuilen en gaten in de adelaarsvarenvegetatie waar zaden kunnen ontkiemen. Alleen: in ons land hebben we aan banden gelegd waar everzwijnen mogen voorkomen en hoeveel.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ธ๐˜ข๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 265: egel

(16 september 2023)

Een van mijn vroegste natuurherinneringen zijn doodgereden egels als we onderweg waren van Assen naar Rotterdam; ik denk ter hoogte van Soesterberg. Ik heb daar als vierjarige heel wat traantjes om gelaten. In mijn herinnering waren het er erg veel. Het verkeer is dan ook รฉรฉn van de ergste bedreigingen van egels. Een egel beschermt zich tegen gevaar door zich op te rollen en dat werkt niet bij autoโ€™s.
Andere gevaren door menselijk handelen zijn maaien (zoals robotmaaiers), verbranding van takken- en bladerhopen, vergiftiging (door bijvoorbeeld gif tegen slakken) en afval waarin ze verstrengeld kunnen raken. Egels kunnen zwemmen maar als ze door steile wanden niet uit het water kunnen komen, verdrinken ze. Momenteel neemt het aantal egels af. Verdroging en minder voedselaanbod spelen daarbij mogelijk ook een rol. Uiteraard hebben egels ook natuurlijke vijanden zoals das en bunzing. Egels kunnen tien jaar oud worden maar halen dat veelal niet.

Tuinen worden steeds belangrijker als leefgebied voor egels. Om inzicht te krijgen hoe het is gesteld met egels in tuinen, kun je op 16 en 17 september meedoen aan de egeltelling. Zie hier voor meer informatie.

Egels zijn nachtdieren die je vaak al met schemering ziet rondscharrelen. Een volwassen egel heeft ongeveer 7.000 stekels op zijn rug en de bovenzijde van zijn kop. Een stekel gaat ongeveer anderhalf jaar mee. Waar geen stekels zitten, heeft een egel haren. Het geluid van een egel kun je niet missen. De eerste keer dat ik tijdens het kamperen een egel hoorde, durfde ik mijn tent niet uit. Ik had geen idee wie al dat lawaai (snuiven, smakken) maakte. Bij het paren maken ze fluitende geluiden. Zijn ze angstig of hebben ze pijn, dan kunnen ze hard gillen (meer dan 100 dB zag ik in een filmpje).
In onze tuin zien we regelmatig een egel. Maar we zien nog vaker hun uitwerpselen. Die zijn zwart en daarin zie je de resten van wat hij gegeten heeft: keverschilden of resten van bessen. Verder eten ze slakken, wormen, rupsen, oorwormen, spinnen en ook wel kleine gewervelde dieren en eieren van grondbroeders. Ze vinden hun voedsel met hun neus.
Egels beschikken over een zesde zintuig: het orgaan van Jacobson. Dit orgaan ligt tussen het gehemelte en de neusholte en hiermee worden nieuwe luchtjes onderzocht. Eerst ruikt de egel aan de nieuwe geur. Dan komt er een flinke hoeveelheid speeksel vrij. Heeft hij de ervaring verwerkt, dan smeert de egel het speeksel op zijn rug. Zo wordt zijn orgaan weer schoon voor nieuwe ervaringen. (Ook o.a. honden, katten en slangen hebben dit orgaan.)

Overdag slapen egels onder bladeren en mos. Een groot deel van het jaar zijn ze in winterslaap: in onze contreien van november tot april. Hun lichaamstemperatuur daalt dan van 35 graden tot 10 graden en ook hun hartslag en ademhaling dalen. Ze doen hun winterslaap in een holletje bedekt met bladeren.
Egels zijn solitaire dieren en hebben grote leefgebieden die elkaar overlappen. Mannetjes bestrijken een gebied van 20 tot 40 ha, vrouwtjes van 10 tot 20 ha. Een egel kan in een nacht enkele kilometers afleggen.

De paartijd is van mei tot en met augustus. De jongen worden tussen juni en oktober geboren. Gemiddeld heeft een vrouwtje vijf jongen. Als ze geboren worden, zijn egels blind en hebben ze nog geen stekels. Deze verschijnen binnen enkele uren en zijn dan wit. Na twee weken gaan de oren en ogen open. Vanaf zes weken zijn ze zelfstandig. Het nest ligt op een goed verborgen plek, bijvoorbeeld onder een takken- of composthoop.

Wil je egels helpen, lees dan hier over wat je wel en beter niet kunt doen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ก๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜Œ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ

Soort van dag 258: uilen

(15 september 2023)

September is een mooie tijd om uilen te kijken. En dan bedoel ik niet de vogels, maar de vlinders. De komende twee avonden en nachten is het de Nationale Nachtvlindernacht. Je kunt zelf op zoek gaan naar nachtvlinders en deze doorgeven. Maar je kunt ook op allerlei plekken in het land aansluiten bij activiteiten. Kijk hier voor meer informatie.

In Nederland komen meer dan 2.400 soorten nachtvlinders voor. Hiervan horen ruim 1.480 horen tot de zogenaamde kleine vlinders. De overige soorten worden vaak samengevat onder de term macroโ€™s: de grotere nachtvlinders. Niet alleen de grootte is bepalend of een nachtvlinder tot de microโ€™s of de macroโ€™s behoort. Microโ€™s leggen in rusthouding hun voelsprieten over de vleugel; macroโ€™s schuiven deze onder de vleugels. Hier vind je veel informatie over microvlinders.

Van de macronachtvlinders is de familie van de uilen in ons land het grootst, met zoโ€™n 350 soorten. Hiertoe behoren o.a. de gamma-uil en het zwart weeskind. Ze worden uilen genoemd omdat ze bruin- of grijsachtige voorvleugels hebben. Van sommige soorten zijn de achtervleugels felgekleurd.
Uilen lijken erg op elkaar. Ze zijn middelgroot, behaard en stevig gebouwd. In rust houden ze hun vleugels dakvormig boven hun lichaam gevouwen. Ze hebben kenmerkende vlekken (uilvlekken), namelijk een niervlek (nier-of boonvormig), een ringvlek en tenslotte nog een tapvlek (langwerpig). Op basis van de vorm, kleur en aan- of afwezigheid van deze vlekken kan je zien met welke soort je te maken hebt.
Uiteraard hebben uilen rupsen. Ook deze zijn niet altijd even makkelijk van elkaar te onderscheiden. De meeste rupsen zijn โ€™s nachts actief. Als je ze overdag ziet, zijn ze op zoek naar een plek om te verpoppen. Dat doen de meeste ondergronds of in de strooisellaag. Er zijn uilen die specifieke waardplanten hebben zoals het vlasbekuiltje. Maar veel soorten zijn niet kieskeurig en vind je op allerlei planten (polyfaag, wordt dat genoemd). Van verschillende soorten leven de rupsen onder de grond en eten van plantenwortels. Sommige soorten brengen schade toe aan landbouwgewassen zoals kool en sla.
Afhankelijk van de soort overwinteren uilen als ei, rups of pop. Een enkele overwintert als vlinder. Er zijn ook uilen die wegtrekken zoals de gamma-uil.

Bij mijn avondlijke speurtochten naar nachtvlinders in onze tuin heb ik verschillende uilensoorten gevonden. Met behulp van waarneming.nl kon ik ze op naam brengen. In de collage staan fotoโ€™s van enkele soorten die ik gezien heb. Je kunt goed zien welke ik op smeer heb gevonden (glimmende achtergrond).

Bovenaan zie je links de agaatvlinder en haar rups. In zachte winters eet de rups gewoon door. Rechts daarvan de groente-uil en haar rups.
Op de tweede rij zie je links de witstipgrasuil. Dat is een trekvlinder waarvan in Nederland geen vondsten van rupsen bekend zijn. De vlinder daarnaast, de grote worteluil, is ook een trekvlinder. Daarnaast zie je de vierkantvlekuil en de zwarte-c-uil, te herkennen aan de strogele vlekken.
Op de derde rij zie je links de zuidelijke stofuil. Daarnaast de huismoeder; deze is dag- en nachtactief en wordt ook regelmatig in huis aangetroffen. Daarnaast de gewone velduil en de gewone breedvleugeluil.
Op de onderste rij zie je de zuringuil met zijn prachtige tekening. Dan nog drie rupsen: van volgeling, psi-uil en vlasbekuiltje.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข , ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 257: porseleinzwam

(14 september 2023)

Gisteren ging het over de beuk. Aan het einde van hun leven vallen beuken ten prooi aan talrijke parasitaire schimmels. Wil men beuken โ€˜oogstenโ€™ voor het hout, dan moet dat gebeuren voordat de beuk 120 jaar oud is, anders kunnen schimmels het hout al hebben aangetast. De opvallendste parasieten zijn echte tonderzwam, reuzenzwam en porseleinzwam. Deze zijn alle drie necrotroof: eerst leven ze als parasiet op een levende boom en als deze daaraan bezweken is, gaan ze over op het dode hout.
De reuzenzwam is net zoals de echte tonderzwam een gaatjeszwam, maar dan met een eenjarig vruchtlichaam. De hoeden zijn dakpansgewijs gerangschikt en kunnen in รฉรฉn seizoen een breedte van een halve meter bereiken. Op de foto linksonder zie je een jonge reuzenzwam op de stronk van een beuk. Deze zwam veroorzaakt wortelrot; er is daardoor minder transport van water en voedingsstoffen naar de kroon. De wortels kunnen zodanig worden aangetast, dat de boom omvalt.

Porseleinzwammen vind je niet aan de voet van de boom, maar juist hoog in de boom. Het is een beruchte zwakteparasiet, al zou je dat niet zeggen als je de tere en kleine paddenstoelen ziet. Door de schimmel wordt het hout broos en daardoor breken takken makkelijk af, bijvoorbeeld bij een storm. Als die takken eenmaal op de grond liggen, kun je de paddenstoelen goed van dichtbij bekijken en er fotoโ€™s van maken. Want porseleinzwammen zijn erg fotogeniek.
Porseleinzwammen zijn makkelijk te herkennen en niet te verwarren met andere witte paddenstoelen. Het is een plaatjeszwam waarbij de lamellen (plaatjes) vrij wijd uit elkaar staan. De paddenstoelen beginnen grijs en worden daarna wit tot ivoorkleurig. De hoed is iets doorschijnend en bedekt met een slijmlaag. Bij nat weer voelt de paddenstoel erg slijmerig aan. De hoed is eerst bolvormig en wordt daarna schotelvormig met een doorsnede van zoโ€™n 10 cm. De sporen zijn wit en soms zie je dan ook een wit poederlaagje onder de paddenstoelen liggen. De steel heeft een ring. Ze groeien in bundels: uit รฉรฉn punt komen meerdere paddenstoelen tevoorschijn. Ze komen overwegend op beuken voor. Porseleinzwammen zijn eetbaar, maar volgens de kenners smakeloos.

Alle organismen, dus ook de porseleinzwam, hebben een wetenschappelijke naam die uit twee delen bestaat: een geslachts- en een soortnaam. De geslachtsnaam van de porseleinzwam is โ€˜Oudemansiellaโ€™ en dat is een vernoeming naar C.A.J.A. Oudemans (1825-1906). Deze man was een Nederlandse botanicus en arts die gespecialiseerd was in de systematiek van schimmels.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ง๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ.๐˜ฅ๐˜ฆ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ